www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.147/25: Terugname van het goed waarvan de prijs reeds voor 40% betaald is (HK)

     

    Artikel VII.147/25

     1. Wanneer de consument reeds sommen gelijk aan ten minste 40 % heeft betaald van de prijs bij contante betaling van een goed dat het voorwerp is, hetzij van een beding van eigendomsvoorbehoud, hetzij van een pandbelofte met onherroepelijke volmacht, kan dit goed niet worden teruggenomen dan op grond van een gerechtelijke beslissing, of van een schriftelijke overeenkomst, gesloten na een ingebrekestelling bij een aangetekende zending.
      De kredietgever moet binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de verkoopsdatum van het gefinancierde goed de verkregen prijs ter kennis brengen van de consument en hem het teveel gestorte terugstorten.
      § 2. In geen geval mag een lastgeving of een akkoord gesloten met het oog op de terugname van een goed gefinancierd door een kredietovereenkomst leiden tot een ongerechtvaardigde verrijking.

     

     

    Terugname van het gefinancierde goed bij niet-uitvoering van de kredietovereenkomst

    Wanneer de consument een betalingsachterstand heeft, zal de kredietgever met naleving van de wettelijke voorwaarden proberen zijn vordering te innen.

    Indien het krediet is bestemd voor de financiering van de aankoop van een goed, bestaat een van de oplossingen erin het gefinancierde goed terug te nemen om het te verkopen. Wanneer de eigendom van het goed nog niet aan de consument is overgedragen, mag volgens het gemeen recht de verkoper het goed in der minne terugnemen, of, indien de schuldenaar zich hiertegen verzet, een procedure inleiden ter terugvordering van het goed.

    Artikel VII.147/25 bepaalt de voorwaarden en modaliteiten waarbij een door de kredietgever gefinancierd goed mag worden teruggenomen indien de consument in gebreke blijft. Om te vermijden dat te snel naar die maatregel wordt gegrepen, bepaalt artikel VII.147/25 dat wanneer de consument reeds 40% van de prijs bij contante betaling heeft betaald van een goed dat het voorwerp uitmaakt van een beding van eigendomsvoorbehoud of een pandbelofte met onherroepelijke volmacht, dit goed enkel door de kredietgever mag worden teruggenomen op grond van een gerechtelijke beslissing of middels een schriftelijke overeenkomst, gesloten na een ingebrekestelling bij ter post aangetekend schrijven.

     

     

    Beding van eigendomsvoorbehoud of pandbelofte met onherroepelijke volmacht

    Artikel VII.147/25 is van toepassing telkens de kredietgever het gefinancierde goed wil terugnemen krachtens een beding van eigendomsvoorbehoud. Dat beding kan zijn opgenomen in het contract van verkoop op afbetaling of in een overeenkomst voor contante verkoop waarvoor de kredietgever, derde bij de verkoop, een betaling heeft verricht met indeplaatsstelling bij de storting van het bedrag van de lening aan de verkoper. Artikel VII.147/25 is eveneens van toepassing, volgens de bewoordingen ervan, op de terugname van het goed krachtens een pandbelofte met onherroepelijke volmacht.

     

     

    Voorwaarde van de bescherming: ten minste 40% van de prijs bij contante betaling hebben betaald

    De bescherming van artikel VII.147/25 is slechts van toepassing in zoverre de consument bedragen heeft betaald gelijk aan ten minste 40% van de prijs bij contante betaling. Deze voorwaarde was reeds opgenomen in de wet van 1991. De rechtsleer stelde zich toen de vraag of, om aan deze voorwaarde te voldoen, niet enkel rekening moest worden gehouden met het vereffende kapitaalgedeelte of dat de consument zich daarentegen kon beroepen op alle betalingen verricht in hoofdsom, intresten en andere bijkomende kosten. Noch de wet van 1991, noch die van 2003 biedt hierover uitsluitsel. Rekening houdend met het feit dat de prijs bij contante betaling echter noodzakelijk een prijs in kapitaal is, moet worden afgeleid dat enkel met het kapitaalgedeelte van de verrichte betalingen rekening moet worden gehouden om te bepalen of de grens van 40% is bereikt.

    Dit is overigens de enige oplossing om op objectieve wijze te bepalen welk bedrag “reeds betaald” moet zijn om te kunnen genieten van de bescherming van artikel VII.147/25, zonder dat dit bedrag afhankelijk is van het door de kredietgever toegepaste percentage (R. STEENNOT, "De totstandkoming en de inhoud van de overeenkomst onder de nieuwe Wet consumentenkrediet", D.C.C.R., 2004, p. 36). De kredietgever moet er dus op toezien dat in de ontvangen termijnbetalingen het kapitaal en de intresten worden uitgesplitst, teneinde na te gaan of het reeds betaalde bedrag overeenkomt met 40% van de prijs bij contante betaling. De berekening is thans eenvoudiger geworden omdat de aflossingstabel bij de overeenkomst moet worden gevoegd en het dus mogelijk is op elk ogenblik het verschuldigd blijvende saldo in kapitaal te bepalen.

     

     

    Rechten van de consument wanneer hij niet minstens 40% van de prijs bij contante betaling heeft betaald

    De kredietgever kan een procedure van beslag tot terugvordering instellen. Het goed kan in dat geval slechts rechtstreeks worden verkocht ten gevolge van een beslissing ten gronde. De consument krijgt dus de kans om zijn argumenten voor een rechter aan te voeren vooraleer het goed wordt verkocht en bij die gelegenheid zelfs gerechtelijke afbetalingstermijnen aan te vragen.

     

     

    Formele voorwaarden voor de terugname van het goed

    Wanneer aan de toepassingsvoorwaarden van artikel VII.147/25 is voldaan, kan de terugname enkel plaatsvinden na schriftelijke instemming van de consument, die moet worden voorafgegaan door een aangetekende ingebrekestelling vanwege de kredietgever. Indien de consument schriftelijk weigert in te stemmen met de terugname van het goed, moet de kredietgever zich tot een rechter wenden om de toestemming te verkrijgen het goed terug te nemen.

    Zo zijn drie formele fases voorzien:

    • de kredietgever moet de consument bij ter post aangetekend schrijven in gebreke stellen hem het goed terug te geven;
    • na deze ingebrekestelling moet de kredietgever de schriftelijke toestemming van de consument verkrijgen;
    • indien de consument niet reageert, moet de kredietgever voor de rechtbank de toestemming verkrijgen om het goed aan te slaan of terug te nemen.

     

     

    Verbod op ongerechtvaardigde verrijking

    Artikel VII.147/25, § 2 verbiedt elke ongerechtvaardigde verrijking door de kredietgever. Teneinde de consument toe te laten te controleren of aan deze voorwaarde is voldaan, bepaalt artikel VII.108, §1, 2e lid dat de kredietgever binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de verkoopdatum van het gefinancierde goed de verkregen prijs ter kennis moet brengen van de consument en hem het teveel gestorte moet terugstorten.

    Wederverkoop aan een spotprijs, schending van de plicht tot goede trouw

    • Er werd geoordeeld dat, wanneer de kredietgever, in de plaats gesteld van de rechten van de verkoper, de zaak die hij van de consument heeft teruggenomen aan een zeer lage of duidelijk ontoereikende prijs verkoopt in uitvoering van een beding van eigendomsvoorbehoud, hij de waarde van het goed, dat dient tot waarborg van zijn schuldvordering, op ongeoorloofde wijze doet dalen, de verplichting van goede trouw schendt, die aan de contracterende partijen is opgelegd krachtens artikel 1134, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek alsook de verplichting van elke schuldeiser om alles in het werk te stellen teneinde de schuld van zijn schuldenaar niet te verzwaren (Vred. Verviers I – Herve, 19 november 2002, Jaarboek Kredietrecht 2002, 175).

     

     

    Sancties

    De niet-naleving van de formaliteiten inzake de terugname van het goed bepaald in artikel VII.147/25, wordt door artikel XV.90, 4° beteugeld. Er is voorzien in een burgerrechtelijke sanctie in artikel VII.214/7, dat in dat geval voorziet in de ontbinding van de kredietovereenkomst en de verplichting voor de kredietgever om alle gestorte bedragen terug te betalen binnen dertig dagen. Deze sanctie is zowel van toepassing op de formaliteiten voorafgaand aan de terugname van het goed als dusdanig (ingebrekestelling, schriftelijk akkoord of toelating door de rechter) als op de formaliteiten die bij de verkoop van het goed van toepassing zijn (kennisgeving aan de consument van de verkregen prijs, verbod op ongerechtvaardigde verrijking).