www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.89 en VII.147/2: Overdracht van loon

    De bepalingen (CK en HK)

    Artikel VII.89

    § 1. Elke afstand van rechten betreffende de bedragen bepaald in artikel 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, gedaan in het raam van een kredietovereenkomst beheerst door dit boek, is onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 27 tot 35 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en kan slechts uitgevoerd en aangewend worden tot beloop van de op de dag van de kennisgeving van de overdracht krachtens de kredietovereenkomst opeisbare bedragen.
      § 2. De inkomsten of het loon van de minderjarigen, ontvoogd of niet, zijn niet vatbaar voor overdracht en beslag uit hoofde van kredietovereenkomsten.

     

    Artikel VII.147/2

     1. Elke afstand van rechten betreffende de bedragen bepaald in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, gedaan in het raam van een kredietovereenkomst beheerst door dit boek, is onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 27 tot 35, met uitzondering van artikel 34, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en kan slechts uitgevoerd en aangewend worden tot beloop van de op de dag van de kennisgeving van de overdracht krachtens de kredietovereenkomst opeisbare bedragen.
      § 2. De inkomsten of het loon van de minderjarigen, ontvoogd of niet, zijn niet vatbaar voor overdracht en beslag uit hoofde van kredietovereenkomsten.

     

     

    De bepalingen van toepassing op de overdracht van loon

     

    Principe

    De loon overdracht is een zakelijke zekerheid. Deze overdracht is de meest gebruikelijke waarborg van kredietgevers. De voorwaarden voor de uitvoering en de procedure van de overdracht worden, met uitzondering van overdracht van loon die is toegestaan bij authentieke akte, geregeld in artikelen 27 en volgende van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van der werknemers. De loonoverdracht wordt slechts kort aangehaald in het boek VII: in artikel VII.89, wordt enkel verwezen naar de artikelen 27, tot 35, van de wet van 1965.

    Artikel VII.89, § 1, breidt de bescherming uit die wordt geregeld door de wet van 12 april 1965, tot de inkomsten die worden gelijkgesteld met de het loon bepaald in artikel 1410, § 1, Ger.W., meer bepaald de onderhoudsgelden, de werkloosheidsuitkeringen of ziekte- of invaliditeitsuitkeringen. Door een vergissing die het gevolg is van een onhandige omzetting beoogt de tekst niet meer het gewone loon dat beoogd wordt door artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek. Het lijdt evenwel geen twijfel dat de overdracht die beoogd wordt door de becommentarieerde bepaling zowel de gewone inkomsten (artikel 1409 Ger.W.) als het vervangingsinkomen (1410 Ger.W.) betreft (zie de commentaar door JOISTEN P., "Les sûretés", in Le crédit hypothécaire au consommateur, ULG/UCL, Larcier, Coll. Patrimoine et notariat, 2017, p. 403-408). Artikel VII.89, § 2, bepaalt dat inkomsten of het loon van minderjarigen, ontvoogd of niet, niet vatbaar zijn voor overdracht en beslag uit hoofde van kredietovereenkomsten.

    Artikel 34 van de wet van 12 april 1965 sluit de toepassing van de bepalingen betreffende de overdracht van loon uit wanneer deze in een authentieke akte is vastgesteld. Dit zou in principe van toepassing moeten zijn op de overeenkomsten van hypothecair krediet wanneer de overdracht is bepaald in de notariële akte. Artikel VII.147/2 heeft artikel 34 evenwel uitdrukkelijk uitgesloten. De regeling van de overdracht van loon is dus dezelfde beide gereglementeerde regelingen. Deze maatregel wordt in de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 april 2016 verantwoord door de bekommernis om een betere bescherming van de consument en onder meer de mogelijkheid van instelling van een verzetsprocedure:

    Artikel VII.147/2 herneemt de bestaande tekst van artikel VII.89 inzake consumentenkrediet. (…) Het voorstel is om ook deze procedure verder te volgen inzake hypothecair krediet. Het “nadeel” voor de consument is dat de kredietgever sneller een loonoverdracht kan doorvoeren (maar tegen een goedkoper tarief), het voordeel voor de consument is dat hij sneller verzet kan aantekenen en niet zelf meer een procedure moet voeren via deurwaardersexploot en een dagvaarding van de kredietgever voor de rechtbank van eerste aanleg. Vanuit legistiek oogpunt dient de verwijzing naar artikel 34 van de wet van 12 april 1965 uitgesloten te worden omdat dit artikel een uitzonderingsbepaling voorziet voor de overdracht van loon vastgesteld in een authentieke akte.

    (Parl. St. Kamer, zitting 54, 1685/001, bl. 47)

     

    Schriftelijk document:

    De vereiste van een afzonderlijk schriftelijk document:

    Artikel 27 van de wet van 12 april 1965 stelt: "De overdracht van het loon moet gebeuren bij een akte onderscheiden van die welke de hoofdverbintenis waarvan zij uitvoering waarborgt, bevat. Die akte wordt opgemaakt in zoveel exemplaren als er partijen zijn met een onderscheiden belang. Gelet op de uitbreiding van de toepasselijke regeling door de wet van 22 april 2016 is een afzonderlijk schriftelijk document, zelfs wanneer het hypothecaire krediet wordt toegestaan bij authentieke akte, verplicht inzake hypothecair krediet sinds 1 juli 2017.

    De wetgever wil de aandacht van de overdrager vestigen op het feit dat het om een bijzondere verbintenis gaat en hem ertoe aanzetten na te denken over de draagwijdte ervan. Heel vaak vermelden kredietgevers de kredietovereenkomst en de overdracht in hetzelfde document, enkel van elkaar scheiden door een puntjeslijn of door ponsgaten. Het Hof van Cassatie oordeelde dat de regel waarbij de loonoverdracht moet gebeuren bij een onderscheiden akte, niet inhoudt dat deze noodzakelijk op twee afzonderlijke papieren dragers moeten worden gedrukt (Cass., 9 oktober 2003). Deze praktijk heeft echter vonnissen in tegengestelde zin voortgebracht (zie M. FORGES, Les cessions de rémunérations et les garanties personnelles, in Le crédit à la consommation, ed. Jeune Barreau, Brussel, 1997, p. 225). Het is aan de vrederechter, die een verzoek tot geldigverklaring behandelt, om te oordelen of het exemplaar van de overdracht dat hem is overhandigd, voldoet aan de vereiste van artikel 27, en of de voorstelling van het instrumentum niet van die aard is dat bij de consument verwarring ontstaat tussen de hoofdverplichting en de loonoverdracht. Indien hij van mening is dat het niet om een afzonderlijke schriftelijke overeenkomst gaat, moet de vrederechter de overdracht nietig verklaren.

    Het WER regelt enkel de overdracht van loon en van vervangingsinkomsten. De overdracht als zekerheid van toekomstige schuldvorderingen ontsnapt aan deze regels en de kredietovereenkomst zou dus een algemeen beding van overdracht kunnen bepalen waaraan de lonen en vervangingsinkomsten uiteraard moeten worden onttrokken. Het beding moet, sinds 1 januari 2018, de bepalingen in acht nemen van titel XVII van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (zoals gewijzigd door de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake), waaronder artikel 61 dat vereist: (1) een geschrift (2) de nauwkeurige aanduiding van de door het pandrecht bezwaarde schuldvorderingen en de gewaarborgde schuldvorderingen en (3) dat het, al naargelang het geval, is opgesteld overeenkomstig het voorschrift van artikel 1325 of van artikel 1326 en dat nauwkeurig melding wordt gemaakt van het maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen zijn gewaarborgd. Bovendien, hoewel de overdracht tot zekerheid van toekomstige inkomsten van de consument mogelijk is in hoofde van de consument-kredietnemer, is deze verboden in hoofde van de consument-zekerheidsteller (zie de commentaar van de artikelen VII.109 en VII.147/26).

     

    In zoveel exemplaren als er partijen zijn

    De vereiste inzake het aantal exemplaren heeft eveneens tot controversen geleid. Met haar arrest van 10 februari 1997 heeft het Hof van Cassatie een einde gesteld aan een betwisting die tot vonnissen in tegengestelde zin had geleid, door te erkennen dat een kopie een geldig exemplaar vormt in de zin van artikel 27, van de wet van 1965.

    De overdracht houdt immers enkel verplichtingen in voor de overdrager en artikel 1325 B.W. is dus niet van toepassing (Cass., 10 februari 1997, A.J.T., 1996-1997, p. 456 en noot D. BLOMMAERT, J.J.T., 1997, p. 279 en noot M. FORGES, T. Vred., 1997, p. 233 en noot M. DAMBRE). Deze beslissing werd sindsdien bekrachtigd (Cass., 9 oktober 2003, Jaarboek Kredietrecht, 2003, p. 70).

    Merk evenwel op dat wanneer verschillende consumenten zich samen verbinden, de vereiste van een afzonderlijk geschrift moet beoordeeld worden in hoofde van elke consument die zijn schuldvordering overdraagt. De overdracht van schuldvordering is in werkelijkheid een waarborgverbintenis die specifiek is voor elke persoon. Er bestaat geen gemeenschappelijk belang in hoofde van de twee borgen die zich verbinden. Het is dus logisch dat elke overdrager over een eigen exemplaar beschikt.

     

    De inhoud van de schriftelijke overeenkomst

    Het Hof van Cassatie heeft bovendien een aantal zaken verduidelijkt:

    • De overdrachtsovereenkomst moet melding maken van de hoofdverplichting en van het bedrag waarvoor de overeenkomst is gewaarborgd (Cass. 21 november 2005; Cass., 29 oktober 2001, A.J.T., 2001, p. 581, Jaarboek Kredietrecht, 2001, p. 236). Deze vereiste brengt de geldigheid van de overdracht van loon “voor alle bedragen” in het geding.
    • De vormvereiste inzake de vermelding “goed voor” bepaald in artikel 1326 B.W. is niet van toepassing op de overeenkomst voor overdracht van loon (Cass., 9 oktober 2003).
    • De overdracht van loon vormt geen wederkerige overeenkomst zodat artikel 1325 B.W. niet van toepassing is en zodat, bijgevolg, het schriftelijke bewijs van de verplichtingen waartoe is overeengekomen, kan worden geleverd aan de hand van een exemplaar van de overdrachtsovereenkomst, enkel ondertekend door de overdrager (Cass., 10 februari 1997, A.J.T., 1996-1997, p. 456 en noot D. BLOMMAERT, J.J.T., 1997, p. 279 en noot. M. FORGES, T. Vred., 1997, p. 233 en noot M. DAMBRE: Cass., 27 september 2001, A.J.T., 2001-2002, p. 687, D.C.C.R., 2003, p. 48).

    Volgens de vrederechter van Oudenaarde voldoet een akte van overdracht van loon die niet verwijst naar de kredietopening die deze zou waarborgen noch het bedrag vermeldt waarop de overdracht van loon betrekking heeft niet aan artikel 27 van de wet betreffende de bescherming van het loon. Het feit dat deze kredietopening niet zou geregeld zijn door de wet op het consumentenkrediet is van geen belang (Vred. Oudenaarde-Kruishoutem, 4 april 2007, Jaarboek Kredietrecht 2007, 90).

     

    Uitvoering van de overdracht

    De overdracht moet ten uitvoer worden gelegd volgens de procedure die wordt beschreven in artikel 28 van de wet van 12 april 1965. De consument heeft het recht om zich te verzetten binnen een termijn van 10 dagen die niet is voorgeschreven op straffe van verval (artikel 29).

     

    Opeisbare schuldvordering

    De overdracht mag enkel worden uitgevoerd voor zover de overdrager zijn verbintenissen niet nakomt en de schuldeiser jegens hem over een zekere en opeisbare schuldvordering beschikt (Cass., 10 november 1983, R.W., 1984-1985, p. 832: M. FORGES, Les cessions de rémunérations et les garanties personnelles , in Le crédit à la consommation, ed. Jeune Barreau, Brussel, 1997, p. 261, nr 63). De praktijk die erin bestaat een loonoverdracht aan te zeggen voordat er sprake is van een betalingsachterstand met als enige doeleinde voorrang te krijgen op de eventuele andere overnemers, kan niet worden aanvaard. Sinds de hervorming van 24 maart 2003, bepalen de artikelen bovendien uitdrukkelijk dat de afstand van rechten betreffende de bedragen bedoeld in artikel 1410, § 1, Ger.W. “slechts kan worden uitgevoerd en aangewend tot beloop van de op de dag van de kennisgeving van de overdracht krachtens de kredietovereenkomst opeisbare bedragen”.

    Deze bepaling heeft enkel betrekking op de inkomsten gelijkgesteld met het loon bepaald in 1410, § 1, Ger.W. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 24 maart 2003 blijkt echter dat de wetgever het geheel van overdrachten, en niet enkel de overdrachten betreffende het vervangingsinkomen, wilde beperken tot enkel de opeisbare bedragen op de dag van de kennisgeving van de overdracht (Parl. St., Kamer, 2001-2002, nr. 1730/1, p. 32).

    Krachtens artikel 1390ter Ger.W., is de overdracht slechts tegenstelbaar aan andere derden dan de gecedeerde schuldenaar vanaf het tijdstip waarop het bericht van overdracht bij het bestand van berichten is ontvangen.  Krachtens deze bepaling moet het bericht van overdracht dat instaat voor de tegenwerpbaarheid aan andere derden dan de gecedeerde schuldenaar, vergezeld zijn van een attest van de overnemer “waarin staat dat er sprake is van een betalingsachterstand” en moet “het bedrag van het opeisbare saldo van de schuldvordering van de overdrager” worden vermeld.

     

    Uitvoering:

    • Overeenkomstig artikel 28, 1° van de wet van 1965 moet de overnemer (in de praktijk meer bepaald de kredietgever) voorafgaand aan de uitvoering van de overdracht, aan de overdrager (de consument) zijn intentie meedelen om de overdracht uit te voeren. Deze kennisgeving hoeft echter geen melding te maken van het bedrag ten belope waarvan de overnemer de overdracht wil uitvoeren (Cass., 29 oktober 2001, A.J.T., 2001-2002, p. 580, R.W., 2001-2002, p. 1062, D.C.C.R., nr 58, p. 60 en noot A. DE WILDE). Sinds 30 januari 2007 moet deze kennisgeving, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kinderen ten laste bevatten (artikel 28bis van de wet van 12 april 1965).
    • De overnemer stuurt ook aan de gecedeerde schuldenaar (de werkgever of de schuldenaar van de inkomsten) een kopie van deze kennisgeving (artikel 28, 2°, van de wet van 12 april 1965).
    • De overnemer stuurt een bericht van overdracht naar de griffie (artikel 1390ter Ger. W.).
    • De overnemer stuurt naar de gecedeerde schuldenaar, na afloop van de verzetstermijn van tien dagen, een eensluidende kopie van de overeenkomst voor overdracht van loon (artikel 28, 3°, van de wet van 12 april 1965).

    Verzet

    Indien de consument verzet wenst aan te tekenen tegen het voornemen van de schuldeiser om de overdracht uit te voeren, moet hij zijn werkgever daar per aangetekend schrijven van op de hoogte brengen binnen tien dagen na de kennisgeving aan de overdrager van het voornemen om de overdracht uit te voeren (artikel 29 van de wet van 12 april 1965). De overschrijding van deze termijn in echter niet voorzien op straffe van nietigheid zodat laattijdig verzet wordt aanvaard (Cass., 29 november 1979, Pas., 1980, I, p. 406: Cass., 22 november 1984, Pas., 1985, I, p. 372). Het verzet brengt een uitstel teweeg, te rekenen vanaf de kennisgeving per aangetekend schrijven (Cass., 29 november 1979, Pas., 1980, I, p. 406: Cass., 22 november 1984, Pas., 1985, I, p. 372).

    Dagvaarding tot betaling en geldigverklaring

    Overeenkomstig artikel 31 van de wet van 12 april 1965, In geval van verzet roept de overnemer de overdrager bij aangetekende brief, toegezonden door een deurwaarder, voor de vrederechter van het kanton van de woonplaats van de overdrager, ten einde de overdracht te horen bekrachtigen.  De vrederechter beslist in laatste aanleg, ongeacht het bedrag van de overdracht. Bij bekrachtiging kan de overdracht door de gecedeerde schuldenaar worden uitgevoerd op eenvoudige kennisgeving die hem door de griffier wordt gedaan binnen vijf dagen te rekenen van het vonnis.

    Het gebeurt dat de schuldeiser de consument tezelfdertijd wil dagvaarden teneinde hem te veroordelen tot de betaling van het bedrag van de schuldvordering. Een dergelijke rechtsvordering, wanneer deze is gebaseerd op een consumentenkredietovereenkomst, valt ook onder de bevoegdheid van de vrederechter overeenkomstig artikel 591, 21°, Ger.W. De procedures mogen in dat geval aanhangig worden gemaakt middels eenzelfde akte. Indien ze apart aanhangig worden gemaakt, moet er rekening mee worden gehouden dat er een verband is (D. BLOMMAERT et F. NICHELS, Kroniek van het consumentenkrediet (1995-1998) , T.B.H., 2000, nr 67).

    In een dergelijk geval staat er, volgens het Hof van Cassatie, geen beroep open tegen de beslissing die zowel ten gronde als betreffende de overdracht van loon wordt geveld (Rb. Gent, 2 november 1998, J.J.P., 2000, p. 99; M. FORGES, "Cession de rémunération – Crédit", noot onder Vred. Tielt, 24 september 1997, D.C.C.R., 1998, p. 76; M. FORGES, "La cession de rémunération", in Handboek consumentenkrediet, ed. E. Terryn, Die Keure, 2007, p. 308; D. BLOMMAERT en F. NICHELS, "Kroniek van het consumentenkrediet (1995-1998)", T.B.H., 2000, nr. 67; Vred. Sint-Niklaas, 10 februari 2010, NjW 2010, 422, noot R. STEENNOT). Een arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 april 2007 heeft verklaard dat dit verlies van een aanleg niet in strijd was met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Grondwettelijk Hof, 18 april 2007, nr. 3993, Jaarboek Kredietrecht 2007, 88).

    Sommige beslissingen beslissen daarentegen om de geldigverklaring van de overdracht op te schorten totdat er definitief uitspraak wordt gedaan over de kredietovereenkomst (Vred. Gent, 2 februari 2009, Jaarboek Kredietrecht, 2009, 39; Vred. Kortrijk, 6 februari 2008, NjW 2008, 315, noot STEENNOT R.; RW 2009-2010, 1271; JJP 2009, 295 noot STEENNOT R.).

    Een beroepsprocedure is daarentegen mogelijk indien de vordering tot betaling van de gewaarborgde schuldvordering voor de rechtbank van eerste aanleg werd gebracht (het zal dan ongetwijfeld gaan over een schuldvordering die niet voortvloeit uit een overeenkomst van consumentenkrediet) en dat de vordering tot geldigverklaring wordt samengevoegd vanaf de inleiding door de kredietgever of na verzending door de vrederechter. Het Grondwettelijk Hof heeft beschouwd dat dit verschil in behandeling niet in strijd is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Grondwettelijk Hof, 12 februari 2009, Jaarboek Kredietrecht 2009, 213, noot M. FORGES).

    Advies van de administratie

    • De administratie is altijd van mening geweest dat de praktijk van de preventieve kennisgeving van de overdracht van loon een rechtsmisbruik vormt en moet worden beschouwd als een gebruik te kwader trouw van de loonoverdracht die de kredietgever als zekerheid vraagt bij niet-uitvoering van een kredietovereenkomst. Bovendien is de administratie van oordeel dat de onrechtmatige kennisgeving van een bericht van loonoverdracht een inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer. Dat standpunt werd overigens bekrachtigd door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.