www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.65 : Verboden reclame (CK)

     

    Artikel VII.65

    § 1. Verboden is elke reclame voor een kredietovereenkomst die specifiek gericht is op:

      1° het aanzetten van de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, tot het opnemen van krediet;
      2° het benadrukken van het gemak of de snelheid waarmee het krediet kan worden verkregen;
      3° het aansporen tot hergroepering of centralisatie van lopende kredieten of die tot uiting brengt dat lopende kredietovereenkomsten bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen.
      

    § 2. Is eveneens verboden elke reclame voor een kredietovereenkomst die:

      1° verwijst naar een vergunning, een registratie of een inschrijving als kredietgever of kredietbemiddelaar;
      2° door verwijzing naar het maximale jaarlijkse kostenpercentage of naar de wettelijkheid van de toegepaste kostenpercentages de indruk wekt dat deze de enige zijn die kunnen worden toegepast.
    Iedere verwijzing naar het wettelijk toegestane maximale jaarlijkse kostenpercentage en naar de wettelijk toegestane maximale debetrentevoet moet ondubbelzinnig, leesbaar en goed zichtbaar of, in voorkomend geval, hoorbaar worden voorgesteld en moet het wettelijk toegestane maximale jaarlijkse kostenpercentage nauwkeurig aanduiden;
      3° aanduidt dat een kredietovereenkomst kan worden gesloten zonder informatie die zou toelaten de financiële toestand van de consument na te gaan;
      4° een andere identiteit, adres of hoedanigheid vermeldt dan door de adverteerder opgegeven in het raam van zijn vergunning, registratie of inschrijving als kredietgever of kredietbemiddelaar;
      5° om een kredietsoort aan te duiden enkel een benaming hanteert die verschilt van degene die door dit boek worden aangewend;
      6° voordeeltarieven vermeldt zonder opgave van de bijzondere of beperkende voorwaarden waaraan de toekenning van deze tarieven is onderworpen;
      7° aanduidt met bewoordingen, tekenen of symbolen dat het kredietbedrag ter beschikking wordt gesteld in baar geld of contant;
      8° de vermelding "gratis krediet "of een gelijkaardige vermelding, anders dan de verwijzing naar het jaarlijkse kostenpercentage, bevat;
      9° een daad in de hand werkt die beschouwd moet worden als een niet-naleving van of een inbreuk op dit boek of zijn besluiten

     

     

    Commentaar

     

    Ontstaan

    De wet van 24 maart 2003 tot wijziging van de wet op het consumentenkrediet had een nieuw onderwerp aangevoerd in het hoofdstuk inzake de kredietpromotie met het oog op de preventie van overmatige schuldenlast. Men wou de boodschappen die onrechtmatig aansporen tot het gebruik van krediet beteugelen. Bijzonder inzake kredietverstrekking is het louter verbieden van reclame die de consument misleidt ruim onvoldoende. Zonder misleidend te zijn kan reclame inderdaad de belangen van de consumenten ernstig schaden. Alhoewel sommigen met de regelmaat van een klok de wens uiten om de reclame inzake krediet te verbieden ligt het niet in de bedoeling van de auteurs van de tekst zulks te doen maar in te gaan tegen de misbruiken die gemaakt worden van het recht om reclame te maken voor deze bijzondere dienstverlening (Parl. St., Kamer, 2002/2003, 1730/001, p. 14).

    Het is zeer moeilijk gebleken om het concept van onrechtmatige reclame toe te passen in de praktijk. Naar aanleiding van de omzetting van de richtlijn 2008/48/EG heeft de wetgever dus beslist om het bijwoord te schrappen dat meer problemen veroorzaakte dan dat het er oploste. De reclamepraktijken die vroeger verboden waren op voorwaarde dat ze onrechtmatig waren, worden vandaag dus automatisch beoogd zonder dat het subjectieve bestanddeel van een misbruik moet worden aangetoond.

    De wetgever heeft artikel 6 (=VII.65, WER) herzien naar aanleiding van de omzetting van Richtlijn 2008/48/EG en heeft de gevallen van verboden reclame dus uitgebreid. Artikel 6 is van toepassing op alle reclame (zowel met of zonder rentevoet of cijfers betreffende de kosten van het krediet).

     

     

    VII.65: reclame specifiek gericht op consumenten in moeilijkheden

    Deze woorden hebben het bijwoord onrechtmatig vervangen. Zij wijzen erop dat, hetgeen de wetgever wil verbieden, is dat de reclame een bepaalde consument tracht aan te trekken die moeilijkheden ondervindt om zijn verbintenissen na te komen. Deze voorwaarde wordt beoordeeld vanuit het standpunt van de consument en van zijn perceptie van de reclameboodschappen die hem worden gericht. Het is vereist en het volstaat dat het door de wet verboden element wordt ervaren als één van de elementen die de reclameboodschap wil benadrukken. De boodschap moet in zijn geheel worden onderzocht en er moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van de verspreiding ervan (doelpubliek, gebruikte media, enz.).

    Deze reclame is verboden en kan dus worden bestraft zelfs als de kredietgever kan aantonen dat hij de wet heeft nageleefd betreffende de sluiting van de overeenkomsten met de consumenten die worden aangetrokken door de reclame, of dat de kredietovereenkomst in het belang van de consument wordt afgesloten.

     

    VII.65, §1, 1°: reclame die de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, aanzet tot het opnemen van krediet

    In dit  geval wordt de reclame als onrechtmatig beschouwd, ongeacht de draagwijdte van de boodschap. Alle reclame voor kredietovereenkomsten is dus verboden, die specifiek aan de consument is gericht die in de onmogelijkheid verkeert zijn schulden te betalen. 

    De parlementaire voorbereiding geeft enkele voorbeelden: financiële moeilijkheden ? Wij zijn daar ... zelfs werklozen, bestaansminimumtrekkers, zelfs indien geschil/betalingsachterstand, zelfs indien elders geweigerd, zelfs indien geregistreerd bij de Nationale Bank, leningen in het bijzonder voor geschil enz (Parl. St., Kamer, 2002/2003, 1730/001, p. 14). In een vorige versie van de tekst waren ook de volgende slogans vermeld om dit verbod te illustreren: "Geldvoorraad beschikbaar op elk ogenblik, zelfs indien geen onmiddellijk gebruik in zicht", "Beschik nu over een geldvoorraad voor uw toekomstige noden", "Steeds een geldvoorraad bij zich. Wat een gemak !" Na het protest vanwege de vertegenwoordigers van de Productie, Distributie en Middenstand bij de Raad voor het Verbruik, staan deze slogans niet meer in de memorie van toelichting (Advies van 22 april 1998 van de Raad voor het Verbruik over een voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet, Art. 6 § 1, 1ste lid).

    De administratie heeft bovendien haar standpunt bepaald wat betreft de volgende slogans die niet waren vergezeld van enige andere aanduiding:

    • "propriétaire en difficulté, nous avons une solution pour vous aider": indien het enkel gaat om het verlenen van een hypothecair krediet, kan de slogan niet anders dan een schending zijn van de WCK. Indien daarentegen ook het verlenen van consumentenkredieten wordt beoogd, kan het een schending zijn van artikel 6 §1 WCK eerste streepje.
    • "Même si refusé ailleurs"; "fichage, contentieux, dette privée..."; "même avec contentieux ou prêts en cours"; "vous êtes fichés ou prêts en cours, acceptons des prêts malgré tout"; "regroupement, contentieux, saisies, ..."; "prêt pour toute personne en difficulté même si pas propriétaire"; "problème de remboursement"; "contentieux bienvenus"; "même chômeur, contentieux, invalides": deze slogans zijn in strijd met artikel 6, §1 WCK eerstre streepje.
    • De wegpage van de website X.be  « quelques conseils pour allonger les mensualités » is een reclame specifiek gericht aan de consument die in de onmogelijkheid verkeert zijn schulden te betalen. (zie PV v/d administratie).

     

     

    VII.65, § 1, 2° et 3°: reclame die het gemak of de snelheid van het krediet benadrukt of aanspoort tot hergroepering

    Het betreft in werkelijkheid gevallen die het eerste geval ontwikkelen, namelijk het aanzetten van de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, tot het opnemen van krediet. Zij strekken dus tot bescherming van de consument in moeilijkheden, die omwille van zijn situatie dus bijzonder vatbaar is om te zwichten voor de reclameboodschappen. Deze criteria van artikel VII.64, §§1,  2 en 3, WER, zijn niet cumulatief.

    Tweede en derde geval – parlementaire voorbereiding: Worden aldus bedoeld de aankondigingen die op overdreven wijze het gemak (« geen onderzoek »), de snelheid, de discretie, benadrukken met dewelke men een krediet kan bekomen. Idem dito voor wat de aankondigingen betreft die op onrechtmatige wijze aansporen tot « hergroepering » of « centralisatie » van lopende kredieten, die de kredietverlening voorstellen als zijnde reeds toegewezen, of die de passie voor het geld dat via een krediet beschikbaar is, uitbuiten (Parl.St., Kamer, 2002/2003, 1730/001, p. 15). We herinneren er in dit opzicht aan dat het onrechtmatige (of overdreven) karakter niet meer vereist wordt sinds de hervorming die werd ingevoerd door de wet van 13 juni 2010.

    De administratie heeft geoordeeld dat in volgende gevallen de eisen van de wet niet werden nageleefd:

    • De reclamecampagne voor pre-embossed kaarten X (dat wil zeggen reeds klaargemaakt op naam van bepaalde klanten) die de indruk gaf dat het krediet zonder voorwaarden werd verleend omdat de vermelding onder voorbehoud van aanvaarding niet duidelijk genoeg was weergegeven (onrechtmatige benadrukking van het gemak).
    •  De reclame die consumenten verkeerdelijk deed geloven dat ze binnen achtenveertig uur over 5.000 EUR konden beschikken zonder administratieve formaliteiten waarbij werd aangegeven dat de nodige stappen voor het grootste deel telefonisch konden worden ondernomen (misleidende nadruk op de snelheid en het gemak).
    • De vermelding “bezoek bij u thuis op aanvraag” die doet vermoeden dat een gewoon telefoontje volstaat, terwijl overeenkomstig artikel 7 leurhandel verboden is behalve als de consument voordien een schriftelijke aanvraag heeft ingediend (misleidende nadruk op het gemak).
    • Kader: Kredietopening : uw geldreserve van 1.250 EUR tot 7.500 EUR. Besteed ze in uw eigen tempo ! Zonder beperking in de tijd, noch inzake betalingen. Uw geld op uw rekening binnen de 48 uur. (misleidende nadruk op de snelheid en het gemak).
    • De vermelding "Dezelfde dag op uw woonplaats" (Ministerieel sanctioneringsbesluit, Jaarboek Kredietrecht, 2006, 108): die er op misleidende wijze de nadruk op legt dat het krediet snel kan worden verkregen. Daarenboven is deze vermelding bedrieglijk in de zin van artikel 94/2 van de wet van 14 juli 1991 aangezien ze doet vermoeden dat in alle gevallen het geld “op dezelfde dag” “bij de consument thuis” ter beschikking wordt gesteld.
    • De mail die door een kredietgever aan een klant wordt gestuurd met een betalingsachterstal van twee maandaflossingen om hem voor te stellen op een nieuw krediet in te tekenen, omvattende de betalingsachterstal en een nieuwe kredietverlening, teneinde de onbetaalde termijnen uit te stellen.

    De administratie heeft bovendien haar standpunt bepaald wat betreft de volgende slogans die niet waren vergezeld van enige andere aanduiding:

    • werden beschouwd als te algemeen (zonder rechtstreekse band met de kredietverlening) om in strijd te zijn met de WCK:  "Pour votre demande un simple coup de fil suffit" ("Voor uw aanvraag is een eenvoudig telefoontje voldoende"), "7j/7 24h/24 à votre service" "appel gratuit même soir et weekend" (gratis bellen, zelfs 's avonds en in het weekend); "Credivite et vous êtes partis..."; "avec la rapidité en plus"; "rêvez, nous ferons le reste"; "besoin rapide d'argent"; "pour tous"; "décision rapide" "décision dans l'heure".
    • "Nous nous déplaçons"; "nous nous déplaçons sur simple demande": de slogan is niet in strijd met de WCK, onder voorbehoud van de controle van de toepassing van artikelen 7, 8 en 9 WCK.
    • "7j/7" "soir et weekend" non-stop" "même soir et weekend" "décision le jour même 7j/7": deze slogans worden beschouwd als bedrieglijk in de zin van de WMPC aangezien de Centrale voor Kredieten aan Particulieren die moet worden geraadpleegd, slechts 6 dagen op 7 (en 5 zondagen per jaar) is geopend en deze niet ’s nachts kan worden geraadpleegd. Er dient verduidelijkt dat het slechts gaat om een beschikbaarheid voor het indienen van aanvragen, aangezien de kredietverlening op een zondag onmogelijk is indien de aanvraag op dezelfde dag is gedaan.
    • "Possible sur simple demande"; "possible sur un simple coup de fil"; "un simple coup de fil appel suffit"; ''votre argent en main en 24 heures"; ''votre argent dans la journée"; "I'argent sur votre compte dans les 24 heures"; "un simple coup de téléphone suffit ou simplement un e-mail"; ''votre crédit dans les 24 heures"; "empruntez dans votre fauteuil, un simple coup de fil suffit"; "ok si crédit en cours"; "tous montant tous motif, votre argent le jour même"; "réponse rapide, tous montant tous motif le téléphone est gratuit"; "crédit par téléphone": deze slogans worden beschouwd als strijdig met de WMPC aangezien artikelen 10,11,15 en 64 §1 WCK verhinderen dat een krediet in alle omstandigheden snel kan worden toegekend. Ze zijn strijdig met artikel 6 §1 WCK tweede streepje.
    • "regroupement toujours ok": in zoverre dat een hergroepering niet altijd "OK" is, vormen deze slogans een schending op de WMPC en artikel 6 §1 WCK derde streepje.
    • "Déplacement et analyse gratuite": deze slogan is in strijd met artikel 88 WMPC (reclame die de consument misleidt) in zoverre dat, overeenkomstig 13 en 65 §1 WCK, deze diensten hoe dan ook gratis zijn.

     

    VII.65, § 2, 1° : Verboden te verwijzen naar een erkenning of inschrijving

    Een dergelijk verbod was reeds opgenomen in de wet van 5 mei 1965 inzake persoonlijke leningen op afbetaling. In de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet werd dit verbod uitgebreid naar alle reclame voor kredietovereenkomsten; de wetgever wilde immers vermijden dat de verwijzing naar een erkenning zou kunnen worden geïnterpreteerd als een overheidswaarborg voor de aangeboden kredietverrichtingen, en wilde de kredietgever niet toelaten naleving van de wet te laten inroepen als bewijs van integriteit. (I. MOREAU-MARGREVE, "La loi du 5 mars 1965 et le régime des prêts personnels à tempérament", J.T., 1966, p. 760). Deze vorm van reclame is bijgevolg als dusdanig verboden, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een werkelijk of potentieel bedrieglijk karakter. De vermelding erkend kredietadviseur is in strijd met artikel 6 (Ministerieel sanctioneringsbesluit, Jaarboek Kredietrecht, 2006, 108)

     

    VII.65, § 2, 2° : Verwijzing naar maximale percentages

    In tegenstelling tot het voorgaande voorschrift (verbod om de erkenning te vermelden), is de verwijzing naar maximale percentages in de reclameboodschap voor een consumentenkrediet niet als dusdanig verboden. Ze is echter gereglementeerd aangezien reclame een verwijzing naar het maximale JKP mag bevatten of naar de wettelijkheid van de toegepaste percentages voor zover aan twee voorwaarden is voldaan:

    • In de reclameboodschap mag niet de indruk worden gewekt dat die percentages de enige zijn die kunnen worden toegepast.
    • De verwijzing naar een maximum percentage moet leesbaar, zichtbaar en ondubbelzinnig of, in voorkomend geval, hoorbaar worden voorgesteld en moet het juiste bedrag van het wettelijk toegestane maximale JKP aanduiden.

    Deze bepaling werd door de wetgever in 2003 ingevoerd. Het oorspronkelijke wetsontwerp (nr. 916) verbood alle verwijzingen naar het wettelijk toegestane maximale JKP, of naar de wettelijkheid van de toegepaste percentages (Parl.St., Senaat, 1989-1990, 916/1, p. 82). De wetgever vreesde dat een dergelijke vergelijking bedrieglijk kon zijn indien het maximale percentage hoger lag dan het percentage op de markt, en dat de kredietgever het verschil zou voorstellen als een voordeel dat aan de consument werd toegekend. Die aanpak werd gewijzigd na een discussie in de Senaat op basis van de wet betreffende de handelspraktijken die toelaat dat een vergelijking wordt gemaakt met een gereglementeerde prijs (art. 43, § 4 van de wet van 14 juli 1992 betreffende de handelspraktijken, thans vervangen door de WMPC). Aangezien het maximale percentage geen “gereglementeerde prijs” is, heeft de wetgever naar analogie geoordeeld dat het niet echt te rechtvaardigen was om de verwijzing naar een maximaal percentage te verbieden. Tevens werd ervan uitgegaan dat een dergelijke vergelijking de concurrentie kon bevorderen (Parl.St., Senaat, 1989-1990, 916/2, pp. 65 en 66).

     

    VII.65, § 2, 3° : De reclame die laat geloven dat een kredietovereenkomst kan worden gesloten zonder informatie die zou toelaten de financiële toestand van de consument na te gaan

    Dit verbod werd ingevoerd door de wet van 13 juni 2010. Volgens de memorie van toelichting is de bepaling onder 3° van het tweede lid (...) geïnspireerd op Franse regelgeving (artikel L311-4, 3e lid, van de Code de la Consommation) (Parl. St., Kamer, Zitting 52, 2468/001, blz. 31). Dergelijke reclame is strijdig met de artikelen 10, 11 en 15 van de WCK, die de kredietgever verplichten inlichtingen in te winnen over de solvabiliteit van de consument, hem een SECCI te overhandigen die aangepast is aan zijn aanvraag en hem een soort krediet en een bedrag voor te stellen die rekening houden met zijn financiële toestand en met het doel van het krediet.

     

    VII.65, § 2, 4° : De vermelding van de identiteit, het adres of de hoedanigheid van de adverteerder

    In de versie van de WCK voor de wet van 13 juni 2010 tot omzetting van de richtlijn 2008/48/EG, bepaalde artikel 5: Elke reclame (...) moet bevatten: (...)  de identiteit, het adres en de hoedanigheid van de adverteerder. Ten gevolge van de omzetting van de richtlijn kon deze verplichting niet worden behouden voor de reclame die wordt beoogd door de richtlijn (de reclame die een rentevoet of een cijfer betreffende de kosten van het krediet vermeldt). Zij werd dus omgevormd in een verbod om een andere identiteit, adres of hoedanigheid te vermelden dan door de adverteerder opgegeven bij de FOD Economie in het raam van zijn erkenning of inschrijving.

     

    VII.65, § 2, 5° : De aanduiding van de kredietsoort volgens de benaming van de wet

    De wet benoemt expliciet de volgende krediettypes:

    1. Voor het consumentenkrediet:
    • de lening op afbetaling,
    • de verkoop op afbetaling,
    • de financieringshuur,
    • de kredietopening,
    1. voor de hypothecair krediet:
    • Het hypothecair krediet met onroerende bestemming
    • Het hypothecair krediet met roerende bestemming
    • Kredietopening met roerende bestemming
    • De kredietopening met onroerende bestemming

    De bepaling verbiedt het gebruik van commerciële benamingen niet. Zij eist echter dat de benaming van de wet wordt vermeld in de overeenkomst opdat de consument zou kunnen nagaan welke bepalingen van de wet van toepassing zijn op het betrokken krediet. Bovendien dient men er rekening mee te houden dat deze vereiste tevens de krediettypes beoogt die niet gedefinieerd zijn in de wet en waarvan de reclame bijgevolg de specifieke kenmerken dient te benadrukken. Deze vereiste is eveneens opgenomen voor kredietovereenkomsten: Krachtens artikel VII.78, §2, 1° (BW) en VII.134, §2, 1° (CH) moet de voorgestelde kredietsoort op duidelijke en beknopte wijze worden vermeld.

    Voorbeeld -rechtspraak : de reclameboodschap die laat geloven dat het een gratis krediet op afbetaling betreft terwijl het een kredietopening betreft, is misleidende reclame (Kh. Antwerpen (kortged.), 30 oktober 2003, Jb. Kred. 2003, 15).

    Voorbeelden- adviezen van de administratie: 

    • Vermeldingen als "réserve d’argent", "prêt personnel", "votre ligne de crédit", "direct cash" of "réserve permanente" wijzen geen vorm van kredietovereenkomst aan.
    • De vermelding lening nieuwe wagen terwijl het leningen op afbetaling betreft voor een nieuwe wagen beantwoordt evenmin aan de wettelijke vereiste
    • In dezelfde zin is de vermelding kredietopening in kleine letters en tussen haakjes evenmin aanvaarbaar indien deze de indruk geeft dat deze informatie van ondergeschikt belang is.
    • Een betalingsmodaliteit van een goed onder het mom van een lening in drie maandaflossingen mag niet worden verward met een modaliteit van terugbetaling van een kredietopening.
    • De reclame krachtens welke de vorm van het krediet wordt vermeld in een kleine tabel waar niet duidelijk blijkt dat de termen "direct cash" en "réserve permanente" (die geen wettelijke termen zijn) in werkelijkheid de verplichting inhouden voor de consument om een overeenkomst van kredietopening te sluiten, voldoet niet aan de vereiste van de wet.
    • "de 1250 à 30.000 euros - le jour même à votre domicile - 010-8*****- de 9 h à 21 h du lundi au samedi – CREDIT **** - Prêts pour tous motifs 0800/**** - (appel gratuit) Besoin d'argent? Une solution vous attend ! C*** sa - conseiller crédit agréé - chée *** - 13** ******". Deze reclame heeft het voorwerp uitgemaakt van een proces-verbaal wegens verschillende inbreuken, onder meer om dat de betrokken kredietvorm voor de "1250 à 30000 euros" niet wordt vermeld (zie ook de onjuiste vermelding van de hoedanigheid van de adverteerder en het onrechtmatig benadrukken van de snelheid).

     

    VII.65, § 2, 6° : De vermelding van een voordeeltarief

    Elke reclame voor een kredietovereenkomst die voordeeltarieven vermeldt zonder opgave van de bijzondere of beperkende voorwaarden waaraan de toekenning van deze tarieven is onderworpen is verboden. Deze bepaling kwam sinds 1991 op positieve wijze voor in artikel 5, § 1, voor de wijziging ervan door de wet van 13 juni 2010, waarbij de richtlijn 2008/48 werd omgezet. Zij werd behouden in de vorm van een verbod voor de reclame zonder vermelding van een rentevoet of van een cijfer betreffende de kosten van het krediet. Hier worden de volgende voorwaarden beoogd: afsluiten van een verzekering, het verschaffen van een borg, noodzaak te beantwoorden aan de criteria inzake beroepsactiviteit, de verplichting reeds cliënt of spaarder te zijn, enz. (Parl. St., Senaat, 1989-1990, nr. 916/1, blz. 12).

    Voorbeelden- rechtspraak: de vrederechter van La Louvière heeft een kredietgever op afbetaling (een autoconcessionaris) bestraft waarvan de reclame de mogelijkheid benadrukte van een financiering met een minimuminbreng van 15 % terwijl de kredietgever waarbij de dossiers werden ingediend, een aval eiste: elke potentiële koper die de aantrekkelijke oproepen van een reclame beantwoordt (is gerechtigd te verwachten) dat de praktijken van de verkoper in overeenstemming zullen zijn met zijn reclameadvertenties (13 januari 1999, Jb. Kred, 1999, 62 -  sanctie: afwijzing van de vordering tot betaling van de vergoeding wegens weigering om de levering te aanvaarden).


    Voorbeelden - advies v/d adminstratie :

    • De reclameboodschap: "uniek in België 2% terugbetaald op al uw aankopen – tijdelijk aanbod kredietkaart X– de kaart van X is de enige die u 2% terugbetaalt.  Vraag de kaart hier aan kredietopening onder voorbehoud van aanvaarding van uw dossier en van wederzijds akkoord" is in strijd met de bepalingen van de WHPC en van de WCK. Zij vermeldt immers niet dat het aanbod voorbehouden is voor nieuwe klanten, dat de terugbetaling van 2% beperkt is in de tijd en dat de terugbetaling beperkt is tot een maximumbedrag. De formulering laat dus essentiële informatie weg om de consument te misleiden over de kenmerken van een dienst, dit wil zeggen onder meer de voordelen die zij biedt en de diensten die eraan gekoppeld zijn.  Deze reclame is strijdig met artikel 88 WMPC.
    • Elke vermelding zoals "vanaf" moet gepaard gaan met de vermelding van de bijzondere of limitatieve voorwaarden om dit jkp te kunnen genieten (nieuwe/tweedehands wagen, verplichting tot onderschrijving van een verzekering, al klant of niet, criteria van beroepsactiviteiten, voorwaarden van minimuminkomen, leeftijd, betalingsachterstand, uitgesloten categorieën, enz.). De voorwaarden moeten absoluut worden vermeld. Bovendien moet de werkelijkheid er 100% mee overeenstemmen (indien de voorwaarden worden nageleefd => 100% van de overeenkomsten moeten worden opgesteld overeenkomstig de reclame, indien er geen voorwaarde wordt geformuleerd, 100% van de overeenkomsten moeten worden opgesteld overeenkomstig de reclame.
    • De formules van het type "begin pas af te lossen binnen twee maanden" zijn wettelijk op voorwaarde dat het jkp correct is en de maximale terugbetalingsduur niet wordt overschreden.
    • De administratie is meermaals tussengekomen om de aandacht van de kredietgevers die de "credit balloon" toepassen te vestigen op het feit dat de benadrukking van de kleine maandaflossing die betaald wordt in de loop van de overeenkomst onrechtmatig is indien deze niet correlatief gepaard gaat met de benadrukking van het zeer hoge bedrag van de laatste maandaflossing.
    • De reclame die het heeft over een gunstbehandeling, zonder te vermelden op welke manier en onder welke voorwaarden,is strijdig met de WCK.
    • De vermelding van de voorwaarden voor het verkrijgen van het voorkeurtarief door een verwijzing naar een asterisk op de rugzijde van het document waar een vermelding in kleinere lettertekens voorkomt als een voetnoot beantwoordt niet aan de wettelijke vereisten: de vermelding van de restrictieve voorwaarden waaraan het krediet onderworpen is, is niet voldoende leesbaar en duidelijk. De verwijzing moet minstens voorkomen op dezelfde pagina en in leesbare lettertekens hoewel ze mag verschillen van de lettertekens die gebruikt worden in de hoofdtekst.
    • De reclame die een jkp van 6,05% aankondigt zonder te verduidelijken dat dit jkp is voorbehouden aan kredieten van een bedrag van meer dan 15.000 euro die moeten worden afgelost binnen een zeer korte termijn, is strijdig met de wet.

     

    VII.65, § 2, 7°: terbeschikkingstelling van speciën of contant geld

    Dit verbod werd ingevoerd door de wet van 13 juni 2010, toen ook artikel 16 van de WCK werd gewijzigd (VII.90 van het WER). Deze bepaling wil bijgevolg reclame verbieden die de consument doet geloven dat hij het geld onmiddellijk contact zou ontvangen. Artikel VII.90 laat dit niet toe.

     

    VII.65, § 2, 8° : Gratis krediet of gelijkaardige vermelding

    De wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet verbiedt de vermelding gratis krediet of een gelijkaardige vermelding anders dan de verwijzing naar het JKP. Daaruit volgt dat de enige manier waarop het gratis karakter van een krediet kan worden uitgedrukt, erin bestaat een JKP van 0% te vermelden. De vermelding krediet 0% die men soms leest, beantwoordt niet aan die voorwaarde. Ze is dus op zich verboden, zelfs als de vermelding effectief overeenkomt met een JKP van 0% (Voorz. Kh. Verviers, 5 juli 1996, Jaarboek Handelspraktijken 1996, p. 225). Sinds de hervorming van 2003 moet de adverteerder bovendien de voorwaarden van artikel 6 bis naleven in reclameboodschappen voor een krediet dat aan een JKP van 0% wordt aangeboden. Deze opmerkingen gelden ook voor reclame waarin een negatieve  rentevoet zou worden aangekondigd. De vermelding van het JKP is vereist

    Dit voorschrift is het resultaat van een compromis gesloten tussen de voor- en tegenstanders van het gratis krediet. De tegenstanders benadrukten het oneerlijke en bedrieglijke karakter van deze promotionele techniek: een krediet is nooit gratis, aangezien het altijd kosten met zich meebrengt, kosten die in voorkomend geval worden doorgerekend in de prijs van de producten (Parl.St., Senaat, 1989-1990, 916/1, p. 12). De voorstanders van het gratis krediet legden de nadruk op het feit dat een krediet dat werkelijk gratis is, voordelig is voor de consument, zodat er geen legitieme reden is om zich ertegen te verzetten. De wetgever heeft de praktijk uiteindelijk niet verboden, maar heeft het verlokkende karakter ervan weggenomen doordat de vermelding gratis niet meer mag worden weergegeven.

    Wat met kredieten die aan 0 % worden aangeboden?

    Een JKP van 0 % waarbij de koper, die contant aankoopt, een voordeel krijgt, is geen JKP van 0 %. Volgens de administratie kan het JKP niet gelijk zijn aan 0 % als aan een consument die contant betaalt, een voordeel wordt toegekend en een consument die op krediet betaalt dit voordeel niet krijgt. Aan het toegekende voordeel is immers per definitie een kost verbonden (bij een voordeel in natura is dit gelijk aan de catalogusprijs). Deze kan en moet worden opgenomen in de berekening van het JKP. Bijgevolg dienen ofwel de voorwaarden bij contante verkoop en bij verkoop op krediet dezelfde te zijn (anders gezegd, ofwel krijgen alle consumenten het voordeel, ofwel geen enkele consument), ofwel is het JKP niet gelijk aan 0 %. Onder prijsvermindering dient elk ander voordeel te worden begrepen, waaronder ook voordelen in natura, rekening houdend met het feit dat de toekenning van een voordeel in natura aan een consument die contant betaalt in werkelijkheid een vermindering vormt van de prijs op basis van de reële waarde van het goed zoals dit ook wordt verworven door consumenten die op krediet kopen.

     

    Verkoop van een goed met een kredietopening aan een intrestvoet van 0 % met maandelijkse aflossingen voor de betaling van dat goed. Er ontstond een handelspraktijk waarbij courante consumptiegoederen worden verkocht door middel van een kredietopening van onbepaalde duur. De intresten van het krediet voor de verwerking van het goed worden dan gedragen door de verkoper en/of de kredietgever. Voor de verkoper is dit een manier om nieuwe verkopen te realiseren (hij ontvangt hierbij overigens een commissie voor de toekenning van het krediet), voor de kredietgever een manier om nieuwe klanten te vinden die de kredietopening uiteindelijk (met een normaal JKP) voor andere verrichtingen zullen gebruiken.

    Deze verkooptechniek roept vraagtekens op. De raadgevingsplicht verplicht de kredietgever en de kredietbemiddelaar immers om het meest geschikte krediettype en kredietbedrag te bepalen, rekening houdend met de situatie van de consument en van de doelstelling van het krediet. Als de behoefte uitgedrukt door de consument en de doelstelling van het krediet erin bestaan, een consumptiegoed aan te schaffen, is de kredietopening niet het meest geschikte middel. Een lening op afbetaling met een looptijd die overeenkomt met de looptijd van de afbetaling van het goed is een meer geschikte kredietvorm. Een kredietgever die met een onderneming samenwerkt die courante consumptiegoederen verkoopt, dient er bijgevolg op toe te zien dat de tussenpersonen waarmee het bedrijf werkt, kredieten in deze vorm aanbieden in plaats van kredieten in de vorm van een kredietopening.

    Als kredietopeningen de enige kredietvorm zijn die deze kredietgever aanbiedt, lijkt het bijgevolg aangewezen om het bedrag van de kredietopening aan te passen aan de aankoopprijs van het consumptiegoed en de looptijd van de kredietopening aan de looptijd van de aflossing van dat goed. De administratie heeft nogmaals gewezen en 2001 op de voorwaarden waaraan speciale aanbiedingen moeten voldoen, in een administratieve nota gericht aan een aantal financiële instellingen. De enige reclamevermelding die is toegestaan, is de JKP aan 0% in de mate dat dit inderdaad het geval zou zijn; Echter, kredietopeningscontracten afgesloten na advertenties waarin "0% krediet" of "0% tarief" wordt aangekondigd, vermelden nooit een taeg = 0%, maar 16% of 19% taegs afhankelijk van de bedragen van het krediet. . Als er in de kredietopening overeenkomst voor onbepaalde duur een JKP = 0% vermel wordt, betekent dat de consument geen onkosten of rentekosten van onbepaalde duur betaalt. Deze opmerkingen blijven geldig

    Hier dient de regel te worden toegepast die voorzien is in artikel 4, § 2, 9° van het koninklijk besluit van 14 september 2016 (voormalig artikel 4, §3, lid 5 van het KB van 4 augustus 1992, gewijzigd door het KB van 21 juni 2011): indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste debetrentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de kredietovereenkomst te zijn. Het geadverteerde JKP mag dus niet worden berekend op basis van het tijdelijke aanbod maar moet worden berekend op basis van de hoogste intrestvoet. Het verslag aan de Koning dat voorafgaat aan het KB van 21 juni 2011 zegt in dit verband: Deze veronderstelling is verder ook van toepassing voor de kredietopeningen waarbij er bijvoorbeeld voor bepaalde aankopen van producten of diensten uitzonderlijk een debetrentevoet van 0% wordt aangerekend : het JKP mag geen rekening houden met deze promotionele debetrentevoet, (zie voorbeeld 18 in bijlage 1 bij dit besluit). Het is dit principe dat voorbeeld 18 toepast in bijlage 1 van het KB van 14 september 2016.

    Advies v/d administratie

    • Het te koop aanbieden van een goed of dienst verbonden met een krediet aan 0 %, toegestaan in het kader van een kredietopening (dat een gezamenlijk aanbod kan vormen verboden door artikel 54 van de WMPC [VI.81 WER]. Sedert de wet van 16 april 2014 verbiedt artikel VII.68 uitdrukkelijk een dergelijk gezamenlijk aanbod in combinatie met een prijsvermindering:
    • In het kader van renting (huur van voertuigen zonder aankoopmogelijkheid op het einde van de huurperiode), kan men niet spreken van een rente van 0 % op 48 maanden, aangezien de te betalen huurprijs niets te maken heeft met het begrip rente (misleidende oneerlijke praktijk). Indien een aankoopmogelijkheid bestaat aan het einde van de periode, valt het geheel onder toepassing van de wet van 1991
    • De vermelding 0% rente is niet conform de wet. De enige wettelijke vermelding is jaarlijks kostenpercentage 0%. Bij de berekening van het JKP bestaan er immers nog andere parameters  dan de rente.
    • vandaag kopen, vanavond zitten, en betalen in 12 termijnen ZONDER extra kosten (JKP = 0%)" Analyse van de administratie: het betreft een voorkeurtarief en de bijzondere voorwaarden om dit te genieten moeten worden vermeld; het JKP is niet gelijk aan 0% aangezien er terugkerende kosten zijn voor het verkrijgen van de kredietkaart; de debetrente moet worden vermeld, alsook de kosten.

     

     

    VII.65, § 2, 9° : Verbod van reclame die de niet-naleving van een inbreuk op de wet in de hand werkt 

    Dit verbod komt voor in de wet sinds 1991. Deze bepaling neemt het door artikel 84 van de WMPC bekrachtigde principeverbod op oneerlijke handelspraktijken over in de lex specialis. Zij voegt in zekere zin een misleidende handelspraktijk toe aan de zwarte lijst van de oneerlijke praktijken in alle omstandigheden volgens artikel WMPC.

     Voorbeelden - advies van de administratie: De administratie heeft volgende reclameboodschappen beschouwd als zijnde in overtreding met de wet:

    • "Gratis advies": deze kosten zijn wettelijk in het JKP inbegrepen en zijn dus in werkelijkheid niet gratis
    • "Geen dossierkosten": deze kosten zijn ook wettelijk in het JKP inbegrepen
    • "Geen verplichte verzekering": deze vermelding wekt de indruk van een aangeboden voordeel, terwijl de verzekering nooit is verplicht krachtens de wet.
    • Het niet vermelden van de status van kredietbemiddelaar als bedoeld in artikel VII.73 WER, zal ook als een verboden handelspraktijk worden beschouwd