www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    Kredietbemiddelaars (HK)

     

    Inleiding

    De artikelen VII.147/29 tot VII.147/30 bevatten bepalingen inzake de activiteit van kredietbemiddelaars, namelijk de kredietmakelaars, de verbonden agenten en de subagenten. Kredietbemiddelaars zijn bemiddelaars die voornamelijk tussenkomen bij de totstandkoming van de kredietovereenkomst. De activiteit als bemiddelaar voor de uitvoering van de kredietovereenkomst, de invordering van schuldvorderingen, is niet specifiek voor de gereglementeerde kredieten. Deze activiteit wordt geregeld door de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument. Ten slotte maakt de schuldbemiddeling, die niet mag worden uitgeoefend door verbonden agenten of kredietbemiddelaars, het voorwerp uit van één artikel (artikel VII.147/31).

     

    Richtlijn 2014/17 en de bemiddelaars

    Considerans (47) van de Richtlijn verduidelijkt:

    Om voor de grootst mogelijke transparantie te zorgen en te voorkomen dat mogelijke belangenconflicten resulteren in misbruiken wanneer consumenten de diensten van krediet­bemiddelaars gebruiken, moet voor deze laatsten de ver­plichting gelden bepaalde informatie te verstrekken alvorens hun diensten te verrichten. Onder meer moeten zij infor­matie verstrekken over hun identiteit en banden met kre­dietgevers, bijvoorbeeld over de vraag of zij producten van een grote groep dan wel van een beperkt aantal krediet­gevers in aanmerking nemen. Het bestaan van een com­missieloon of andere provisie die door de kredietgever of derden aan de kredietbemiddelaar in verband met de kre­dietovereenkomst dient te worden betaald, dient aan de consument te worden medegedeeld voordat enige krediet­bemiddelingsactiviteit wordt uitgeoefend, en de consument moet in dat stadium worden ingelicht over ofwel het be­drag van deze vergoedingen, indien dit bekend is, ofwel het feit dat het bedrag in een latere precontractuele fase in het ESIS zal worden bekendgemaakt, alsmede over het feit dat hij het recht heeft in dit stadium informatie te krijgen over de omvang van deze vergoedingen. Consumenten moeten ook informatie ontvangen over eventuele vergoedingen die zij aan kredietbemiddelaars in verband met hun diensten moeten betalen. Onverminderd het mededingingsrecht moet het de lidstaten vrij staan voorschriften in te voeren of te handhaven waarbij het betalen van vergoedingen door consumenten aan sommige of alle categorieën kredietbe­middelaars verboden wordt

    Artikel 7 van deze Richtlijn bevat gedragsregels die de door de considerans aangehaalde beginselen ten uitvoer leggen.

    De wet van 22 april 2016 voert voor de eerste keer in het hypothecair krediet specifieke gedragsregels in voor bemiddelaars die wezenlijk dezelfde zijn als deze die sinds 1991 bestonden in het consumentenkrediet (de huidige artikelen VII.112 tot VII.114).

     

    Het wettelijke kader van de activiteit van de kredietbemiddelaars

    De activiteit van de bemiddelaars inzake hypothecair krediet is onderworpen aan alle bepalingen van het WER. Dit geldt voor de reclame, de verzameling van informatie, de verplichting om precontractuele informatie (ESIS) en passende aanvullende toelichtingen te verstrekken, de verplichting om het meest gepaste krediet te zoeken en het verbod om de consument de verplichting op te leggen om een aanvullende overeenkomst af te sluiten bij de kredietgever, de bemiddelaar of een door hen aangewezen derde.

    De verplichting om de kredietwaardigheid van de consument te beoordelen rust enkel op de kredietgever. Artikel VII.147/29, § 1 bepaalt evenwel dat de kredietbemiddelaar geen kredietaanvraag mag indienen voor een consument waarvoor hij van oordeel moet zijn dat de consument duidelijk niet in staat zal zijn de verplichtingen voortvloeiend uit de kredietovereenkomst na te komen. Er rust op de bemiddelaar dus een zekere beoordelingsplicht van de kredietwaardigheid.

    Hoewel de artikelen VII.147/29 tot VII.147/30 slechts betrekking hebben op de bemiddelaars, moet hun activiteit dus beoordeeld worden in het licht van het geheel van de wettelijke bepalingen. In hun verhouding tot de kredietgever, genieten de verbonden agenten de bescherming die boek X WER biedt aan de handelsagenten. De activiteit van deze agenten is eveneens gereglementeerd door de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. Die laatste wet sluit de operaties van consumentenkrediet uitdrukkelijk uit van haar toepassingsgebied. Talloze verbonden agenten oefenen evenwel eveneens een activiteit uit die wordt beoogd door de wet van 22 maart 2006.