www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.118 - VII.147/34 : Gegevens waarvan de overdracht toegelaten is

     

    Geautoriseerde gegevens in externe bestanden

    Het WER (VII.118 en VII.147/34) somt de gegevens op die aan derden medegedeeld mogen worden. Het betreft de gegevens die verband houden met de identiteit van de consument of van de zekerheidssteller, het bedrag en de duur van de kredieten, de periodiciteit van de betalingen, de gebeurlijk toegestane betalingsfaciliteiten, de betalingsachterstanden, alsook de identiteit van de kredietgever (zie de verdere commentaren onder het artikel). Aan deze lijst zouden nog de categorieën van strafrechtelijke veroordelingen, die tegen de consument zijn uitgesproken, kunnen worden toegevoegd indien de Koning dit beslist bij een in de ministerraad overlegd besluit en op voorwaarde dat de consument hiervan schriftelijk en voorafgaandelijk op de hoogte is gebracht. De Koning heeft van deze mogelijkheid evenwel nooit gebruik gemaakt.

     

     

     De inhoud van de gegevens

    Het WER laat het over aan de Koning om te bepalen welke gegevensinhoud mag worden verwerkt. De Koning heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt in het KB van 20 november 1992 betreffende de verwerking van persoonsgegevens inzake consumentenkrediet (zie de tekst van het Koninklijk Besluit). Dit koninklijk besluit schrijft voor wat moet worden verstaan onder gegevens betreffende de identiteit van de consument (art. 2), gegevens betreffende de kredietgever (art. 3) en betalingsachterstand (art. 4).

     

    Identiteit van de consument

    De identiteitsgegevens van de consument die in het bestand moeten worden opgenomen, zijn de volgende (artikel 2 van het K.B. van 20 november 1992):

    • de naam, de eerste officiële voornaam en het geslacht;
    • de geboortedatum, uitgedrukt door het nummer van de dag, van de maand en van het jaar;
    • de woonplaats of, wanneer deze onbestaand of ongekend is, de verblijfplaats bepaald door de naam van de straat, het nummer van het gebouw en desgevallend het busnummer, de naam van de plaats evenals de postcode.

    De naam, de eerste officiële voornaam en de geboortedatum van de consument moeten overeenstemmen met de gegevens vermeld op, al naargelang het geval, de identiteitskaart, de verblijfsvergunning, het paspoort of de vervangende reisvergunning, uitgereikt aan een vreemdeling die geen verblijf houdt in het Rijk, door de Staat waar hij verblijft of waarvan hij onderdaan is.

     

     

    Identiteit van de kredietgever 

    De gegevens betreffende de identiteit van de kredietgever die in het externe bestand moeten worden opgenomen, zijn de volgende (artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 november 1992):

    • voor natuurlijke personen: naam, voornaam en woonplaats;
    • voor rechtspersonen: de maatschappelijke naam en de maatschappelijke zetel; het ondernemingsnummer;
    • het BTW nummer (ECB)
    • het erkenningsnummer of het registratienummer.

     

    De identiteit van de kredietgevers wordt niet medegedeeld

    Artikel VII.118 (VII.147/34) verduidelijkt dat de identiteit van de kredietgever uitsluitend aan de verwerkingsverantwoordelijke en aan de consument wordt medegedeeld, tenzij het betalingsachterstanden betreft. Bij de raadpleging van de Centrale vermeldt het antwoord de geregistreerde gegevens met uitzondering van de naam van de kredietgever, van de verkrijger, het nummer en de taal van de kredietovereenkomst (dit werd aanvankelijk geregeld door artikel 12 van het K.B. van 7 juli 2002, thans afgeschaft en vervangen door artikel 12 van het K.B. van 23 maart 2017, dat de Centrale voor Kredieten aan Particulieren reglementeert).

    Tijdens debatten in de Senaat legde de vice-eerste minister uit dat deze gegevens niet mogen worden meegedeeld aan andere kredietgevers die het bestand zouden raadplegen, dit om evidente redenen van eerlijke concurrentie en vertrouwelijkheid van commerciële inlichtingen. Het spreekt echter voor zich dat de identiteit van de kredietgevers wordt meegedeeld wanneer de consument of zijn schuldbemiddelaar de Centrale raadpleegt.

     

     

     De identiteit van de consument als opzoekelement in de bestanden 

    Alle raadplegingen van de externe bestanden moeten gebeuren op basis van de identiteit van de consument. Het is dus niet mogelijk het bestand blind te raadplegen. De raadplegingen van de Centrale identificeren de kredietnemer op basis van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen en/of de naam, de officiële voornaam en de geboortedatum (artikel 11 van het K.B. van 23 maart 2017).De regel is overigens opgenomen in fine van artikel VII.119 (VII.147/35): De aanvragen om inlichtingen gericht aan de verantwoordelijke voor de verwerking en uitgaande van de personen bedoeld in dit artikel, met uitzondering van de FSMA, de Bank, de ambtenaren bedoeld in het eerste lid, 8°, en de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, moeten de consumenten over wie de aanvraag gaat individualiseren, aan de hand van hun naam, voornaam en geboortedatum; die aanvragen mogen worden gegroepeerd.