www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.64 § 2 : "Let op, geld lenen kost ook geld"

     

    Artikel VII.64, § 2

    § 1. Alle reclame waarin een rentevoet of cijfers betreffende de kosten van het krediet voor de consument worden vermeld, bevat op een duidelijke, beknopte, opvallende en desgevallend hoorbare wijze de volgende standaardinformatie:

      1° de debetrentevoet, vast en/of veranderlijk, alsook nadere informatie over eventuele kosten die in de totale kosten van het krediet voor de consument zijn opgenomen;
      2° het kredietbedrag;
      3° het jaarlijkse kostenpercentage;
      4° de duur van de kredietovereenkomst;
      5° in geval van een krediet in de vorm van uitstel van betaling voor een bepaald goed of een bepaalde dienst, de contante prijs en het bedrag van eventuele voorschotten, en
      6° in voorkomend geval, het totale door de consument te betalen bedrag en de termijnbedragen.
    De Koning kan voor iedere reclame, wat ook de gebruikte drager is, de grootte van de lettertekens bepalen inzake informatie met betrekking tot de aard van de verrichting, haar duur, de vaste of veranderlijke aard van de debetrentevoet, het bedrag van de aflossingen, het jaarlijkse kostenpercentage, en, indien het om een promotiepercentage gaat, de periode gedurende de welke dit percentage wordt toegepast.
      Het kredietbedrag is gebaseerd op het gemiddelde kredietbedrag dat, naargelang het soort van kredietovereenkomst waarvoor reclame wordt gemaakt, representatief is voor de aanbiedingen van de kredietgever of de kredietbemiddelaar. Indien er meerdere soorten van kredietovereenkomsten tegelijkertijd worden aangeboden dient er voor iedere soort kredietovereenkomst een afzonderlijk representatief voorbeeld te worden gegeven.
      De in het eerste lid bedoelde informatie wordt verduidelijkt aan de hand van een representatief voorbeeld en dat voorbeeld wordt steeds gevolgd. De Koning stelt criteria vast voor het bepalen van dat voorbeeld.
      

    § 2. Elke reclame met betrekking tot consumentenkrediet vermeldt de volgende boodschap:

      "Let op, geld lenen kost ook geld.".
      De Koning bepaalt desgevallend, wat ook de gebruikte drager is, de grootte van de lettertekens van deze boodschap.
     

    § 3. Indien in verband met de kredietovereenkomst het sluiten van een contract voor een nevendienst, onder meer een verzekering, verplicht is om het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, te verkrijgen, en de kosten van die dienst niet vooraf bepaald kunnen worden, moet de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst ook op een duidelijke, beknopte, opvallende en hoorbare wijze, tezamen met het jaarlijkse kostenpercentage worden vermeld.

     
     

    Principe 

    Artikel VII.64, §2 maakt de vermelding van een waarschuwingsboodschap verplicht : "Let op, geld lenen kost ook geld" " Deze waarschuwing geldt ook voor audioreclame. Deze moet dus te horen zijn in de radioreclame of in de spots die worden uitgezonden via de luidsprekers in de grootwarenhuizen. Deze vereiste werd opgenomen in de WCK bij wet van 13 juni 2010. Volgens de parlementaire, Paragraaf 2 is een eenduidige “banner” geïnspireerd op Nederlandse regelgeving die als bedoeling heeft de consument te sensibiliseren voor de gevaren van te grote schuldenlast en het effectieve kostenplaatje van kredieten. De tekst werd aangepast overeenkomstighet advies van de Raad van State. Het bepalen van de grootte van de lettertekens wordt ook hier overgelaten aan de Koning (Parl. St., Kamer, Zitt.52, 2468/001, 31) .

    De initiële tekst was alleen van toepassing op reclame die niet onder Richtlijn 2008/48/EG valt, te weten reclame die geen intrestvoet vermeldt of een cijfer dat verwijst naar de kosten van het krediet. Naar aanleiding van de invoeging van de bepaling in het WER werd de bepaling geamendeerd zodat hij op alle kredietovereenkomsten kan worden toegepast.:  §2 van het huidige artikel 5 WCK maakte een onderscheid tussen de informatie te verstrekken op grond van § 1 en de verplichting om een waarschuwing te geven. De boodschap van § 2 kon niet gecumuleerd te worden met de informatie bedoeld in § 1. Dit onderscheid is weggevallen De Europese Commissie gaf te kennen dat, ondanks het harmonisatieaspect, het opleggen van een bijkomende waarschuwing aanvaardbaar is. Sommige lidstaten hebben bepalingen in die zin voorzien (Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk). Gelet op het begrip “hoorbaarheid” in § 1 geldt dit mutatis mutandis ook voor de boodschap bedoeld in § 2. Alleen zijn er hiervoor geen verdere door de Koning te bepalen criteria voorzien (Parl.. St., Kamer, Zitt..2013-2014, 3429/1,25).

     

     

    Verplichte vermelding

    De waarschuwing moet bij alle reclame worden vermeld, met of zonder vermelding van de intrestvoet of van een cijfer dat verband houdt met de kredietkosten. Bij reclame die noch een intrestvoet, noch een cijfer vermeldt dat verband houdt met de kosten van het krediet is dit de enige verplichte vermelding (naast de vermelding van de identiteit van de adverterende tussenpersoon, zie hierna). Voor het overige moet de beoordeling van de verplichte vermeldingen gebeuren in het licht van regels van Boek VI opdat de reclame niet zou kunnen beschouwd worden als een misleidende handelspraktijk (lees: misleidende reclame).

    Vóór de wijziging ervan door de wet van 13 juni 2010 legde artikel 5, §1, 1° van de WCK de adverteerder de verplichting op om zijn identiteit, zijn adres en zijn hoedanigheid te vermelden. Deze vereiste verdween toen Richtlijn 2008/48/EG werd omgezet. De vereiste werd vervangen door een verbod om een andere identiteit, adres of hoedanigheid te vermelden dan de gegevens die door de adverteerder werden opgegeven in het kader van zijn vergunning, registratie of inschrijving als kredietgever of kredietbemiddelaar (VII.65, §2, 4° en VII.123, §2, 4°); De positieve verplichting om naam en adres te vermelden blijft niettemin bestaan voor de kredietbemiddelaars. Dit is vastgelegd in artikel { article="Artikel VII.73"}63, §§ 1 en 2, WCK [VII.73, WER]{/modal}.

     

    De plaats van de boodschap

    Het Wetboek bevat geen enkele bepaling met betrekking tot de exacte plaatsing van de boodschap maar de bedoeling van de wetgever was omde consument te sensibiliseren voor de gevaren van te grote schuldenlast en het effectieve kostenplaatje van kredieten (Parl. St., Kamer, Zitt.52, 2468/001, 31). Aan dat doel van de wetgever kan maar beantwoord zijn als de consument de boodschap op hetzelfde moment ziet als de informatie over het krediet. Dit betekent dat de slogan in de onmiddellijke nabijheid van de kredietinformatie moet staan.

    De slogan moet worden vermeld vanaf de eerste verwijzing naar financieringsmogelijkheden. De slogan hoeft niet te worden herhaald als de consument hem op hetzelfde tijdstip te zien kreeg als de reclame voor het krediet. Dit moet worden beoordeeld volgens het gebruikte medium (internet, televisie, enz.). Als de reclame meerdere pagina's beslaat en de consument een van deze pagina's met reclame voor het krediet kan bereiken zonder de boodschap op een andere pagina - zoals een webpagina - gezien te hebben, moet de boodschap daarop herhaald worden. In een brochure kan het volstaan dat de slogan op de eerste pagina staat waarop er sprake is van financieringsmogelijkheden.

    Ook volgens het Koninklijk Besluit moet de boodschap onmiddellijk zichtbaar zijn (Versalg aan de Koning, commentaar van art.14 van KB van 11 juni 2011).

    Het KB voorziet enkel een uitzondering voor de banners waarop moet geklikt worden om de website van de kredietgever of de kredietbemiddelaar te bereiken. Een "banner" is een grafische reclameweergave op het internet. Door op een banner te klikken, wordt een pagina geopend waarop meer informatie over de reclame wordt verstrekt. In dat geval moet de boodschap, als ze niet in de banner staat, op een tussenscherm verschijnen alvorens men op de website van de kredietgever of de kredietbemiddelaar komt.

    Een "pop-up" wordt beschouwd als een "banner" als het aan dezelfde beschrijving beantwoordt, namelijk het feit dat het aanklikken van de pop-up een pagina opent die meer informatie verstrekt over de reclame.

    De verplichte vermeldingen moeten ofwel in de banner of de pop-up zijn opgenomen ofwel deel uitmaken van een landing page (een speciale tussenpagina uitsluitend bedoeld voor dergelijke informatie).

     

    Lettergrootte

    Overeenkomstig artikel 14 van het KB van 21 juni 2011 moet deze boodschap in bijzondere lettertekens voorkomen in de "visuele" reclame: De boodschap "let op, geld lenen kost ook geld" moet weergegeven worden in een letterteken met een minimumwaarde van 7 punten en moet minstens 4 % van de advertentieruimte innemen. Bovendien moet de boodschap, voor de reclame die verwijst naar het goedkoop of voordelig karakter van de kredietovereenkomst of aanspoort tot het verrichten van een nieuwe kredietopneming, worden opgesteld in dezelfde lettertekens als deze aangewend in de reclame ter aanduiding van dit bijzondere karakter of deze aansporing tot opneming.

    Ten slotte kan het in de praktijk en al naargelang de gebruikte reclamedrager onmogelijk zijn om de theoretische norm in de praktijk te brengen (lettergrootte van 7 punten die minstens 4 % van de advertentieruimte in beslag neemt). In dat geval moet geval per geval worden beoordeeld of de slogan beantwoordt aan de ratio legis volgens het proportionaliteitsbeginsel (de subsidiaire norm). Dit betekent dat de “gemiddelde” consument de boodschap duidelijk moet hebben gezien toen hij de kredietinformatie te zien kreeg. De consument moet integraal kennis kunnen nemen van de basisinformatie in "normale" lees- of hooromstandigheden.

    Als het bijvoorbeeld TV-reclame betreft, dient de slogan in een voldoende leesbaar lettertype en/of hoorbaar te worden weergegeven, en dient de duur van verschijning en/of de gehoorde tekst de consument de gelegenheid te bieden om de slogan te lezen en/of deze te horen zonder te moeten wachten op een heruitzending van de reclame om er volledig kennis van te kunnen nemen (naar analogie van de beslissing van de JEP waarin COFIDIS werd veroordeeld Artikel 14 van het KB richt zich op twee specifieke gevallen:

    1. Als de reclame verwijst naar het goedkope of voordelige karakter van de kredietovereenkomst (vb. een voordelige intrestvoet, lage maandelijkse aflossingen, een goedkoop krediet) of aanmoedigt om een nieuw krediet aan te gaan, zonder dat een intrestvoet of een cijfer wordt vermeld dat verband houdt met de kredietkosten, dienen de karakters van de boodschap minstens dezelfde grootte te hebben als de karakters die worden gebruikt om de bijzondere aard te benadrukken.
    1. Als de boodschap op het internet slechts zichtbaar is wanneer op een banner wordt geklikt, dient de boodschap (die bijgevolg op een webpagina wordt getoond waarop alleen de boodschap te zien is) minstens dezelfde grootte te hebben als de grootste karakters in de banner. Bovendien moet het kredietbedrag in een schreefloos lettertype zijn weergegeven. Schreefloos betekent zonder franjes of krulletjes (zoals Arial en bijv. niet Times New Roman).