www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    KB JKP, Art. 3 : Berekening van het JKP

    Hoofdstuk 3 - Basisvergelijking

     

    De vergelijking

    De formule voor de berekening van het JKP wordt opgelegd door Richtlijn 2008/48/EG en was opgenomen in het K.B. van 4 augustus 1992.

     

     

    De berekening van de tijd

    Het tijdsverschil tussen twee opnemingen wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of 12 gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (d.w.z. 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren

    Als een tijdsinterval tussen de eerste kredietopneming en een vervaldag of tussen de eerste kredietopneming en de datum van een nieuwe kredietopneming niet kan uitgedrukt worden in een geheel aantal jaren, maanden of weken, dan wordt dat tijdsinterval uitgedrukt in een geheel aantal dagen van alle betalingstermijnen of termijnen tussen twee kredietopnemingen die niet gelijk zijn aan een geheel aantal van jaren, maanden of weken, desgevallend, in combinatie met het geheel aantal van jaren, maanden of weken van de overige termijnen.

    Wanneer het tijdsinterval tussen de eerste kredietopneming en de volgende opneming niet kan worden uitgedrukt in een geheel aantal jaren, maanden of weken, dan legt artikel 3, § 2, 3e lid, de verplichting op om rekening te houden met het exacte aantal dagen, desgevallend in combinatie met het geheel aantal jaren, maanden of weken van de overige termijnen. Het besluit laat geen enkele andere combinatie van jaren of fracties van jaren toe dan deze van dagen met ofwel jaren, ofwel maanden, ofwel weken.

    Zie de voorbeelden:

    Voorbeeld n°1 : ter verduidelijking van het begrip “fracties van jaren”, een enkel termijnbedrag.
    Voorbeeld n°2 : ter verduidelijking van het begrip "fracties van jaren", een enkel termijnbedrag en onmiddellijk te betalen kosten;

    Voorbeeld n°3 : ter verduidelijking van een terugbetaling in twee termijnbedragen elk na een jaar;
    Voorbeeld n°4 : ter verduidelijking van ongelijke betalingstermijnen
    Voorbeeld n°11 : ter verduidelijking van een eerste betalingstermijn die korter of langer is dan de overige betalingstermijnen van een maand

     

     

    Volgens het verslag aan de Koning (van KB van 21 juni 2011) :

    Wat artikel 4, 2°, van dit ontwerp van besluit betreft kan er, met betrekking tot de fracties van jaren in het voorgestelde nieuwe tweede lid bij artikel 4, § 1, van het besluit van 4 augustus 1992, worden opgemerkt dat het volgens de Europese Commissie is toegelaten om, desgevallend, verschillende soorten fracties met elkaar te combineren.

    De tekst van de richtlijn is in deze niet duidelijk. In antwoord op vragen gesteld door de Belgische experten antwoordde de Europese Commissie (DG SANCO) het volgende :

    " Nothing in the remark precludes using different type of fractions simultaneously, neither does it oblige this. Consequently, it is equally correct to use days or a combination of equal periods and a number of days when periods cannot be measured as a whole number of weeks, months or years. Any choice has its advantages and its disadvantages. The method you propose has two main drawbacks. On the one hand, put in perspective, it departs from existing practices in other financial areas, such as bond markets in the EMU, where regular periods are combined with calendar days. On the other hand, as illustrated in your examples, there exists a strong dependence of the APR on calendar days, which might cause difficulties for both creditors (they need to know the exact day the credit agreement will be concluded in order to report the APR using calendar days) and consumers (they should be aware that there is a part of the APR which depends on the exact date the agreement is to be concluded). ".

    M.a.w., de richtlijn verbiedt volgens de Commissie niet dat een eerste betalingstermijn op basis van het exacte aantal dagen (vb. 20/365) gecombineerd zou worden met betalingstermijnen op basis van " gelijke " maanden (vb. 1/12 of 30,41666/365). Bijvoorbeeld, indien enkel de eerste betalingstermijn 20 dagen bedraagt en de overige vervaldagen vallen steeds een maand verder op dezelfde kalenderdag, moet er op basis van een eerste betalingstermijn van 20 dagen gerekend worden, maar mag er voor de overige betalingstermijnen zowel op basis van het exacte aantal dagen van elke betreffende kalendermaand als op basis van " gelijke " maanden gerekend worden.

    Een keuze laten tussen verschillende soorten van fracties van jaren voor een zelfde tijdsinterval, in het geval de data gekend zijn, zoals bijv. tussen de 4 methodes op p. 67 van de JKP-studie, kan leiden tot verschillende JKP's. Dat is in strijd met de "ratio legis" van de richtlijn "die de vergelijkbaarheid van de informatie met betrekking tot jaarlijkse kostenpercentages in de hele Gemeenschap wil waarborgen" (overweging 43, van de richtlijn) en "het jaarlijkse kostenpercentage op uniforme wijze wil berekenen" (artikel 19, in fine van de richtlijn). De Europese Commissie is zich van deze problematiek bewust en wil een technische werkgroep oprichten met het oog om zonodig de regelgevingsprocedure op te starten, zoals bedoeld in de artikelen 19 (5) en 25 van de richtlijn,

    Om uit deze impasse te geraken wordt voorgesteld om in § 2, vierde lid, een bijkomende veronderstelling op te nemen die er toe moet leiden dat er voor een zelfde contract in alle omstandigheden slechts een enkel JKP kan berekend worden.

    Om te vermijden dat de berekening van het JKP afhankelijk is van het tijdstip waarop een kredietovereenkomst wordt gesloten - wat een vergelijkbaarheid doorheen de tijd met andere kredietovereenkomsten kan verhinderen - wordt gekozen om een afhankelijkheid van kalenderdagen zo veel mogelijk uit de weg te gaan. Hierdoor wordt ook de mening van de Europese Commissie bijgetreden dat een verschil tussen het contractuele en precontractuele JKP louter in gevolge de keuze voor een andere fractie van een jaar (voor een zelfde termijn) consumenten nodeloos in verwarring zou brengen.

    § 2, vierde lid, geldt niet alleen voor de tijdsintervallen (in de exponenten) van de JKP formule zelf maar ook voor de berekeningsmethode van de bedragen die in de JKP formule worden ingegeven als die bedragen in werkelijkheid afhankelijk zijn van het werkelijke aantal dagen van kalendermaanden, bv. in het geval van kredietopeningen of leningen op afbetaling met vaste kapitaalaflossing. Een keuzevrijheid zou immers ook in dat geval kunnen leiden tot verschillende JKP's en een onnodige afhankelijkheid van de datum van het sluiten van de overeenkomst.

    Op grond van de informatie verstrekt door de Europese Commissie moet het voor de berekening van het JKP gebruikte tijdsintervallen krachtens de artikelen 11, § 1, tweede lid, 7°, 11bis, § 2, tweede lid, 6° en 14, §§ 2, 9°, en 3, 8° van de WCK (artikelen 5, 6 en 10 van de richtlijn) meegedeeld worden aan de consument.

    De aflossingstabel bedoeld in de artikelen 14, § 1, tweede lid, en § 2, 11° van de wet, en de bedragen bedoeld in artikel 14, § 2, 10°, van de wet moeten niettemin de bedragen bevatten die de consument in werkelijkheid moet betalen. Ook moeten de voorwaarden die de toepassing van de debetrentevoet regelen in de artikelen 11, § 1, tweede lid, 6° en § 2, tweede lid, 5°, en 14, § 2, 8° en § 3, 7°, van de wet de tijdsintervallen bepalen die in werkelijkheid toegepast worden.

    De voorbeelden 1, 5, 11, 13, 15, 20 en 26, opgenomen in bijlage 1 bij dit ontwerp van besluit, illustreren de keuze voor die enige toegelaten methode.

    Er werden aanvullende preciseringen toegevoegd (ter aanvulling van de bepalingen van het K.B. van 4 augustus 1992): bijgevolg, wanneer dagen worden gebruikt:

    1.  wordt elke dag geteld, ook weekend- en feestdagen;
    2. wordt er teruggeteld in gelijke perioden en vervolgens dagen tot de datum van de eerste kredietopneming;
    3. wordt de lengte van de periode in dagen verkregen door de eerste dag niet en de laatste dag wel mee te tellen, waarna de periode in jaren wordt uitgedrukt door het verkregen aantal te delen door het aantal dagen (365 of 366 dagen) van het gehele jaar, waarbij wordt teruggeteld van de laatste dag tot dezelfde dag van het voorgaande jaar.

     

    In het verslag aan de Koning wordt deze toevoeging als volgt toegelicht  : 

    In artikel 3, § 2, van dit ontwerp werd er een vierde lid toegevoegd dat de berekening in dagen verduidelijkt. Deze toevoeging herneemt een aantal bepalingen die opgenomen werden in bijlage I, I, opmerking c) van richtlijn 2014/17/EU. Zij komen niet voor in richtlijn 2008/48/EG inzake consumentenkrediet maar wel in de richtsnoeren met als opschrift Guidelines on the application of Directive 2008/48/EC (Consumer Credit Directive) in relation to costs and the Annual Percentage Rate of charge, uitgevaardigd door de Europese Commissie op 8 mei 2012 (SWD-2012-128final), op blz. 22. M.a.w. de Europese Commissie heeft bij de omzetting van de Consumentenkredietrichtlijn een interpretatie gegeven aan de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage in dagen, die niet kon afgeleid worden uit de richtlijn zelf maar achteraf werd gebetonneerd in richtlijn 2014/17/EU op het hypothecair krediet. Het toegevoegde lid heeft tot gevolg dat de voorbeelden 11, 15 en 20 opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit werden aangepast in die zin dat het JKP van voorbeeld 11 werd gewijzigd, voorbeeld 15 verduidelijkt werd om aan te geven dat er geen rekening gehouden wordt met het jaartal noch de dag van de maand ingevolge een andere veronderstelling en in voorbeeld 20 de datum veranderd werd van 2013 in 2014 om het voorbeeld niet verder te moeten aanpassen.

     

     

     

    De mate van nauwkeurigheid van het percentage: ten minste één cijfer na de komma

    Volgens artikel 3, §3, lid 1  De uitkomst van de berekening wordt uitgedrukt in procent en ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de voorgaande decimaal met 1 vermeerderd. De beperking tot één cijfer na de komma is opgenomen in Richtlijn 2008/48/EG. De regel die van kracht was vóór de omzetting van deze richtlijn door de wet van 13 juni 2010, verplichtte om twee decimalen te gebruiken. De bepaling die sinds de wijziging van 21 juni 2011 in het K.B. is overgenomen, voorziet ten minste één decimaal. De administratie beveelt aan om twee decimalen te blijven vermelden.

     

     

    Uniformiteit van de berekening

    Volgens art. 3, § 3, laatste lid, De toepasselijke oplossingsmethodes voor de vergelijking geven, bij het invoeren van gelijke gegevens, een jaarlijks kostenpercentage dat gelijk is aan dat van de voorbeelden 1 tot 39 opgenomen in bijlage 1 van dit besluit.

    Deze bepaling heeft als doel de berekeningsmethodes te uniformiseren. Deze bepaling heeft tot doel alle rekenvoorbeelden in de bijlage bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1992, bij het invoeren van gelijke gegevens tot een JKP gelijk aan de rekenvoorbeelden te laten leiden en aldus bindend te maken. Andere termijnbedragen, bijvoorbeeld ingevolge de toepassing van andere contractuele afrondingsregels, kunnen tot andere resultaten leiden (Verslag aan de Koning, voorafgaand aan het Koninklijk Besluit van 21 juni 2011)



     

     

    Berekening van de kosten van nevendiensten

    Alle kosten die binnen de definitie vallen van de 'totale kredietkosten' moeten in de berekening worden opgenomen. Dit geldt voor nevendiensten waarvoor de kredietgever als voorwaarde het sluiten van de overeenkomst oplegt voor het verlenen van het krediet. De voorbeelden die aan het K.B. zijn toegevoegd, illustreren een aantal toepassingen.(zie voorbeeld 6 (schuldsaldoverzekering in percentage) of voorbeeld 7 (schuldsaldoverzekering te betalen onmiddellijk). Met betrekking tot hypothecaire kredieten met onroerende bestemming, zie voorbeeld n°39 en voorbeeld n°40.

     

     

     

    De berekening van het JKP wanneer het krediet wordt gebruikt voor de financiering van een goed met een voorschot of prijsvermindering in geval van een contante aankoop

    In de bijlage bij het koninklijk besluit worden voorbeelden gegeven van de berekeningswijze bij de aankoop van een goed met betaling van een voorschot (voorbeeld 8) of wanneer een korting wordt toegekend aan een consument die contant betaalt (voorbeeld 9).

     

     

     

    Financieringshuur

    Het rekenvoorbeeld in het geval van financieringshuur is opgenomen in bijlage 1, voorbeeld 10)

     

     

     Kredietopening

    In bijlage 1 van het KB van 14 september 2016 worden tal van voorbeelden vermeld voor de berekening van kredietopeningen.