www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.99 - VII.147/14: Rekeningafschrift voor kredietopeningen

    Artikel VII.99

      § 1. Bij iedere kredietopening wordt de consument regelmatig op de hoogte gebracht met een rekeningafschrift op een duurzame drager van de volgende informatie:
      1° de juiste periode waarop het rekeningafschrift betrekking heeft;
      2° de opgenomen bedragen en de datum van opneming;
      3° het totaal verschuldigd blijvend bedrag en de datum van het vorige afschrift;
      4° het nieuwe totaal verschuldigd blijvend bedrag;
      5° de datum en het bedrag van de door de consument verrichte betalingen;
      6° de toegepaste debetrentevoet(en);
      7° de afzonderlijke bedragen van de eventueel toegepaste kosten;
      8° in voorkomend geval, het te betalen minimumbedrag en intresten.
      § 2. Bij de kredietopeningen, behoudens de geoorloofde debetstanden op een rekening, wordt bijkomend de volgende informatie verstrekt:
      1° in voorkomend geval, het verschuldigd blijvend saldo van het voorgaand overzicht;
      2° in voorkomend geval, de onderscheiden data van de verschuldigde kosten;
      3° de datum en het bedrag van de verschuldigde interesten per toegepaste debetrentevoet evenals een aanduiding van de wijze waarop deze interesten worden berekend op het verschuldigd blijvend saldo aan de hand van de debetrentevoet

     

    Ontstaan

    Artikel VII.99 neemt artikel 59 van de WCK ongewijzigd over. De wet van 22 april 2016 bevat dezelfde bepaling voor de hypothecaire kredietopeningen met een roerende bestemming in artikel VII.147/14.

    Artikel 59 van de WCK werd geheel herzien door de wet van 13 juni 2010 dat artikel 12.1. van Richtlijn 2008/48/CE omzet. De Memorie van Toelichting (Kamer, (52), 2046/001, p. 51) legt uit:

    Paragraaf 1 van het alzo gewijzigde artikel 59 WCK somt de informatie op die op het rekeninguittreksel moet voorkomen voor alle kredietopeningen. Deze informatie is degene opgesomd in artikel 12 (1) van de richtlijn. De richtlijn verduidelijkt niet hoe “regelmatig” deze informatie moet worden verstuurd. De regelmatigheidsgraad zal afhangen van het soort kredietopening en het tijdstip en de frequentie van sommige verrichtingen. In dat verband kan verwezen worden naar de bepalingen van de artikelen 19 en 20 van de wet van 10 december 2009 betreffende de betalingsdiensten waarbij de termijn van “minstens een maand” wordt weerhouden. In ieder geval is het aangewezen dat de betrokken consument de gedane verrichtingen tijdig kan opvolgen en het overzicht ervan kan bewaren. Het in de richtlijn gebruikte begrip “saldo” werd niet weerhouden. Betreft dit het saldo aan kapitaal, aan interesten, alle kosten en interesten, enz., de richtlijn is hier niet duidelijk. Daarom wordt voorgesteld om in § 1 het begrip “het totaal verschuldigd bedrag” te weerhouden waarin zowel kapitaal als alle nog verschuldigde intresten en kosten begrepen zijn in tegenstelling tot het begrip “verschuldigd blijvend saldo” in § 2 waarbij verwezen wordt naar de definitie bedoeld in artikel 1, 19°, WCK.

    In § 2 wordt de overige informatie opgenomen zoals die op vandaag voorkomt in het huidige artikel 59 WCK en die verder zal gelden voor de kredietopeningen die niet kunnen gelijkgesteld worden met de geoorloofde debetstand op een rekening, zoals bv. rekeningen voorgesteld door postorderbedrijven of kredietkaartmaatschappijen.

     

    Kredietopening, betalingsdienst en informatieverplichting

     

    De kredietopening is altijd een betalingsdienst zoals bedoeld in artikel I.9, 1°, WER. De definitie beoogt inderdaad evenzeer kredietopeningen die worden toegekend onder de vorm van voorschotten op rekening als de uitvoering van betalingstransacties via een betaalkaart of een soortgelijk instrument (artikel 2, 1°, c). Artikel VII.4 stelt: De bepalingen van deze titel doen geen afbreuk aan andere wettelijke bepalingen opgenomen in titel 4 van dit boek waarbij bijkomende vereisten inzake voorafgaande informatie of bijzondere voorwaarden, rechten en plichten worden opgelegd inzake kredietverlening aan consumenten.

    Titel 3 van boek VII van het WER is de lex generalis betreffende de verplichtingen (onder meer inzake informatie) van de beroepsbeoefenaar ten aanzien van de gebruiker van de betalingsdienst. Titel 4 is een lex specialis die bepaalde specifieke verplichtingen toevoegt voor de betalingsdiensten die een consumentenkrediet vormen. Artikel VII.99 is een voorbeeld van een bijzondere regel die bestaat naast de algemene regeling van titel 3 (zie voor meer commentaar betreffende de verhoudingen tussen titel 3 en titel 4). Het gaat om het regelmatig mededelen van een reeks informatie betreffende het gebruik van de kredietopening. Deze verplichting beoogt alle kredietopeningen, ongeacht of zij betalingsdiensten zijn.

     

     

    Opsomming van de vermeldingen in het overzicht

    Het overzicht dient de volgende vermeldingen te omvatten:

    1. De juiste periode waarop het rekeningoverzicht betrekking heeft:
      Indien het een betalingsdienst betreft, bepalen de artikelen VII.18 en VII.19 dat het overzicht ten minste één maal per maand wordt meegedeeld. Gezien het rekeningoverzicht minstens eenmaal per maand dient te worden meegedeeld, zal deze periode tussen de 28 en 31 dagen bedragen. Het overzicht moet ook verzonden worden, zelfs wanneer de periode voor de berekening van de interesten verschillend zou zijn van de periode die wordt gedekt door het overzicht. De aanduiding van het aantal dagen is beslissend voor de berekening van de interesten. Artikel, § 2, van het KB van 14 september 2016 verplicht om uit te gaan van een jaar van 365 dagen of 12 maanden van standaard 30,41666 dagen
    2. De opgenomen bedragen en de data van de opnemingen.
      Het betreft een overzicht van de kredietopnemingen met de datum van de opneming. De datum die moet worden vermeld is de datum waarop de consument een kredietopneming heeft verricht en niet de datum die dient voor de berekening bij de betaling van de interesten (valutadatum).  Deze informatie heeft tot doel dat de consument de verrichtingen kan identificeren.
    3. In voorkomend geval, het verschuldigd blijvende saldo van het voorgaande overzicht en de datum ervan;
      Het vorige saldo vormt het aanvangspunt voor de berekening van het saldo van het overzicht voor de periode die het overzicht dekt;
    4. Het nieuw totaal verschuldigd bedrag:
      Men bedoelt met het begrip het «nieuwe totaal verschuldigd bedrag» de totale som van alle bedragen die nog verschuldigd zijn, dus met inbegrip van de achterstanden
      (memorie van toelichting, Parl.St., Kamer, zit. 50, 1730/01, 38)
    5. De datum en het bedrag van de door de consument verrichte betalingen:
      Het betreft de sommen die door de consument aan de kredietgever zijn betaald of die door een derde aan de kredietgever worden betaald voor rekening van de consument.
    6. De toegepaste(n) debetrentevoet(en);
    7. De verschillende bedragen van alle kosten die zijn toegepast:
      Dit betreft de kosten die zijn vervallen tijdens de periode en die door de consument heeft betaald.
    8. In voorkomend geval het te betalen minimumbedrag en de interesten;
      Bepaalde kredietopeningen verplichten de consument om elke maand ofwel een bepaald bedrag ofwel een bedrag overeenstemmend aan een bepaald percentage van de schuld terug te betalen. Het is dit bedrag (gekwalificeerd als een minimum gezien niets de consument belet om een hoger bedrag terug te betalen) dat moet worden ter kennis gebracht.

     

    Artikel VII.99, § 2 – Overzicht van de kredietopeningen die niet verbonden zijn aan een bankrekening

     

    Voor de kredietopeningen die geen kasfaciliteiten zijn, zijnde de kredietopeningen die niet toegekend zijn op een bankrekening legt artikel VII.99, § 2, bepaalde aanvullende vermeldingen op. Deze kredietvormen worden niet geregeld door richtlijn 2008/48/EG en de Belgische wetgever behoudt zich dus de volledige vrijheid om wetgevend op te treden betreffende:

    1° In het voorkomende geval, het verschuldigd blijvend saldo van het voorgaande overzicht;
    2° In het voorkomende geval, de afzonderlijke data van de verschuldigde kosten;
    3° De datum en het bedrag van de verschuldigde interesten aan de hand van de toepasselijke debetrentevoet, alsook een vermelding van de berekeningswijze van deze interesten op het verschuldigd blijvend saldo, met behulp van de debetrentevoet.

     

    Voorbeeld - rechtspraak

    • De wet bepaalt geen uitdrukkelijke sanctie voor inbreuken op artikel 59, §1. De vrederechter van Boom weigerde de rechtsvordering van een kredietgever toe te staan, die niet in staat was te bewijzen dat de rekeningoverzichten over de laatste twaalf jaar waren verstuurd (Vred. Boom, 27 januari 2005, Jaarboek Kredietrecht, 2005, 62).   

     

    Advies van de administratie

    • Op een vraag van een representatieve beroepsorganisatie van de sector, heeft de administratie geoordeeld dat voor de kredietopeningen voor onbepaalde duur zonder gespreide terugbetaling in kapitaal en gekoppeld aan een bankrekening, aan de vereiste van artikel 59, §1 voldaan was door het verzenden van de rekeningoverzichten en van een maandelijkse staat waarin de debetrentevoet wordt vermeld, alsook de verschuldigde kosten en debetrenten voor de gedekte periode.

    • Een herinneringsbrief mag niet worden verward met het maandelijkse overzicht bedoeld in artikel 59 WCK. De overzichten mogen niet worden aangerekend indien de overeenkomst deze niet voorziet als terugkerende kosten. De verzending van overzichten samen met een herinnering mag niet worden aangerekend, daar de herinnering tegelijkertijd is verstuurd met het overzicht dat van rechtswege gratis is.