www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.83 - VII.138: Herroepingsrecht

     

    De bepalingen

     

     

    Ontstaan

    In artikel 5 van de wet van 1957 werd gesteld: indien de koop afgesloten wordt buiten het bedrijf van de verkoper is de koop eerst voltrokken na verloop van een termijn van zeven dagen met ingang van de dag na die waarop het voorschot werd betaald. Tijdens deze bedenktijd heeft de koper het recht om de verkoper bij aangetekende brief te laten weten dat hij afziet van de koop. De Europese richtlijnen voorzagen niet in een bedenktermijn, maar deze kwam aan bod in bijlage 4 bij de lijst van voorwaarden die de Lidstaten als zijnde essentieel, verplicht kunnen stellen voor de schriftelijke overeenkomst. Er werd dus een bedenktermijn opgenomen in de oorspronkelijke tekst van de wet van 1991 en dat in twee gevallen:

    • Behalve wat de verkoop op afbetaling en de financieringshuur betreft, heeft de consument het recht om van de overeenkomst af te zien wanneer deze gesloten werd op de dag vanaf welke het aanbod geldig is
    • Wanneer de overeenkomst gesloten werd in aanwezigheid van beide partijen buiten de onderneming van de kredietgever of de kredietbemiddelaar.

    De bedenktermijn werd uitgebreid naar alle kredietvormen en veralgemeend naar alle kredietovereenkomsten ter gelegenheid van de hervorming van 2003. In de memorie van toelichting wordt gesteld dat de quasi veralgemening van de bedenktermijn bedoeld is om zo veel mogelijk de gevolgen van onbezonnen of impulsieve beslissingen van de consumenten in te perken. Inzake krediet past het inderdaad om een hoge graad van instemming te waarborgen in hoofde van de ontleners. (...) (Parl. St., Kamer, (50), 1730/001, bl.5).

    Richtlijn 2008/48/EG, die een volledige harmonisatie van de wetgevingen van de Lidstaten beoogt voor de aspecten die ze regelt, bevat een artikel 14 dat een harmonisatie van het herroepingsrecht (benaming weerhouden door de richtlijn) organiseert op Europees niveau. De wet van 13 juni 2010, die richtlijn 2008/48/EG omzet, heeft de bedenktermijn die was voortgevloeid uit vroegere versies dus fundamenteel herzien tot een herroepingsrecht, in overeenstemming met het Europees recht. De formulering van artikel 14 van de richtlijn werd echter herzien om bepaalde veronderstellingen te dekken die niet in beschouwing waren genomen door de richtlijn. (Zie de Memorie van Toelichting).

    De tekst werd zonder wijziging behouden naar aanleiding van de omzetting in het WER.

    Bij de omzetting van richtlijn 2014/17/EU heeft de wetgever het herroepingsrecht behouden voor de consumentenkredieten die, door de omzetting, overgaan naar het stelsel van het hypothecair krediet voor zover zij niet gepaard gaan met de vestiging van een hypothecaire zekerheid.

    .

     

     

    Toepassingsgebied

    Het herroepingsrecht is van toepassing op alle kredietovereenkomsten met uitzondering van de volgende overeenkomsten:

    1. Het herroepingsrecht is niet van toepassing op de gedeeltelijk onderworpen overeenkomsten die worden beoogd door artikel VII.3, § 3, WER maar het is daarentegen van toepassing op de kredietovereenkomsten die worden verleend aan voorwaarden die lager zijn dan de markt door een werkgever of een overheidsinstelling (artikel 3, § 4).
    2. Het herroepingsrecht is niet van toepassing op kredietovereenkomsten die volgens de wet door tussenkomst van een notaris moeten worden gesloten, mits de notaris verklaart dat de consument de rechten bedoeld in de artikelen VII.70, VII.74 en VII.78 geniet. Deze hypothese zou enkel kunnen slaan op een kredietovereenkomst die werd verleden voor een notaris en waarvoor de akte niet als doel heeft een hypothecaire zekerheid te vestigen of een recht op een onroerend goed terwijl het krediet niet als doel heeft het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten. Bij gebreke zou een dergelijk krediet een hypothecair krediet zijn.
      Aangezien het Wetboek een kredietovereenkomst beoogt waarvan de wet vereist dat deze verleden wordt voor een notaris, zou de hypothese theoretisch moeten blijven. Indien de kredietgever de tussenkomst van een notaris vraagt voor een consumentenkrediet met het oog op het verkrijgen van een uitvoerbare titel, is de tussenkomst van de notaris niet vereist door de wet voor de kredietovereenkomst zelf. De notariële akte is een eis van de schuldeiser, niet van de wet. Het herroepingsrecht blijft dus van toepassing in dat geval, met evenwel dit bijzonder gevolg dat, in geval van herroeping, de kosten van de notariële akte niet zouden kunnen worden gevorderd van de consument vermits de kredietgever geen recht heeft op een andere vergoeding van de consument, met uitzondering van de vergoeding voor niet voor terugbetaling in aanmerking komende kosten die de kredietgever aan een overheidsinstelling heeft betaald.
    3. Indien de consument het herroepingsrecht inroept op grond van artikel VII.83 WER, zijn de bepalingen die het herroepingsrecht beheersen voor de op afstand gesloten financiële diensten niet van toepassing (artikel VI.58, VI.59 et VI.67, WER).

    Het herroepingsrecht is van toepassing op de overeenkomsten van hypothecair krediet met een roerende bestemming die niet gepaard gaan met een hypothecaire zekerheid. Deze hypothese beoogt de kredieten met een roerende bestemming die gesloten worden in uitvoering van een kaderkredietopening als zekerheid waarvan voorheen een hypotheek voor alle sommen werd gevestigd.

     

    Uitoefeningsvoorwaarden van het herroepingsrecht

     

    Termijn - Aanvang

    De termijn begint te lopen op de dag van het sluiten van de kredietovereenkomst. Volgens artikel VII.78, § 1, [VII.138, §1] wordt de overeenkomst gesloten door de ondertekening van alle partijen. De termijn begint dus op de dag waarop de laatste handtekening op het contract is aangebracht.

    Deze termijn gaat in op de dag waarop de consument de bedingen en contractuele voorwaarden bedoeld in artikel VII.78 [VII.134] ontvangt, als die dag later valt dan de datum waarop de kredietovereenkomst gesloten werd.

    Een auteur stelde zich vragen over het vertrekpunt van de termijn, wanneer de consument de kredietgever verwijst naar een overeenkomst die hij heeft ondertekend maar waarop de kredietgever zijn handtekening nog niet heeft aangebracht (R. STEENNOT, “De totstandkoming en de inhoud van de overeenkomst onder de nieuwe Wet consumentenkrediet”, D.C.C.R. 2004, p. 20). Dit geval moet worden gelijkgesteld met de overhandiging van informatie na het sluiten van de overeenkomst (17, § 1, 2°). Zolang het exemplaar van de overeenkomst dat werd ondertekend door de kredietgever niet werd overhandigd aan de consument, ontbreekt er informatie die wordt bepaald in paragraaf 1 van artikel VII.78, § 1: Elke overeenkomstsluitende partij die een onderscheiden belang heeft evenals de kredietbemiddelaar krijgt een exemplaar van de kredietovereenkomst. In dat geval begint de termijn te lopen de dag van de overhandiging van het ondertekende exemplaar aan de consument.

     

    Termijn -duur

    De termijn bedraagt 14 dagen. Hij wordt berekend in kalenderdagen, zondagen en feestdagen inbegrepen. De dies a quo is niet inbegrepen in de berekening maar wel de dies ad quem.

    Voorbeeld

    •  de overeenkomst wordt ondertekend op zaterdag 15 april. De termijn begint dus te lopen op 15 april. De eerste dag van de termijn is zondag 16 april. Maandag is de tweede dag van de termijn enzovoort tot zaterdag 29 april, die de veertiende en laatste dag is van de termijn.
    • De herroepingsbrief moet ten laatste worden verzonden op zaterdag 29 april. Na de wijziging in 2010 verwijst dit artikel niet meer naar het begrip “werkdagen”. De termijn verstrijkt dus de veertiende dag, zelfs indien het een zondag of een feestdag zou betreffen.

    Het is van weinig belang dat de kredietgever de kennisgeving na de 14de dag ontvangt indien de consument ze effectief op de post heeft gedaan of heeft verzonden binnen deze termijn.

    Aangetekend schrijven

    Het recht moet worden uitgeoefend per aangetekend schrijven of op enige andere duurzame drager die wordt aanvaard door de kredietgever (volgens de overeenkomst, zie  hieronder) en moet aan de kredietgever worden gericht gedurende de herroepingstermijn.

    Vermelding in de overeenkomst

    Het herroepingsrecht en de voorwaarden van uitoefening ervan moeten worden vermeld in de overeenkomst, in overeenstemming met artikel VII.78, § 3, 11° [VII.134, § 3, 11°]:  het al dan niet bestaan van een herroepingsrecht en de termijn voor de uitoefening daarvan, alsmede andere uitoefeningsvoorwaarden, zoals informatie over de verplichting voor de consument om overeenkomstig artikel VII. 83, het opgenomen kapitaal en de rente terug te betalen en het bedrag van de rente per dag. Deze vermelding moet de duurzame dragers opgevend die door de kredietgever worden aanvaard voor de kennisgeving van de uitoefening van het recht.

    De vermelding van het herroepingsrecht in de algemene voorwaarden waarnaar de kredietovereenkomst verwijst, beantwoordt niet aan de wettelijke vereiste ((Vred. Oudenaarde-Kruishoutem, 16 oktober 2013, T. Vred., 2015, p. 426-436).

     

    Adviezen van de administratie

    • Gelieve, overeenkomstig artikel,14, § 2, 18°, [VII.78, § 3, 11°], het bedrag van de vergoeding per dag te vermelden. Wij vestigen uw aandacht op het feit dat een formule die het mogelijk maakt om dit te bepalen zoals vermeld in uw algemene voorwaarden, niet voldoende is.
    • Het is niet toegestaan van de consument de betaling te eisen van de kosten van raadpleging van de CKP in het geval dat hij zijn herroepingsrecht zou uitoefenen na de ondertekening van de kredietovereenkomst. De kosten van raadpleging van een databank – onafhankelijk van het feit of het gaat om een privé-instelling of om een door de wet aangeduide instelling – zijn niet inbegrepen in de limitatieve opsomming van de vergoedingen die zijn bepaald in artikel 18, § 2, [VII.83, § 2] in fine van de WCK. Daarentegen, in geval van weigering van het krediet door de kredietgever, laat de wet toe dat de kredietgever de door de raadpleging veroorzaakte kosten recupereert, overeenkomstig artikel 13 van de WCK [VII.79, § 3, WER].

     

    Gevolgen van het herroepingsrecht

    In geval van een verkoop op afbetaling, een financieringshuur of een kredietopening waarbij krachtens deze overeenkomst lichamelijke roerende goederen ter beschikking worden gesteld van de consument, moet de consument, onmiddellijk na de kennisgeving van de herroeping, de ontvangen goederen teruggeven en aan de kredietgever de voor de kredietopnemingsperiode verschuldigde rente betalen.

    Volgens de Memorie van toelichting van de oorspronkelijke wet, spreekt [het] voor zich dat het recht om van de overeenkomst af te zien bedoeld in artikel 18, §§ 1 en 2, niet van toepassing is indien de consument klaarblijkelijk het gefinancierde goed heeft verbruikt, beschadigd of verloren, of indien de dienst reeds gepresteerd is (Memorie van toelichting, Parl. St., Kamer, Zitting 50, 1730/001, 21).

    Hoewel het recht om de herroeping uit te oefenen moet worden uitgeoefend binnen de termijn bepaald door artikel VII.83 [VII.138], kunnen de teruggaven gebeuren buiten deze termijn zolang ze maar zo snel mogelijk gebeuren te rekenen vanaf de verzending van de aangetekende brief. Dat is de betekenis die moet gegeven worden aan het woord onmiddellijk van artikel VII.83 [VII.138]. 

    De verkoper moet het eventueel betaalde voorschot binnen de dertig dagen teruggeven aan de consument. De afrekening van de verschuldigde interesten moet gebeuren op grond van de debetrentevoet die overeengekomen is in de overeenkomst Ze wordt berekend op  het kredietbedrag vanaf de datum van opneming (die vaak de datum zal zijn waarop de verkoper zal betaald zijn door de kredietgever). De teruggave van het goed gebeurt bij de verkoper.

    Voor de overige kredietovereenkomsten moet de consument de kredietgever, onverwijld en uiterlijk binnen dertig dagen nadat hij de kennisgeving van de herroeping aan de kredietgever heeft gestuurd, het kapitaal en de op dit kapitaal lopende rente betalen vanaf de datum waarop het krediet is opgenomen tot de datum waarop het kapitaal wordt terugbetaald.

    De ontbinding van de kredietovereenkomst brengt van rechtswege de ontbinding van de aangehechte overeenkomsten met zich mee (Memorie van Toelichting van de wet van 24 maart 2003). Bij wijze van voorbeeld, de overeenkomst voor de schuldsaldoverzekering wordt dus beëindigd en de verzekeringspremie moet aan de consument worden terugbetaald.

    Er mag geen andere vergoeding van de consument worden geëist.

     

     

    Recht tot intrekking van een krediet voor de aankoop van specifieke goederen