www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.135 en 136: Hypothecair krediet en wedersamenstelling van kapitaal

     

     

     

    De teksten

    VII.135

    § 1. De wedersamenstelling van kapitaal gebeurt door middel van een aan de kredietovereenkomst toegevoegd contract. Een toegevoegd contract is geen nevendienst.
      Dit toegevoegd contract mag enkel bestaan uit een levensverzekeringscontract, uit een kapitalisatiecontract of uit een andere vorm van sparen.
      Het wedersamengestelde kapitaal is op eender welk ogenblik de afkoopwaarde of gevormd kapitaal in geval van een levensverzekerings- of kapitalisatieovereenkomst of het reeds gespaarde kapitaal in de andere gevallen van spaarovereenkomsten.
      Wanneer de wedersamenstelling bij de kredietgever gebeurt, wordt, ingeval van wettelijke of gerechtelijke ontbinding of van faillissement van deze laatste, het wedersamengestelde kapitaal bij schuldvergelijking aangewend voor de vermindering van de schuldvordering van de kredietgever zonder dat enige vergoeding verschuldigd is.
      Wanneer de wedersamenstelling niet bij de kredietgever gebeurt, wordt de wedersamenstellende derde, op het ogenblik waarop het krediet opeisbaar of terugbetaalbaar wordt, de enige schuldenaar van de kredietgever voor het wedersamengesteld kapitaal. In dat geval oefent de kredietgever de rechten uit van de consument tegenover de wedersamenstellende derde.
      § 2. De wedersamenstellling mag niet slaan op een bedrag dat groter is dan het kapitaal of, na een gedeeltelijke terugbetaling, het nog terug te betalen kapitaal.
      § 3. Wanneer de duur bepaald voor de wedersamenstelling langer is dan de looptijd van de kredietovereenkomst, heeft de consument het recht te eisen dat de kredietgever het krediet verder zet, tot op het ogenblik dat het kapitaal wedersamengesteld is, zonder enige vergoeding of renteverhoging.
      In voorkomend geval wordt de nieuwe kredietovereenkomst verleden op kosten van de consument.
      § 4. De Koning kan bijkomende regels bepalen waaraan de wedersamenstelling moet voldoen.

    VII.136

    Het wedersamengesteld kapitaal wordt eisbaar op het ogenblik dat :
      1° het krediet de vervaldag bereikt;
      2° de consument gebruik maakt van zijn wettelijk of bedongen recht het kapitaal terug te betalen.

    Definitie

    De wedersamenstelling van kapitaal wordt in artikel I.9, 62° omschreven als de wijze van terugbetaling van het kapitaal waarbij de consument de verbintenis aangaat om, tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst, stortingen te doen die, alhoewel contractueel aangewend voor de terugbetaling van het kapitaal, niet onmiddellijk een overeenkomstige bevrijding tegenover de kredietgever meebrengen. Zij komen slechts in mindering van het kapitaal op de tijdstippen en volgens de voorwaarden die in de overeenkomst of door dit boek bepaald worden.

    In de praktijk impliceert de techniek van de wedersamenstelling twee overeenkomsten: de kredietovereenkomst waarvan het kapitaal meestal in één keer wordt terugbetaald op de overeengekomen termijn en een overeenkomst (toegevoegd contract) voor de geleidelijke opbouw van spaargeld die de terugbetaling van het krediet op de vervaldag toelaat. Deze techniek vertoont een zekere complexiteit en het doel van de wetgever is om het verband tussen beide overeenkomsten zo nauw mogelijk te maken. Zij maakt overigens het voorwerp uit van een gezamenlijke waarschuwing van de FSMA en van de FOD Economie. (Zie de volledige tekst van de waarschuwing).

    Het specifieke kenmerk van deze techniek is dat de stortingen van de consument om het spaargeld op te bouwen (en dus het kapitaal weder samen te stellen dat moet worden terugbetaald) niet worden aangerekend op het uitgeleende kapitaal op het moment dat ze gestort worden maar op bepaalde tijdstippen of in één keer op het einde van de kredietovereenkomst.

    Vaak brengen het geleende kapitaal en de stortingen van de consument interest op maar is de rentevoet van het krediet hoger dan het percentage van de interesten op de stortingen van de wedersamenstelling. Soms, wanneer het een product van tak 23 betreft, worden de bedragen die de consument stort, belegd in roerende waarden en speculeert de belegger op het feit dat de waarde van deze roerende waarden gaat toenemen met de tijd en het bedrag van het geleende kapitaal zelfs zal overschrijden. De kredietovereenkomst is een kredietovereenkomst op vaste termijn waarvan de interesten worden berekend op het geleende kapitaal of, na een gedeeltelijke terugbetaling, op het verschuldigd blijvende saldo (VII.144, 2°).

    De wedersamenstelling van kapitaal is slechts toegestaan voor overeenkomsten van hypothecair krediet. Artikel VII.87 verbiedt dit voor de overeenkomsten van consumentenkrediet.

     

     

    De vermeldingen van de overeenkomst

    Overeenkomstig artikel VII.134, § 3, 5° moet de overeenkomst de tijdstippen waarop en de voorwaarden waaronder de intresten dienen betaald en de wedersamenstellende betalingen dienen uitgevoerd te worden vermelden en de verbintenis dat het kapitaal van het toegevoegd contract zal aangewend worden voor de terugbetaling van het opgenomen kredietbedrag.

    Indien voor eenzelfde kapitaal meerdere wijzen van aflossing of wedersamenstelling worden gebruikt, duidt de kredietovereenkomst aan op welk gedeelte van het kapitaal elke wijze betrekking heeft.

    Wanneer noch aflossing noch wedersamenstelling van het kapitaal is bedongen, vermeldt de kredietovereenkomst de tijdstippen en de voorwaarden van betaling van de intresten en terugkerende en niet terugkerende kosten. In een overeenkomst met eenmalige wedersamenstelling op het einde van de overeenkomst, is het aflossingsplan zonder voorwerp en kan het dus worden vervangen door de vermelding van het bedrag van de eenmalige terugbetaling van het kapitaal op de eindvervaldag van het krediet (VII.127, § 3).

     

     

     

    Toegevoegd contract

    De wedersamenstelling van kapitaal gebeurt door middel van een aan de kredietovereenkomst toegevoegd contract (VII.135, § 1). Dit toegevoegd contract mag enkel bestaan uit een levensverzekeringscontract, uit een kapitalisatiecontract of uit een andere vorm van sparen (Voor een gedetailleerde commentaar betreffende de verschillende toegelaten contractvormen, zie P. Heymans, "Contrats d’assurance adjoints, annexés et services accessoires", in Le crédit hypothécaire au consommateur, Larcier 2017, pp. 315-344).

    Het toegevoegd contract dat niet beantwoordt aan de wettelijke vereiste, is nietig (VII.214/9, 1°). De wedersamenstelling kan gebeuren voor een gedeelte van de kredietovereenkomst, terwijl de rest van het krediet het voorwerp zou uitmaken van periodieke aflossingen. Het meest voorkomende toegevoegd contract is de gemengde levensverzekeringsovereenkomst.

    De bepaling verduidelijkt dat het toegevoegd contract geen contract is voor een nevendienst bij de kredietovereenkomst noch een gebundelde verkoop. Het ontsnapt zodoende aan het verbod dat is bepaald door artikel VII.147. De wedersamenstelling kan dus gebeuren bij de kredietgever of bij een derde die hij aanduidt. Deze uitzondering is mogelijk omdat de kredietgever vertrouwen moet kunnen hebben in de derde die het geleidelijk wedersamengestelde kapitaal zal beheren tot het einde van het krediet. Het is de derde die, op het einde van het krediet, het bedrag zal moeten teruggeven dat de terugbetaling van het krediet zal toelaten. Dit wordt bepaald door artikel VII.135, § 1, lid 5: wanneer de wedersamenstelling bij een derde gebeurt, wordt de wedersamenstellende derde de enige schuldenaar van het wedersamengestelde kapitaal ten aanzien van de kredietgever.

     

     

     

    Wedersamengesteld kapitaal

    Het wedersamengestelde kapitaal is de afkoopwaarde van het toegevoegd contract, d.i. de afkoopwaarde of het gevormd kapitaal in geval van een levensverzekerings- of kapitalisatieovereenkomst of het reeds gespaarde kapitaal in de andere gevallen van spaarovereenkomsten (VII.135, § 1, lid 3).

     

     

     

    Modaliteiten van de wedersamenstelling

    De wedersamenstelling mag niet slaan op een bedrag dat groter is dan het kapitaal (P. Heymans is van oordeel dat dit moet worden begrepen als het nettobedrag na aftrek van de fiscale impact bij de betaling van het wedersamengestelde kapitaal ("Contrats d’assurance adjoints, annexés et services accessoires", op. cit., p. 321, nr. 19).

    Na een gedeeltelijke terugbetaling moet de wedersamenstelling beperkt worden tot het nog terug te betalen kapitaal (VII.135, § 2). De duur van de wedersamenstelling moet overeenstemmen met de looptijd van het krediet. Wanneer de duur bepaald voor de wedersamenstelling langer is dan de looptijd van de kredietovereenkomst, heeft de consument het recht te eisen dat de kredietgever het krediet verderzet, tot op het ogenblik dat het kapitaal wedersamengesteld is, zonder enige vergoeding of renteverhoging (VII.135, § 4).

     

     

     

    Opeisbaarheid van het wedersamengestelde kapitaal en toerekening op de kredietovereenkomst

    Het wedersamengesteld kapitaal wordt eisbaar, ofwel op de vervaldag van de kredietovereenkomst, ofwel, indien de consument vroegtijdig terugbetaalt, op het ogenblik dat de consument dit recht uitoefent door toepassing van de wet of in uitvoering van een recht dat de overeenkomst hem toekent (VII.136). De uitoefening door de consument van zijn recht om vroegtijdig terug te betalen wordt bepaald in artikel VII.147/11. Wanneer de wedersamenstelling gebeurt bij de kredietgever, wordt het wedersamengestelde kapitaal gecompenseerd met de schuldvordering van de kredietgever op de consument, tenzij de consument beslist om terug te betalen door middel van eigen middelen en het wedersamengestelde kapitaal niet of slechts gedeeltelijk aan te wenden (VII.147/11).

    In geval van wettelijke of gerechtelijke ontbinding of in geval van faillissement van de kredietgever, wordt het wedersamengestelde kapitaal bij schuldvergelijking aangewend voor de vermindering van de schuldvordering van de kredietgever zonder dat enige vergoeding verschuldigd is (VII.135, § 1). Wanneer de wedersamenstelling gebeurt bij een derde, wordt de wedersamenstellende derde de enige schuldenaar van het wedersamengestelde kapitaal ten aanzien van de kredietgever. In dat geval oefent de kredietgever de rechten uit van de consument tegenover de wedersamenstellende derde (VII.135, § 1, laatste lid).

     

     

     

    Berekening van de debetrente in geval van wedersamenstelling

    In geval van wedersamenstelling wordt de debetrente berekend op het kapitaal of, na een gedeeltelijke terugbetaling, op het nog terug te betalen kapitaal (VII.144).

     

     

     

    Ontbindend beding of verval van de termijnbepaling

    Het ontbindend beding dat is bepaald in geval van gebrek aan betaling van twee termijnbedragen of van een som van 20% van het totale verschuldigde bedrag is toegelaten voor de overeenkomsten met wedersamenstelling, binnen de voorwaarden bepaald in artikel VII.147/20, 1°. De kredietovereenkomst kan dus een ontbinding van rechtswege bepalen indien de consument in gebreke blijft twee premies te betalen van de levensverzekeringsovereenkomst die is toegevoegd aan de kredietovereenkomst.

     

    Het wedersamengesteld kapitaal wordt eisbaar op het ogenblik dat het krediet de vervaldag bereikt of wanneer de consument gebruik maakt van zijn wettelijk of bedongen recht het kapitaal terug te betalen (VII.136). De opeisbaarheid van rechtswege in geval van verval van de termijn of van ontbinding ten laste van de consument is niet voorzien. Integendeel, artikel VII.147/15, § 3 verbiedt de kredietgever de afkoop van een toegevoegd contract te zijnen gunste te bedingen behalve voor het geval de opbrengst van de verkoop van het in waarborg gegeven onroerend goed hem niet toelaat de terugbetaling van zijn krediet te bekomen. Hieruit volgt dat, na ontbinding van de kredietovereenkomst en buiten het geval dat wordt beoogd door deze bepaling, de consument het recht behoudt om te beslissen om het (per hypothese gedeeltelijk) wedersamengesteld kapitaal al dan niet aan te wenden voor de terugbetaling van het opeisbaar geworden krediet. De beslissing betreffende het gebruik van het kapitaal is dus een persoonlijk recht van de consument (C. BIQUET-MATHIEU, "Le capital et les intérêts", in Le crédit hypothécaire au consommateur, Larcier 2017, p. 279; P. Heymans, "Contrats d’assurance adjoints, annexés et services accessoires", op.cit., p. 326). Het gebruik van het wedersamengestelde kapitaal voor de vervaldag van het toegevoegd contract kan overigens zeer zware fiscale gevolgen hebben voor de consument.

     

     

     

    Advies van de administratie

    Krediet door wedersamenstelling en raadgevingsplicht in het kader van de wet van 4 augustus 1992

     

     

    Vervroegde terugbetaling

    Wanneer hij beslist om (geheel of gedeeltelijk) vervroegd terug te betalen, kan de consument (VII.147/11, § 3):

    • wanneer het gaat om een gehele terugbetaling, het wedersamengestelde kapitaal er geheel of gedeeltelijk toe aanwenden of het niet aanwenden
    • wanneer het gaat om een terugbetaling van een fractie van de gehele terugbetaling, dezelfde fractie van het wedersamengestelde kapitaal er geheel of gedeeltelijk toe aanwenden of niet aanwenden.

    Bovendien heeft de consument het recht het niet meer toegevoegd gedeelte van zijn contract te doen in aanmerking nemen om de premies van het contract te verminderen tot hetgeen nodig is om het toegevoegd gedeelte in stand te houden (VII.147/11, § 3, in fine). De consument kan dus van de kredietgever of van de derde bij wie het kapitaal wedersamengesteld is een vermindering eisen van de premies van het toegevoegde contract zodat het bedrag van het weder samen te stellen kapitaal steeds op het niveau van het ontleende kapitaal blijft.

    De vergoeding die bepaald is in geval van vervroegde terugbetaling moet berekend worden op het vervroegd terugbetaalde kapitaal maar van dit kapitaal moet het gedeelte van het wedersamengestelde kapitaal worden afgetrokken dat de consument zou gerechtigd zijn aan te wenden voor de terugbetaling maar dat hij beslist te behouden. Geen enkele vergoeding is verschuldigd in geval van een terugbetaling na overlijden, in uitvoering van een aangehecht of toegevoegd contract (VII.147/12, § 2, 2°).

     

     

     

    Burgerlijke sancties (VII.214/1)

    Wanneer, ten gevolge van de niet-naleving van artikel VII.134, § 3, 5°, het niet mogelijk is om de bedragen te bepalen van de aflossende of wedersamenstellende betalingen, is de consument er niet toe gehouden deze betalingen te doen. Wanneer het niet mogelijk is om de tijdstippen en de voorwaarden te bepalen waaronder de periodieke lasten, de interesten of de wedersamenstellende betalingen verschuldigd zijn, is de consument er enkel toe gehouden ze te betalen op de verjaardagen van het krediet.