www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.123, § 2 - Verboden reclamepraktijken

     

     

     

    Commentaar

    Artikel 123, § 2 is een kopie van artikel VII.65 inzake consumentenkrediet. Het enige verschil is de toevoeging van punt 9 in het tweede lid van de besproken bepaling. Dit punt is de omzetting van de tweede zin van artikel 10 van richtlijn 2014/17/EU: Met name wordt [door de lidstaten] verboden bewoordingen te gebruiken die bij de consument valse verwachtingen kunnen scheppen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van een krediet. Deze bepaling parafraseert het reclameverbod, als misleidende handelspraktijk, vermeld in artikel VI.95.

     

     

     

    VII.123, § 1: Specifiek gerichte reclame

    Hetgeen de wetgever wil verbieden, is reclame die ertoe strekt een consument aan te trekken die al moeilijkheden ondervindt om zijn verbintenissen na te komen. Deze voorwaarde wordt beoordeeld vanuit het standpunt van de consument en van zijn perceptie van de aan hem gerichte reclameboodschappen. Het is vereist en het volstaat dat het door de wet verboden element wordt aanzien als één van de elementen die de reclameboodschap wil aanvoeren. De boodschap moet in haar geheel worden onderzocht en er moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waarin ze verspreid wordt (doelpubliek, gebruikt medium, enz.). Deze reclame is verboden en kan dus gesanctioneerd worden zelfs indien de kredietgever zou aantonen dat hij de wet voor het sluiten van overeenkomsten met consumenten die worden aangetrokken door de reclame heeft nageleefd of dat de kredietovereenkomsten zouden zijn gesloten in het belang van de consument.

     

    VII.123, § 1, 1°: Reclame die de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, aanzet tot het opnemen van krediet.

    In dit eerste geval wordt de reclame vermoed onrechtmatig te zijn, ongeacht de draagwijdte van de communicatie. Moet dus beschouwd worden als verboden, elke reclame voor een kredietovereenkomst die specifiek gericht is op de consument die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden. De parlementaire voorbereiding verstrekt enkele voorbeelden: financiële moeilijkheden ? Wij zijn daar ... zelfs werklozen, bestaansminimumtrekkers, zelfs indien geschil/betalingsachterstand, zelfs indien elders geweigerd, zelfs indien geregistreerd bij de Nationale Bank, leningen in het bijzonder voor geschil enz (Parl. St., Kamer, 2002/2003, 1730/001, p. 14). In een vroegere versie van de tekst kwamen ook de volgende slogans voor om dit verbod te illustreren: "Geldvoorraad beschikbaar op elk ogenblik, zelfs indien geen onmiddellijk gebruik in zicht", "Beschik nu over een geldvoorraad voor uw toekomstige noden", "Steeds een geldvoorraad bij zich. Wat een gemak !" Ten gevolge van het verzet van de vertegenwoordigers van de Productie, de Distributie en de Middenstand in de Raad voor het Verbruik, komen deze slogans niet meer voor in de memorie van toelichting (Advies van 22 april 1998 van de Raad voor het Verbruik over het voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991, art. 6 § 1, lid 1).

    De administratie heeft de volgende slogans geweigerd die niet gepaard gingen met enige andere vermelding:

    • "eigenaar in moeilijkheden, wij hebben een oplossing om u te helpen" ;
    • "Même si refusé ailleurs" (Zelfs indien elders geweigerd);
    • "fichage, contentieux, dette privée..." ;
    • "même avec contentieux ou prêts en cours"  (zelfs met rechtszaken of lopende leningen);
    • "vous êtes fichés ou prêts en cours, acceptons des prêts malgré tout" (u bent geregistreerd of met lopende kredieten, laten we toch leningen aanvaarden");
    • "regroupement, contentieux, saisies, ..." ;
    • "prêt pour toute personne en difficulté même si pas propriétaire" ;
    • "problème de remboursement"; "contentieux bienvenus" ;
    • "même chômeur, contentieux, invalides".

     

    VII.123, § 1, 2° en 3°: De reclame benadrukt het gemak of de snelheid waarmee het krediet kan worden verkregen

    Het betreft in werkelijkheid gevallen die het eerste geval ontwikkelen. Zij strekken er dus toe de consument te beschermen die in moeilijkheden is en die dus bijzonder vatbaar is, gelet op zijn situatie, om te zwichten voor de reclameboodschappen. De criteria van artikel VII.65, § 1, 2° en 3° zijn niet cumulatief.

    Tweede en derde geval - parlementaire voorbereidingWorden aldus bedoeld de aankondigingen die op overdreven wijze het gemak (« geen onderzoek »), de snelheid, de discretie, benadrukken met dewelke men een krediet kan bekomen. Idem dito voor wat de aankondigingen betreft die op onrechtmatige wijze aansporen tot « hergroepering » of « centralisatie » van lopende kredieten, die de kredietverlening voorstellen als zijnde reeds toegewezen, of die de passie voor het geld dat via een krediet beschikbaar is, uitbuiten (Parl. St., Kamer, 2002/2003, 1730/001, p. 15). Wij herinneren er in dit opzicht aan dat het onrechtmatige (of overdreven) karakter niet meer vereist is sinds de hervorming die werd doorgevoerd door de wet van 13 juni 2010.

     De administratie heeft geoordeeld dat in de volgende gevallen de vereisten van de wet niet werden nageleefd: 

    • Een reclamecampagne voor pre-embossed kaarten X (dit wil zeggen reeds klaargemaakt op naam van bepaalde klanten) die de indruk gaf dat het krediet zonder voorwaarden werd verleend omdat de vermelding onder voorbehoud van aanvaarding niet duidelijk genoeg was weergegeven (onrechtmatige benadrukking van het gemak).
    • De reclame die consumenten verkeerdelijk deed geloven dat ze binnen achtenveertig uur over 5.000 EUR konden beschikken zonder administratieve formaliteiten waarbij werd aangegeven dat de nodige stappen voor het grootste deel telefonisch konden worden ondernomen (misleidende nadruk op de snelheid en het gemak).
    • De vermelding “bezoek bij u thuis op aanvraag” die doet vermoeden dat een gewoon telefoontje volstaat, terwijl leurhandel verboden is behalve als de consument voordien een schriftelijke aanvraag heeft ingediend (misleidende nadruk op het gemak).
    • Kader: Kredietopening : uw geldreserve van 1.250 EUR tot 7.500 EUR. Besteed ze in uw eigen tempo ! Zonder beperking in de tijd, noch inzake betalingen. UW GELD OP UW REKENING BINNEN DE 48 UUR (onrechtmatige nadruk op het gemak en de snelheid en het gemak).
    • De vermelding "Dezelfde dag op uw woonplaats" (Ministerieel sanctioneringsbesluit, Jaarboek Kredietrecht, 2006, 108): die er op misleidende wijze de nadruk op legt dat het krediet snel kan worden verkregen. Daarenboven is deze vermelding bedrieglijk in de zin van boek VI aangezien ze doet vermoeden dat in alle gevallen het geld “op dezelfde dag” “bij de consument thuis” ter beschikking wordt gesteld.
    • De mail die door een kredietgever aan een klant wordt gestuurd met een betalingsachterstal van twee maandaflossingen om hem voor te stellen op een nieuw krediet in te tekenen, omvattende de betalingsachterstal en een nieuwe kredietverlening, teneinde de onbetaalde termijnen uit te stellen.

    De administratie heeft bovendien standpunt ingenomen wat betreft de volgende slogans die niet waren vergezeld van enige andere aanduiding.

    • Werden beschouwd als te algemeen (zonder rechtstreekse band met de kredietverlening) om in strijd te zijn met de WCK:
      • "Voor uw aanvraag is een eenvoudig telefoontje voldoende";
      • "24/7 tot uw dienst";
      • "gratis opbel (avonden en weekenden)";
      • "met de toegevoegde snelheid";
      • "droom, wij doen de rest";
      • "snelle behoefte aan geld";
      • "voor iedereen";
      • "snelle krediet beslissing";
      • "beslissing binnen het uur";
    • "Wij komen naar u toe", "wij komen op eenvoudig verzoek".: de slogan is niet in strijd met de WCK, onder voorbehoud van de controle van de toepassing van de bepalingen betreffende de leurhandel
    • "7j/7", "avond en week end", "non-stop", : deze slogans worden beschouwd als bedrieglijk in de zin van [boek VI]  aangezien de Centrale voor Kredieten aan Particulieren die moet worden geraadpleegd, slechts 6 dagen op 7 (en 5 zondagen per jaar) is geopend en deze niet ’s nachts kan worden geraadpleegd. Er dient verduidelijkt dat het slechts gaat om een beschikbaarheid voor het indienen van aanvragen, aangezien de kredietverlening op een zondag onmogelijk is indien de aanvraag op dezelfde dag is gedaan.
    • Mogelijk op eenvoudig aanvraag"; "mogelijk op een eenvoudig telefoontje"; "een eenvoudig telefoontje is genoeg"; "uw geld in de hand in 24 uur"; "uw geld in de dag"; "het geld op uw rekening binnen 24 uur"; "een eenvoudig telefoontje is genoeg of gewoon een e-mail"; uw tegoed binnen 24 uur"; "lenen in uw stoel, een eenvoudig telefoontje is genoeg"; "ok zelfs met lopende kredieten"; "om het even welke reden, uw geld dezelfde dag"; "snel antwoord, om het even welke bedragen, om het even welke redenen, de telefoon is gratis". Deze slogans worden beschouwd als strijdig met [boek VI] aangezien artikelen VII.69,VII.70,VII.70 en VII.113 verhinderen dat een krediet in alle omstandigheden snel kan worden toegekend. Ze zijn strijdig met artikel VII.65, § 1, 2°.

    • "regroupement toujours ok" ("hergroepering altijd ok):  in zoverre dat een hergroepering niet altijd "OK" is, vormen deze slogans een schending op boek VI en artikel VII.65, § 1, 3°.
    • "Déplacement et analyse gratuite" : deze slogan is in strijd met artikel VI.97 (reclame die de consument misleidt) in zoverre dat, overeenkomstig de artikelen VII.79 en VII.114, deze diensten hoe dan ook gratis zijn.

     

    VII.123, § 2, lid 2, 1°: verwijzing naar een erkenning of een inschrijving

    Een dergelijk verbod was reeds opgenomen in de wet van 5 mei 1965 inzake persoonlijke leningen op afbetaling. In de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet werd dit verbod uitgebreid naar alle reclame voor kredietovereenkomsten. De wetgever wilde immers vermijden dat de verwijzing naar een erkenning zou kunnen worden geïnterpreteerd als een overheidswaarborg voor de aangeboden kredietverrichtingen, en wilde de kredietgever niet toelaten naleving van de wet te laten inroepen als bewijs van integriteit (I. MOREAU-MARGREVE, "La loi du 5 mars 1965 et le régime des prêts personnels à tempérament", J.T., 1966, p. 760). Deze vorm van reclame is bijgevolg als dusdanig verboden, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een werkelijk of potentieel misleidend karakter. De vermelding erkend kredietadviseur is in strijd met artikel 6 (Ministerieel sanctioneringsbesluit, Jaarboek Kredietrecht, 2006, 108).

     

    VII.123, § 2, lid 2, 2°: de verwijzing naar maximale percentages

    In tegenstelling tot de vorige regel, is de verwijzing naar maximale percentages in de reclame voor een consumentenkrediet niet als dusdanig verboden. Ze is echter gereglementeerd aangezien de reclame een verwijzing naar het maximale jaarlijkse kostenpercentages mag bevatten of naar de wettelijkheid van de toegepaste percentages voor zover aan twee voorwaarden is voldaan:

    • de reclame mag niet de indruk wekken dat die percentages de enige zijn die kunnen worden toegepast;
    • de verwijzing naar een maximumpercentage moet leesbaar, zichtbaar en ondubbelzinnig of, in voorkomend geval, hoorbaar worden voorgesteld en moet het juiste bedrag van het wettelijk toegestane maximale JKP aanduiden.

    Deze bepaling werd door de wetgever in 2003 ingevoerd. Het oorspronkelijke ontwerp (nr. 916) verbood alle verwijzingen naar het wettelijk toegestane maximale JKP, of naar de wettelijkheid van de toegepaste percentages (Parl.St., Senaat, 1989-1990, 916/1, p. 82). De wetgever vreesde dat een dergelijke vergelijking bedrieglijk kon zijn indien het maximale percentage hoger lag dan het percentage op de markt, en dat de kredietgever het verschil zou voorstellen als een voordeel dat aan de consument werd toegekend. Die aanpak werd gewijzigd na een discussie in de Senaat op basis van de wet betreffende de handelspraktijken die toelaat dat een vergelijking wordt gemaakt met een gereglementeerde prijs (art. 43, § 4 van de wet van 14 juli 1992 betreffende de handelspraktijken [thans boek VI]). Aangezien het maximale percentage geen “gereglementeerde prijs” is, heeft de wetgever naar analogie geoordeeld dat het niet echt te rechtvaardigen was om de verwijzing naar een maximumpercentage te verbieden. Tevens werd ervan uitgegaan dat een dergelijke vergelijking de concurrentie kon bevorderen (Parl.St., Senaat, 1989-1990, 916/2, pp. 65 en 66). 

     

    VII.123, § 2, lid 2, 3°: zonder informatie die zou toelaten de financiële toestand van de consument na te gaan

    Dit verbod werd ingevoerd door de wet van 13 juni 2010. Volgens de memorie van toelichting is de bepaling onder 3° van het tweede lid (...) geïnspireerd op Franse regelgeving (artikel L311-4, 3e lid, van de Code de la Consommation) (Parl. St., Kamer, Zitting 52, 2468/001, blz. 31). Dergelijke reclame is strijdig met de artikelen die de kredietgever verplichten inlichtingen in te winnen over de solvabiliteit van de consument, hem een SECCI te overhandigen die aangepast is aan zijn aanvraag en hem een soort krediet en een bedrag voor te stellen die rekening houden met zijn financiële toestand en met het doel van het krediet.

     

    VII.123, § 2, lid 2, 4°: vermelding van de identiteit, het adres of de hoedanigheid van de adverteerder

    In de versie van de WCK voor de wet van 13 juni 2010 tot omzetting van de richtlijn 2008/48/EG, bepaalde artikel 5: Elke reclame (...) moet bevatten: (...)  de identiteit, het adres en de hoedanigheid van de adverteerder. Ten gevolge van de omzetting van de richtlijn kon deze verplichting niet worden behouden voor de reclame die wordt beoogd door de richtlijn (de reclame die een rentevoet of een cijfer betreffende de kosten van het krediet vermeldt). Zij werd dus omgevormd in een verbod om een andere identiteit, adres of hoedanigheid te vermelden dan door de adverteerder opgegeven bij de FSMA in het raam van zijn erkenning of inschrijving. 

     

    VII.123, § 2, lid 2, 5°: aanduiding van de kredietsoort volgens de benaming van de wet

    De wet benoemt uitdrukkelijk de volgende soorten krediet:

    A. Voor het consumentenkrediet:

    • lening op afbetaling,
    • verkoop op afbetaling,
    • financieringshuur,
    • kredietopening,

    B. Voor het hypothecair krediet

    • Hypothecair krediet met een onroerende bestemming
    • Hypothecair krediet met een roerende bestemming
    • Kredietopening met een roerende bestemming
    • Kredietopening met een onroerende bestemming

    De bepaling verbiedt het gebruik van commerciële benamingen niet. Zij eist echter dat de benaming van de wet wordt vermeld in de overeenkomst opdat de consument zou kunnen bepalen welke bepalingen van de wet van toepassing zijn op het betrokken krediet. Bovendien moet worden beschouwd dat deze vereiste eveneens de kredietsoorten beoogt die niet worden omschreven door de wet waarvan de reclame dan de specifieke kenmerken moet benadrukken. Deze vereiste komt eveneens voor betreffende de kredietovereenkomst: krachtens artikel VII.78, § 2, 1°(CK) en VII.134, § 2, 1° (HK) moet het soort krediet dat wordt aangeboden op een duidelijke en beknopte wijze worden vermeld.

    Voorbeeld - rechtspraak: De reclameboodschap die laat geloven dat het een gratis krediet op afbetaling betreft terwijl het een kredietopening betreft, is misleidende reclame (Kh. Antwerpen (kortged.), 30 oktober 2003, Jaarboek Kredietrecht 2003, 15).

    Voorbeelden - adviezen van de administratie

    • Vermeldingen als "réserve d’argent", "prêt personnel", "votre ligne de crédit", "direct cash" of "réserve permanente" duiden geen vorm van kredietovereenkomst aan.
    • De vermelding "prêt v.n." terwijl het leningen op afbetaling betreft voor een nieuwe wagen beantwoordt evenmin aan de wettelijke vereiste.
    • In dezelfde zin is de vermelding kredietopening in kleine letters en tussen haakjes evenmin aanvaarbaar indien deze de indruk geeft dat deze informatie van ondergeschikt belang is.
    • Een betalingsmodaliteit van een goed onder het mom van een lening in drie maandaflossingen mag niet worden verward met een modaliteit van terugbetaling van een kredietopening.
    • De reclame krachtens welke de vorm van het krediet wordt vermeld in een kleine tabel waar niet duidelijk blijkt dat de termen "direct cash" en "réserve permanente" (die geen wettelijke termen zijn) in werkelijkheid de verplichting inhouden voor de consument om een overeenkomst van kredietopening te sluiten, voldoet niet aan de vereiste van de wet.
    • "de 1.250 à 30.000 euros - le jour même à votre domicile - 010-8*****- de 9 h à 21 h du lundi au samedi – CREDIT **** - Prêts pour tous motifs 0800/**** - (appel gratuit) Besoin d'argent ? Une solution vous attend ! C*** sa - conseiller crédit agréé - chée *** - 13** ******". Deze reclame heeft het voorwerp uitgemaakt van een proces-verbaal wegens verschillende inbreuken, onder meer omdat de betrokken kredietvorm voor de "1250 à 30000 euros" niet wordt vermeld (zie ook de onjuiste vermelding van de hoedanigheid van de adverteerder en het onrechtmatig benadrukken van de snelheid).

     

    VII.123, § 2, lid2, 6°: vermelding van een voordeeltarief

    Deze reclame is verboden zonder opgave van de bijzondere of beperkende voorwaarden waaraan de toekenning van deze tarieven is onderworpen. Deze bepaling kwam sinds 1991 op positieve wijze voor in artikel 5, § 1 WCK, voor de wijziging ervan door de wet van 13 juni 2010, waarbij de richtlijn 2008/48 werd omgezet. Zij werd behouden in de vorm van een verbod op reclame zonder vermelding van een rentevoet of van een cijfer betreffende de kosten van het krediet. Hier worden de volgende voorwaarden beoogd: afsluiten van een verzekering, het verschaffen van een borg, noodzaak te beantwoorden aan de criteria inzake beroepsactiviteit, de verplichting reeds cliënt of spaarder te zijn, enz (Parl. St., Senaat, 1989-1990, nr. 916/1, p. 12).

    Voorbeelden - rechtspraak: de vrederechter van La Louvière heeft een kredietgever op afbetaling (een autoconcessionaris) bestraft waarvan de reclame de mogelijkheid benadrukte van een financiering met een minimuminbreng van 15 % terwijl de kredietgever waarbij de dossiers werden ingediend, een aval eiste: elke potentiële koper die de aantrekkelijke oproepen van een reclame beantwoordt (is gerechtigd te verwachten) dat de praktijken van de verkoper in overeenstemming zullen zijn met zijn reclameadvertenties (13 januari 1999, Jaarboek Kredietrecht, 1999, 62 -  sanctie: afwijzing van de vordering tot betaling van de vergoeding wegens weigering om de levering te aanvaarden).

    Voorbeelden -  adviezen van de administratie:

    • De reclameboodschap: "uniek in België 2% terugbetaald op al uw aankopen – tijdelijk aanbod kredietkaart X– de kaart van X is de enige die u 2% terugbetaalt.  Vraag de kaart hier aan kredietopening onder voorbehoud van aanvaarding van uw dossier en van wederzijds akkoord" is in strijd met de bepalingen van de WHPC (boek VI geworden) en van de WCK. Zij vermeldt immers niet dat het aanbod voorbehouden is voor nieuwe klanten, dat de terugbetaling van 2% beperkt is in de tijd en dat de terugbetaling beperkt is tot een maximumbedrag. De formulering laat dus essentiële informatie weg om de consument te misleiden over de kenmerken van een dienst, dit wil zeggen onder meer de voordelen die zij biedt en de diensten die eraan gekoppeld zijn. 
    • Elke vermelding zoals "vanaf" moet gepaard gaan met de vermelding van de bijzondere of limitatieve voorwaarden om dit JKP te kunnen genieten (nieuwe/tweedehands wagen, verplichting tot onderschrijving van een verzekering, al klant of niet, criteria van beroepsactiviteiten, voorwaarden van minimuminkomen, leeftijd, betalingsachterstand, uitgesloten categorieën, enz.). De voorwaarden moeten absoluut worden vermeld. Bovendien moet de werkelijkheid er 100% mee overeenstemmen (indien de voorwaarden worden nageleefd, 100% van de overeenkomsten moeten worden opgesteld overeenkomstig de reclame en indien er geen voorwaarde wordt geformuleerd, 100% van de overeenkomsten moeten worden opgesteld overeenkomstig de reclame).
    • De formules van het type "begin pas af te lossen binnen twee maanden" zijn wettelijk op voorwaarde dat het JKP correct is en de maximale terugbetalingsduur niet wordt overschreden.
    • De administratie is meermaals tussengekomen om de aandacht van de kredietgevers die de "credit balloon" toepassen te vestigen op het feit dat de benadrukking van de kleine maandaflossing die betaald wordt in de loop van de overeenkomst onrechtmatig is indien deze niet correlatief gepaard gaat met de benadrukking van het zeer hoge bedrag van de laatste maandaflossing.
    • De reclame die het heeft over een gunstbehandeling, zonder te vermelden op welke manier en onder welke voorwaarden, is strijdig met de wet.
    • De vermelding van de voorwaarden voor het verkrijgen van het voorkeurtarief door een verwijzing naar een asterisk op de rugzijde van het document waar een vermelding in kleinere lettertekens voorkomt als een voetnoot beantwoordt niet aan de wettelijke vereisten: de vermelding van de restrictieve voorwaarden waaraan het krediet onderworpen is, is niet voldoende leesbaar en duidelijk. De verwijzing moet minstens voorkomen op dezelfde pagina en in leesbare lettertekens hoewel ze mag verschillen van de lettertekens die gebruikt worden in de hoofdtekst.
    • De reclame die een JKP van 6,05% aankondigt zonder te verduidelijken dat dit JKP is voorbehouden aan kredieten van een bedrag van meer dan 15.000 euro die moeten worden afgelost binnen een zeer korte termijn, is strijdig met de wet.

     

    VII.123, § 2, lid 2, 7°: terbeschikkingstelling in baar geld of contant

    Dit verbod werd ingevoerd door de wet van 13 juni 2010 tegelijkertijd als de wijziging die deze wet doorvoerde aan artikel 16 WCK (VII.90 WER).  Deze bepaling strekt er dus toe de reclame te verbieden die de consument zou doen geloven dat hij het geld onmiddellijk contant zal ontvangen, hetgeen artikel VII.90 niet toelaat.

     

    VII.123, § 2, lid 2, 8°: gratis krediet of gelijkaardige vermelding

    De wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet verbood de vermelding gratis krediet of een gelijkaardige vermelding anders dan de verwijzing naar het JKP. Dit verbod werd overgenomen in het WER. Daaruit volgt dat de enige manier waarop het gratis karakter van een krediet kan worden uitgedrukt, erin bestaat een JKP van 0% te vermelden. De vermelding krediet 0% die men soms leest, beantwoordt niet aan die voorwaarde. Ze is dus op zich verboden, zelfs als de vermelding effectief overeenkomt met een JKP van 0% (Voorz. Kh. Verviers, 5 juli 1996, Jaarboek Handelspraktijken 1996, p. 225). Deze opmerkingen gelden ook voor reclame waarin een negatieve rentevoet zou worden aangekondigd. De vermelding van het JKP is vereist. 

    Dit voorschrift is het resultaat van een compromis gesloten tussen de voor- en tegenstanders van het gratis krediet. De tegenstanders benadrukten het oneerlijke en bedrieglijke karakter van deze promotionele techniek: een krediet is nooit gratis, aangezien het altijd kosten met zich meebrengt, kosten die in voorkomend geval worden doorgerekend in de prijs van de producten (Parl.St., Senaat, 1989-1990, 916/1, p. 12). De voorstanders van het gratis krediet legden de nadruk op het feit dat een krediet dat werkelijk gratis is, voordelig is voor de consument, zodat er geen legitieme reden is om zich ertegen te verzetten. De wetgever heeft de praktijk uiteindelijk niet verboden, maar heeft het verlokkende karakter ervan weggenomen doordat de vermelding gratis niet meer mag worden weergegeven.

     

    Wanneer kan een krediet een JKP 0 % vermelden?

    JKP 0 % terwijl de contant betalende koper een voordeel krijgt is geen JKP 0 %. Volgens de administratie kan het JKP niet gelijk zijn aan 0 % indien een voordeel, in enige vorm, wordt toegekend aan de consument die contant betaalt terwijl het niet wordt toegekend aan een consument die op krediet betaalt, aangezien het toegekende voordeel noodzakelijk een kostprijs heeft (de catalogusprijs voor een voordeel in natura) dat kan en moet geïntegreerd worden in de berekening van het JKP. Bijgevolg, ofwel zijn de voorwaarden identiek ongeacht of het goed contant of op krediet wordt gekocht (en ontvangen alle consumenten met andere woorden het voordeel ofwel ontvangt geen enkele consument enig voordeel), ofwel is het JKP niet gelijk aan 0 %. Onder prijsvermindering moet worden verstaan, elk ander voordeel, met inbegrip van een voordeel in natura, rekening houdend met het feit dat het toekennen van een voordeel in natura aan consumenten die contant betalen in werkelijkheid een prijsvermindering is op de werkelijke waarde van het goed zoals het zal verworven worden door de consumenten die op krediet kopen.

    De verkoop van een goed met een kredietopening aan 0 % voor de betaling van de aflossingen betreffende dat goed. Een handelspraktijk heeft zich ontwikkeld om de verkoop van courante consumptiegoederen te bevorderen door middel van een kredietopening voor onbepaalde tijd. De interesten van het krediet voor de aankoop van het goed worden in feite gedragen door de verkoper en/of door de kredietgever. Voor de verkoper is het een manier om nieuwe verkopen te genereren (waarbij bovendien een commissie wordt ontvangen op de verlening van het krediet) en voor de kredietgever gaat het erom nieuwe klanten te vinden die de kredietopening later zullen gebruiken voor andere verrichtingen (met een normaal JKP).

    Bij deze verkooptechniek moet enig voorbehoud worden gemaakt. De raadgevingsplicht verplicht de kredietgever en de kredietbemiddelaar ertoe het soort krediet en het kredietbedrag te zoeken dat het best aangepast is rekening houdend met de situatie van de consument en het doel van het krediet. Als de door de consument uitgedrukte behoefte en als het doel van het krediet de aankoop van een consumptiegoed is, is de kredietopening niet de meest aangepaste overeenkomst. Een lening op afbetaling met een looptijd die overeenstemt met de afschrijvingsduur van het goed is een meer gepaste kredietvorm. De kredietgever die samenwerkt met een onderneming die courante consumptieproducten verkoopt, moet er dus over waken dat de bemiddelaars waarmee hij samenwerkt, eerder kredieten aanbieden in deze vorm dan in de vorm van een kredietopening.

    Indien de kredietopening de enige kredietvorm is die wordt verdeeld door deze kredietgever, lijkt het opportuun om het bedrag van de opening te beperken tot de koopprijs van het consumptiegoed en de looptijd van de kredietopening tot de afschrijvingsduur van dat goed. De administratie heeft bovendien sinds 2001 de voorwaarden in herinnering gebracht waaraan deze bijzondere aanbiedingen moeten voldoen in het licht van de regels inzake reclame, in een administratieve nota die gericht werd aan een aantal financiële instellingen. De enige toegelaten vermelding in de reclame is het JKP 0 % in zoverre dit daadwerkelijk het geval zou zijn; de overeenkomsten van kredietopening die gesloten worden ten gevolge van reclameboodschappen die "krediet 0 %" of "0 % interest" aankondigen, vermelden evenwel nooit een JKP = 0 %, maar JKP's van 16 % of 19 % naargelang de kredietbedragen. Het vermelden in de overeenkomst van kredietopening voor onbepaalde tijd van een JKP = 0 % betekent dat de consument geen kosten noch debetrente voor onbepaalde tijd dient te betalen.  Deze opmerkingen blijven van toepassing.

    Er moet toepassing worden gemaakt van de regel bepaald door artikel 4, § 2, 9° van het koninklijk besluit van 14 september 2016 (oud artikel 4, § 3, lid 5 van het KB van 4 augustus 1992 gewijzigd door het KB van 21 juni 2011): Indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste debetrentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de kredietovereenkomst te zijn. Het aangekondigde JKP mag dus niet berekend worden op het tijdelijke aanbod maar wel op de hoogste rentevoet. Het verslag aan de Koning voorafgaand aan het KB van 21 juni 2011 verduidelijkte in dit opzicht:  Deze veronderstelling is verder ook van toepassing voor de kredietopeningen waarbij er bijvoorbeeld voor bepaalde aankopen van producten of diensten uitzonderlijk een debetrentevoet van 0% wordt aangerekend : het JKP mag geen rekening houden met deze promotionele debetrentevoet. Het is dit principe dat het voorbeeld 18 in de bijlage 1 van het besluit van 14 september 2016 toepast.

    Adviezen van de administratie:

    • Het te koop aanbieden van een goed of dienst verbonden met een krediet aan 0%, toegestaan in het kader van een kredietopening (dat een gezamenlijk aanbod kan vormen verboden door artikel 54 van de WMPC - zie het advies van de administratie. Sinds de wet van 16 april 2014 verbiedt artikel VII.68 uitdrukkelijk dit gezamenlijk aanbod waaraan een prijsvermindering wordt gekoppeld:
    • In het kader van renting (huur van voertuigen zonder aankoopmogelijkheid op het einde van de huurperiode) kan men niet spreken van een rente van 0 % op 48 maanden, aangezien de te betalen huurprijs niets te maken heeft met het begrip rente (misleidende oneerlijke praktijk). Indien een aankoopmogelijkheid bestaat aan het einde van de periode, valt het geheel onder toepassing van de wet van 1991.
    • De vermelding 0 % rente is niet conform de wet. De enige wettelijke vermelding is JKP 0%. Bij de berekening van het JKP bestaan er immers nog andere parameters  dan de rente.
    • Vandaag kopen, vanavond zitten, en betalen in 12 termijnen ZONDER extra kosten (JKP = 0%)" Analyse van de administratie: het betreft een voorkeurtarief en de bijzondere voorwaarden om dit te genieten moeten worden vermeld; het JKP is niet gelijk aan 0% aangezien er terugkerende kosten zijn voor het verkrijgen van de kredietkaart; de debetrente moet worden vermeld, alsook de kosten.

     

    VII.123, § 2, lid 2, 9°: Reclame die valse verwachtingen kan scheppen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van een kredietovereenkomst

    Deze bepaling, die voortvloeit uit de richtlijn 2014/17/EU, parafraseert het reclameverbod, als misleidende handelspraktijk, opgenomen in artikel VI.95.

     

    VII.123, § 2, lid 2, 10°: Reclame die de niet-naleving van of een inbreuk op de wet in de hand werkt

    Dit verbod komt voor in de wet sinds 1991. Deze bepaling neemt het door artikel VI.95 bekrachtigde principeverbod op oneerlijke handelspraktijken over in de lex specialis. Zij voegt in zekere zin een misleidende handelspraktijk toe aan de zwarte lijst van de praktijken die in alle omstandigheden oneerlijk worden geacht volgens artikel VI. 100.

    Voorbeelden - adviezen van de administratie: de administratie heeft volgende reclameboodschappen beschouwd als zijnde in overtreding met de wet:

    • "Gratis advies": deze kosten zijn wettelijk in het JKP inbegrepen en zijn dus in werkelijkheid niet gratis.
    • "Geen dossierkosten": deze kosten zijn ook wettelijk in het JKP inbegrepen
    • "Geen verplichte verzekering": deze vermelding wekt de indruk van een aangeboden voordeel, terwijl de verzekering krachtens de wet nooit verplicht is.
    • De ontstentenis van vermelding van de hoedanigheid van kredietbemiddelaar die bepaald is in artikel VII.73 WER zal eveneens beschouwd worden als een niet-naleving van of een inbreuk op de wet.