www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    Zekerheden (CK)

     

    Inleiding

    De maatregelen die initieel bestemd waren om de personen die een persoonlijke zekerheid hadden gesteld, te beschermen, werden door de wet van 13 juni 2010 die richtlijn 2008/48/EG heeft omgezet uitgebreid tot alle zekerheden.

    De Europese richtlijn 87/102/EEG die aan de oorsprong lag van de harmonisatie van de toepasselijke regels voor het consumentenkrediet binnen de Europese Unie, was niet van toepassing op borgen. Daartoe had het Hof van Justitie in een arrest van 23 maart 2000 beslist (Zaak C-208/98 - Arrest HvJ (vijfde kamer) van 23 maart 2000 - Berliner Kindl Brauerei AG tegen Andreas Siepert). Het Hof was van mening dat de borgtocht niet kan worden beschouwd als een kredietovereenkomst in de zin van de richtlijn en dat noch de opzet noch de doeleinden ervan de interpretatie toelaten dat men met de richtlijn de borgtochten heeft willen regelen (zie ook de noot van J.VAN LYSEBETTENS onder het vonnis in D.C.C.R., 2000, nr 48, 282). Richtlijn 2008/48/EG die de richtlijn 87/102/EEG heeft vervangen (deze keer met het oog op een volledige maar gerichte harmonisatie), regelt niet de borgen zodat de voorgaande rechtspraak van het Hof van toepassing blijft. Gezien de regels m.b.t. de persoonlijke zekerheden buiten het geharmoniseerd kader vallen, had de Belgische wetgever een brede draagwijdte om een normatief kader te onderhouden dat van toepassing is op de zekerheden.

     

     

     

    Ratio legis van de bescherming

     

     

     

    Aanvullende toepassing van de bepalingen van boek VI, WER, inzake oneerlijke bedingen:

    Naast de bepalingen in het boek VII, WER, kunnen persoonlijke zekerheden genieten van de bescherming bepaald in het boek VI, WER, wat betreft oneerlijke bedingen, voor zover ze consumenten zijn. Enkele recente uitspraken van het HvJ bevestigen dat de reglementering van de onrechtmatige bedingen van toepassing zijn op de waarborg verbintenissen die door de consumenten worden onderschreven, zelfs als het gaat om de terugbetaling van professionele kredieten (zie. arrest HvJ 19 november 2015, et arrest HvJ van 27 april 2017 - C-535/16).

     

     

     

    Aanvullende toepassing van de regels uit het Burgerlijk Wetboek

    Het Burgerlijk Wetboek bevat een titel XIV “Borgtocht” (art. 2011 tot 2043octies B.W.) waarin het gemeen recht wordt bepaald inzake borgtocht. In zoverre dat de WCK er niet van afwijkt, zijn deze bepalingen uiteraard van toepassing op borgen die een consumentenkrediet waarborgen. Zo moet bijvoorbeeld de handtekening van de borg, overeenkomstig artikel 1326, worden voorafgegaan door de handgeschreven formule goed voor. In zoverre de borgtocht van een consumentenkrediet meestal een kosteloze borgtocht is, moet de vermelding vereist door artikel 2043quinquies, § 3 B.W. worden opgenomen (zie hierna).

     

     

    Informatie aan de kosteloze borg

    Artikel 2043septies, eerste lid B.W., voorziet een verplichting voor de schuldeiser om de kosteloze borg minstens één keer per jaar in te lichten in geval van regelmatige uitvoering van de overeenkomst door de hoofdschuldenaar.

    De parlementaire voorbereiding stelt : «De borg moet ook door de schuldeiser op de hoogte worden gebracht van de betaling van de schuld door de schuldenaar zodat hij op de hoogte wordt gesteld van de storting, wat hem in staat stelt om de specifieke verplichtingen te kennen die nog vervuld moeten worden en de verplichtingen die vervallen door de betaling door de schuldenaar» (Parl. St., Kamer, 2006-2007, nr 51-2730/01, p. 16).

    Het verslag van de Commissie vermeldt «De borg moet van de schuldeiser kosteloos alle informatie ontvangen met betrekking tot de evolutie van de gewaarborgde schuld» (Parl St., Kamer, 2006-2007, nr 51-2730/03, p. 5). Artikel 2043septies, tweede lid B.W., bepaalt dat hij een informatieplicht heeft jegens de borg in geval van betalingsachterstand van de hoofdschuldenaar: "Elke mededeling inzake niet uitvoering die wordt gedaan aan de schuldenaar door de schuldeiser met betrekking tot de betaling van de schuld moet gelijktijdig en in dezelfde vorm worden gedaan aan de borg. Bij gebrek daaraan kan de schuldeiser zich niet beroepen op de aangroei van de schuld, vanaf de datum waarop hij ter zake in gebreke blijft".

     

     

    Het overlijden van de kosteloze borg

    Overeenkomstig artikel 2043octies, zijn de verplichtingen van de erfgenamen van een kosteloze borg beperkt tot hun deel van de erfenis. De erfgenamen van een borg zijn bijgevolg niet gehouden aan meer dan het erfdeel dat aan elk van hen toekomt. Artikel 2043octies, tweede lid, voorziet bovendien de deelbaarheid van de verplichtingen van de borg tussen erfgenamen en dat, zelfs indien in de borgstellingsovereenkomst de ondeelbaarheid werd vastgelegd.

     

     

    De milderingsmaatregelen voorzien door de wetgeving betreffende faillissementen en de collectieve schuldenregeling

    Er werden specifieke gratiemaatregelen voorzien in boek XX (zie XX.176), en in het Gerechtelijk Wetboek (art. 1675/16bis) ten gunste van de kosteloze persoonlijke zekerheden van de gefailleerde of de persoon die het voorwerp vormt van een collectieve schuldenregeling, onafhankelijk van het private of beroepsmatige karakter van de hoofdschuld.

    Deze persoonlijke zekerheden kunnen worden vrijgesteld van het geheel of een deel van hun verbintenissen, indien ze bewijzen dat hun verbintenissen niet in verhouding staan tot hun vermogen en hun inkomsten. In tegenstelling tot de regeling die van toepassing is op het consumentenkrediet (bij schending van de raadgevingsplicht van de kredietgever) alsook de regeling van kosteloze borgen in het Burgerlijk Wetboek, wordt de wanverhouding beoordeeld op het ogenblik waarop de vraag tot vrijstelling voor de rechter wordt gebracht, en niet op het ogenblik dat de verbintenissen worden aangegaan.