www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.110 : informatie van de zekerheidstellers over de uitvoering van de kredietovereenkomst

    Artikel VII.110

    De kredietgever verwittigt de borg en, desgevallend, de steller van een zekerheid, wanneer de consument twee termijnbedragen of minstens een vijfde van de totale te betalen som achterstaat. Hij geeft hem kennis van de toegekende betalingsfaciliteiten en deelt hem vooraf elke wijziging van de oorspronkelijke kredietovereenkomst mee.

    Principe

    In het gemene recht is de begunstigde van de zekerheid er niet toe gehouden de zekerheidsteller te informeren of de hoofdschuldenaar zijn verplichtingen nakomt. Het WER voorziet, inzake de gereglementeerde kredieten, in een minimale informatie die moet worden aangevuld door de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek wat de kosteloze borgen betreft.

     

    De betalingsfaciliteiten

    In artikel VII.110, wordt bepaald dat de kredietgever de zekerheidssteller op de hoogte moet brengen van de betalingsfaciliteiten die zijn toegekend aan de hoofdschuldenaar. Dat heeft duidelijk betrekking op de voorwaarden en termijnen die de kredietgever toestaat voor de uitvoering van de kredietovereenkomst.

    Vanuit dat standpunt is de bevoegdheid van de kredietgever beperkt. Men kan bijvoorbeeld niet de kredietovereenkomst herschikken en een overeenkomst voor lening op afbetaling verlengen van vier naar zes jaar. In dat geval gaat het immers niet meer om voorwaarden en termijnen, maar om een nieuwe kredietovereenkomst. De kredietovereenkomst is evenwel onaantastbaar. De betalingsfaciliteiten mogen slechts betrekking hebben op de punctuele spreiding van de uitvoering van een verplichting voortvloeiend uit de overeenkomst, zonder de inhoud ervan te wijzigen.

    Wat betreft de kredietopening, worden de betalingsfaciliteiten met het oog op de overschrijding van het kredietbedrag strikt geregeld door artikelen 60bis en 60ter. Bovendien kan de vrederechter, krachtens artikel 38, de consument die daarom verzoekt betalingsfaciliteiten toestaan mits inachtneming van bepaalde voorwaarden en modaliteiten.

    Bepaalde auteurs gaan ervan uit dat de informatieplicht inzake betalingsfaciliteiten van de borg slechts betrekking heeft op de betalingsfaciliteiten die de kredietgever zelf heeft toegestaan en niet op de betalingsfaciliteiten die zijn toegestaan door de rechter op grond van artikel VII.107. Daar de wet echter de “toegekende betalingsfaciliteiten” beoogt zonder verdere uitleg, mogen de faciliteiten die door de vrederechter zijn toegekend niet worden uitgesloten van de informatieplicht van de kredietgever (C. BIQUET-MATHIEU, « Les sûretés personnelles », in Handboek consumentenkrediet, ed. E. Terryn, Die Keure, 2007, p. 252, nr. 63 die, gelet op de onduidelijkheid inzake de draagwijdte van de tekst, de kredietgever aanraadt de borg in te lichten)

     

    Informatieplicht over de betalingsachterstand en sanctie

    Artikel 3VII.110, legt de kredietgever een informatieplicht op, jegens de steller van een persoonlijke zekerheid bij betalingsachterstand door de consument van twee termijnen of ten minste één vijfde van het totale terug te betalen bedrag.

    De betalingsachterstand die aanleiding geeft tot de informatieplicht is de specifiek in artikel VII.105, 1°, bedoelde betalingsachterstand. In dat artikel wordt een minimum vastgelegd.

    Indien de achterstand minder bedraagt, zelfs als deze blijft bestaan, moet de informatieplicht niet worden uitgevoerd. Zo moet de voortdurende achterstand van een termijn niet aan de borg worden meegedeeld.

    Artikel VII.105, 1°, geeft de kredietgever bovendien de mogelijkheid het krediet op te zeggen. Zelfs indien hij ervoor kiest het krediet niet op te zeggen, heeft de kredietgever de plicht de zekerheidssteller op de hoogte te stellen binnen een redelijke termijn volgend op de achterstand.

     

    Informatie aan de borg en overschrijding van de kredietopening

    De wet legt de kredietgever geen enkele informatieplicht ten laste jegens de zekerheidssteller in geval van een overschrijding van het kredietbedrag van de kredietopening. Overeenkomstig de artikelen VII.100 en VII.101, is de kredietgever echter verplicht, in geval van aanhoudende overschrijding van dit bedrag van de kredietopening, van de consument te eisen dat hij het bedrag van de overschrijding binnen een maximale termijn terugbetaalt. Indien dat niet gebeurt, moet hij het krediet opzeggen. De vermeldingen m.b.t. deze overschrijdingen moeten echter ook kosteloos worden overgemaakt aan de borg in uitvoering van de bepalingen van het B.W. betreffende de kosteloze borgstelling (zie infra).

    Sanctie

    Volgens art. VII.195, lid 3,  De rechter vermindert de verplichtingen van de steller van een zekerheid en dit hoogstens tot de prijs bij contante betaling of tot het ontleende bedrag, wanneer de kredietgever de in artikel VII.110 opgenomen bepalingen niet naleeft.
      In geval van vermindering van de verplichtingen van de consument behoudt deze het voordeel van de betaling in termijnen.]1

     

     

    Informatie aan de kosteloze borg

    De wet van 3 juni 2007 voegt een hoofdstuk vijf inzake de kosteloze borgtocht toe onder titel XIV van het Burgerlijk Wetboek dat gewijd is aan de borgtocht en waarin ook wordt voorzien in een informatieplicht jegens de borg tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Zo wordt in artikel 2043septies, van het Burgerlijk Wetboek bepaald dat: "In geval van regelmatige uitvoering van de overeenkomst door de schuldenaar brengt de schuldeiser de borg daar op zijn minst eenmaal per jaar van op de hoogte. Elke mededeling inzake niet uitvoering die wordt gedaan aan de schuldenaar door de schuldeiser met betrekking tot de betaling van de schuld moet gelijktijdig en in dezelfde vorm worden gedaan aan de borg. Bij gebrek daaraan kan de schuldeiser zich niet beroepen op de aangroei van de schuld, vanaf de datum waarop hij ter zake in gebreke blijft".

    Jegens kosteloze borgen bedoeld in de wet, heeft de kredietgever minimaal een jaarlijkse informatieplicht.

    Omgekeerd is er geen sprake van een verplichting bij betalingsachterstand, behalve wanneer de achterstand aanleiding geeft tot een mededeling aan de schuldenaar. Op grond van de wet van 3 juni 2007 kan een schuldeiser de hoofdelijke borg in gebreke te stellen zonder voorafgaande kennisgeving zelfs indien hij nooit de hoofdschuldenaar heeft aangeschreven.

    Art. VII.110 voorziet in de verplichting om de persoon die de zekerheid heeft gesteld in te lichten van een gekwalificeerde wanbetaling (twee termijnbedragen of 20% van het terug te betalen bedrag). Het B.W. verbreedt deze informatieplicht door de kredietgever te verplichten om de kosteloze borgsteller in te lichten van alle communicatie die aan de consument wordt gericht inzake de niet uitvoering van zijn verbintenissen. Dit heeft bv. betrekking op de eenvoudige herinneringsbrief bij een wanbetaling van een termijnbedrag.

    Omgekeerd voorziet het B.W. niet in een informatieverplichting van de kosteloze borg, in geval van een wanbetaling, behalve wanneer deze wanbetaling een mededeling aan de schuldenaar aanwakkert.