www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.125 - Prospectus

    De wettelijke bepaling

    De kredietgever en, desgevallend de kredietbemiddelaar, zorgen er te allen tijde voor om algemene, duidelijke en begrijpelijke informatie over kredietovereenkomsten, onder de vorm van een prospectus, kosteloos beschikbaar te stellen op een duurzame drager of in een elektronische vorm.
      Deze algemene informatie omvat ten minste het volgende:
      1° de identiteit en het geografisch adres van de informatieverstrekker;
      2° de doeleinden waarvoor het krediet mag worden gebruikt;
      3° de vormen van zekerheid alsmede, desgevallend, de vermelding dat de zekerheid zich ook in een andere lidstaat mag bevinden;
      4° de mogelijke duur van de kredietovereenkomsten;
      5° de beschikbare soorten debetrentevoeten, met een aanduiding of ze vast, veranderlijk of beide zijn, met een korte beschrijving van de kenmerken van een vaste en veranderlijke rentevoet, met inbegrip van de gevolgen voor de consument. Deze rentevoeten alsook de eventuele kosten en vergoedingen mogen afzonderlijk bij de prospectus worden gevoegd op voorwaarde dat die bijvoeging gedagtekend is en vermeld wordt in de prospectus zelf en er een nieuw representatief voorbeeld wordt vermeld;
      6° indien kredietovereenkomsten in vreemde valuta's beschikbaar zijn, de aanduiding van de vreemde valuta of valuta's, met een toelichting bij de gevolgen voor de consument wanneer het krediet wordt uitgedrukt in een vreemde valuta;
      7° een representatief voorbeeld van het kredietbedrag, de totale kosten van het krediet voor de consument, het totale door de consument te betalen bedrag en het jaarlijkse kostenpercentage. De Koning stelt criteria vast voor het bepalen van dat voorbeeld.
      Het kredietbedrag en de duur zijn gebaseerd op het kredietbedrag en de duur die, naargelang het soort van kredietovereenkomst dat in de prospectus wordt opgenomen, representatief zijn voor de aanbiedingen van de kredietgever of de kredietbemiddelaar of, desgevallend, voor de producten of diensten van de verkoper. Indien er meerdere soorten van kredietovereenkomsten tegelijkertijd worden aangeboden dient er voor iedere soort kredietovereenkomst een afzonderlijk representatief voorbeeld te worden gegeven;
      8° een aanduiding van mogelijke bijkomende kosten die niet in de totale kosten van het krediet voor de consument zijn opgenomen te betalen in samenhang met de kredietovereenkomst;
      9° de verschillende beschikbare opties om het krediet aan de kredietgever terug te betalen, met inbegrip van het termijnbedrag en de betalingstermijnen;
      10° desgevallend een duidelijke en beknopte verklaring dat de naleving van de bepalingen en de voorwaarden van de kredietovereenkomsten geen garantie vormt voor de terugbetaling van het opgenomen kredietbedrag;
      11° een beschrijving van de rechtstreeks aan een vervroegde terugbetaling verbonden voorwaarden;
      12° de eventuele noodzaak om het onroerend goed te laten schatten en, desgevallend, wie verantwoordelijk is dat deze schatting wordt uitgevoerd, en of daaraan voor de consument kosten zijn verbonden;
      13° een aanduiding van de nevendiensten die de consument verplicht is te onderschrijven om het krediet te bekomen en, desgevallend, de precisering dat deze diensten kunnen verworven worden bij een andere leverancier dan de kredietgever;
      14° een algemene waarschuwing betreffende de mogelijke gevolgen bij niet eerbiediging van de verbintenissen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.
      Daarnaast omvat de algemene informatie ook:
      1° een beschrijving van de soorten kredieten die de kredietgever toestaat of waarvoor de kredietbemiddelaar bemiddelt;
      2° het tarief van de gevraagde kosten en vergoedingen;
      3° de aard van de overeenkomsten waarvan de kredietgever of, desgevallend, de kredietbemiddelaar, de aanhechting eist;
      4° de datum vanaf wanneer de prospectus van toepassing is;
      5° een aanduiding van het tarief van de rentevoeten, waaronder:
      a) een aanduiding van de periodieke rentevoeten;
      b) de overeenstemmende debetrentevoeten;
      c) alle eventuele verminderingen en vermeerderingen die de kredietgever op een algemene en gebruikelijke wijze toekent of oplegt;
      d) de toekenningsvoorwaarden van de hierboven vermelde verminderingen en vermeerderingen;
      e) de met toepassing van artikel VII.143 gebruikte referte-indexen;
      6° de identiteit en het adres van de verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevensbestanden die zullen geraadpleegd worden.
      De partijen kunnen van de prospectus afwijkende verminderingen of vermeerderingen overeenkomen indien deze voordeliger zijn voor de consument of op zijn initiatief onderhandeld werden.
      De Koning kan de lijst inzake informatie te verstrekken in het raam van de prospectus uitbreiden.

    Commentaar

     

    Ratio legis

    Deze bepaling is de omzetting van artikel 13 van richtlijn 2014/17/EU. Ze is ingegeven door de vaststelling in considerans 38:

    In reclame is doorgaans slechts sprake van een of meer specifieke producten, terwijl consumenten hun beslissingen moeten kunnen nemen met volle kennis van het aanbod aan kredietproducten. In dat verband is algemene voorlichting van groot belang om de consument te informeren over het hele assortiment aan producten en diensten dat wordt aangeboden, alsook over de belangrijkste kenmerken daarvan. Consumenten moeten daarom te allen tijde toegang hebben tot algemene voorlichting over de beschikbare kredietproducten. Hoewel dit voorschrift niet geldt voor niet-verbonden kredietbemiddelaars, doet dit geen afbreuk aan hun verplichting consumenten geïndividualiseerde precontractuele informatie te verstrekken.

    De wet van 4 augustus 1992 eiste reeds van de kredietgevers dat zij een prospectus ter beschikking zouden houden van de consumenten (zie artikel 47, § 2 van de wet van 4 augustus 1992). De Belgische wetgever heeft ervoor gekozen om de verplichting tot verstrekking van de prospectus uit te breiden tot alle kredietbemiddelaars, met inbegrip van de kredietmakelaars, die hierdoor moeten beschikken over prospectussen voor de verschillende kredietgevers bij wie zij kredietaanvragen kunnen indienen.  Zie de memorie van toelichting van de wet van 22 april 2016.

     

    Kenmerken

    Elke kredietgever (en dus elke verbonden agent) en elke bemiddelaar (en dus elke kredietmakelaar) moet over een document beschikken dat de verschillende kredietvormen beschrijft die hij aanbiedt. Het is een document met algemene informatie. Het is niet aangepast aan de bijzondere behoeften van een bepaalde consument. Het moet beschikbaar zijn voor elke consument die het zou aanvragen. Het is gratis. De prospectus moet worden verstrekt op een duurzame drager (hetgeen uiteraard een papieren document behelst) maar het kan worden meegedeeld in elektronische vorm, bijvoorbeeld door verwijzing naar een site van de kredietgever (R. Steennot, « Le formalisme d’information et de conclusion du contrat », in Crédit aux consommateurs et aux P.M.E., CUP, vol. 170, Larcier 2016, p.94. S. DAVIDTS en B. CAULIER, « De la publicité à l’offre de crédit », in Le crédit hypothécaire au consommateur. Etat de la question, Larcier 2017, p. 117-146, p. 127). De informatie die het bevat moet duidelijk en begrijpelijk geformuleerd worden. De financiële voorwaarden die aangekondigd worden in de prospectus zijn bindend voor de kredietgever. Er kan evenwel van worden afgeweken indien de afwijkingen gunstiger zijn voor de consument of indien zij op zijn initiatief onderhandeld werden.



    Inhoud van de prospectus

    Het Wetboek vermeldt de informatie die de prospectus ten minste moet bevatten. De Koning kan de lijst ervan uitbreiden. Om terugkerende bijwerkingen te vermijden staat de wet de kredietgever toe om de informatie betreffende de rentevoeten en de kosten en vergoedingen te vermelden in de vorm van een afzonderlijk document op voorwaarde dat die bijvoeging gedagtekend is en vermeld wordt in de prospectus zelf en er een nieuw representatief voorbeeld wordt vermeld (VII.125, lid 1, 5°).

    De administratie vestigt de aandacht van de kredietgevers op de noodzaak van een duidelijke communicatie in geval van een variabele rentevoet. De variatiemarge moet in het bijzonder worden benadrukt en de maximumrentevoet moet worden duidelijk gemaakt. Indien, zoals nagenoeg altijd het geval is, de stijging van de maximale rentevoet het dubbel van de vigerende rentevoet niet mag overschrijden (door toepassing van de regel van de identieke variatiemarge, zowel in stijgende als in dalende lijn), is het opportuun dit te verduidelijken.

    In de prospectus die, op zich, zuiver informatief is, moet de kredietgever de aandacht van de consument vestigen op de bijzondere implicaties van het krediet dat wordt toegestaan in vreemde valuta. Betreffende dit precieze punt moet de prospectus de informatie benadrukken die eerder lijkt te vallen onder raadgeving of waarschuwing. Hetzelfde geldt voor de waarschuwing in punt 14, d.w.z. de algemene waarschuwing betreffende de mogelijke gevolgen van niet-naleving van de aan de kredietovereenkomst verbonden verplichtingen.

    Indien het hypothecair krediet betrekking heeft op een krediet met kapitaalopbouw dat een risico inhoudt, moet de prospectus een duidelijke en beknopte verklaring bevatten dat de naleving van de bepalingen en de voorwaarden van de kredietovereenkomsten geen garantie vormt voor de terugbetaling van het opgenomen kredietbedrag (artikel VII. 125, lid 2, 10°).

    De verminderingen ten opzichte van de aangeduide rentevoet zijn een gebruikelijke praktijk inzake hypothecair krediet. In dit opzicht legt artikel VII.125, derde lid 5 c) + d), de verplichting op om in de prospectus alle eventuele verminderingen en vermeerderingen die de kredietgever op een algemene en gebruikelijke wijze toekent of oplegt alsook de toekenningsvoorwaarden van de hierboven vermelde verminderingen en vermeerderingen te vermelden.

     

     

    Hoe kan de beschikbaarheid te allen tijde verzekerd worden?

    Kan de kredietgever of de bemiddelaar zich beperken tot het plaatsen van deze documenten op zijn website? Moeten zij eveneens beschikbaar zijn op een papieren drager in de agentschappen? Zo ja, moeten zij vrij toegankelijk zijn of moeten wij worden overhandigd indien de consument dit vraagt? Zo neen, mogen de agentschappen zich beperken tot de vermelding in hun agentschappen dat deze documenten bereikbaar zijn?

    Artikel VII.125 neemt artikel 13, paragraaf 1 van de richtlijn exact over. De informatie moet beschikbaar zijn (Make available). Het beschikbaar maken van de informatie is een passieve houding, in tegenstelling tot de verplichting om de informatie te verstrekken. Er wordt geen enkel onderscheid gemaakt tussen het kredietaanbod in een agentschap of op internet; maar de prospectus moet te allen tijde beschikbaar zijn.  Daaruit kan men afleiden dat hij niet alleen "op verzoek" van de consument beschikbaar moet zijn, maar, zichtbaar, ter beschikking moet zijn van die laatste in de ruimten die voor hem toegankelijk zijn. De papieren drager is niet in alle gevallen vereist. Een andere drager is eveneens mogelijk naargelang de wijze van benadering van de consument (via de site of via het verkooppunt).

    De algemene directie van de economische inspectie heeft het volgende standpunt ingenomen:

    "De wetgever legt geen bepaalde gegevensdrager op, het is dus niet verplicht om deze documenten af te drukken en ze in een display te plaatsen. De onderneming kan kiezen tussen een “duurzame gegevensdrager” en “in een elektronische vorm”. Onder “elektronische vorm” verstaat de wetgever de terbeschikkingstelling op de website van de onderneming.

    Indien de onderneming ervoor kiest ze ter beschikking te stellen in de voor het publiek toegankelijke kantoren, moeten ze “voortdurend ter beschikking zijn”, dit wil zeggen dat de consument zelf toegang moet hebben tot die documenten zonder daarom te moeten verzoeken. Traditioneel worden die documenten dan afgedrukt en ter beschikking gesteld in een display dat toegankelijk is in de wachtzaal maar de wet legt geen terbeschikkingstelling in papieren formaat op. De onderneming zou ze eveneens ter beschikking kunnen stellen via een elektronische paal waarop de consument deze documenten kan raadplegen en er een kopie van kan vragen per mail of op USB-sleutels die vrij ter beschikking worden gesteld van de consument, …

    Indien de onderneming ervoor kiest deze documenten ter beschikking te stellen op zijn website, is het aanbevolen dat zij op zichtbare wijze in  haar agentschap vermeldt dat deze documenten beschikbaar zijn op haar site en dat zij het precieze adres verstrekt waar de consumenten ze kunnen raadplegen. Op de website moeten deze documenten gemakkelijk toegankelijk en vrij downloadbaar zijn. De consument moet geen persoonsgegevens ingeven of “een account aanmaken” om deze documenten te verkrijgen.

    Algemeen, wanneer de onderneming over een website beschikt, is het aanbevolen, zonder dat het een wettelijke verplichting betreft, dat de prospectus en de tarievenlijst daar eveneens op voorkomen zelfs indien deze ter beschikking zijn in het agentschap.”