www.belgium.be logo BE

    GEANNOTEERD WETBOEK VAN KREDIETEN AAN CONSUMENTEN

    VII.67: verbod op leuren voor consumentenkredieten

    Artikel VII.67

    Het leuren voor kredietovereenkomsten is verboden. Wordt als leuren beschouwd:
      1° het bezoek van de kredietgever of de kredietbemiddelaar, aan de woonplaats, de verblijfplaats of de werkplaats van de consument, alsook aan de woonplaats of de verblijfplaats van een andere consument, ter gelegenheid waarvan een kredietaanbod wordt geformuleerd of een kredietaanvraagformulier of een kredietovereenkomst ter ondertekening aan de consument wordt voorgelegd, behalve wanneer de kredietgever of de kredietbemiddelaar zich aldaar heeft begeven op uitdrukkelijk en voorafgaandelijk verzoek van de consument. Het bewijs van dat verzoek kan alleen geleverd worden door een van het kredietaanbod, het kredietaanvraagformulier of de kredietovereenkomst onderscheiden duurzame drager, opgesteld voor het bezoek;
      2° het benaderen van de consument door de kredietgever of de kredietbemiddelaar om hem een bezoek voor te stellen;
      3° het versturen naar de consument, aan de hand van om het even welk communicatiemiddel, van een kredietaanbod, een kredietmiddel of een betaalinstrument, behalve indien de kredietgever dit heeft overgemaakt op uitdrukkelijk en voorafgaandelijk verzoek van de consument tenzij dit versturen gebeurde om te voldoen aan zijn verplichtingen krachtens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2 van titel 3 van boek VI. Het bewijs van dit verzoek kan alleen geleverd worden door een van het kredietaanbod of de kredietovereenkomst onderscheiden duurzame drager, opgesteld voor het versturen van het betaalinstrument, het kredietmiddel of het kredietaanbod;
      4° het organiseren van verkooppunten of het benaderen van de consument met het oog op het hem aanbieden van een krediet op de plaatsen bedoeld in artikel 4, § 1, eerste en tweede lid, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;
      5° het benaderen van een consument ter gelegenheid van een uitstap georganiseerd door of voor rekening van een verkoper of een dienstverlener, of van een kredietgever of een kredietbemiddelaar, met als doel de consument aan te zetten goederen of diensten te verwerven, tenzij dit doel duidelijk en vooraf werd kenbaar gemaakt aan de consument als zijnde het hoofddoel van de beoogde uitstap. Het bewijs van deze kennisgeving rust op de persoon die de uitstap organiseert.

     

    De regel: het leuren met overeenkomsten voor consumentenkredieten is verboden

    De bepaling formuleert een duidelijke regel: Het leuren met kredietovereenkomsten is verboden. Deze regel wordt evenwel genuanceerd door de opsomming van de hypotheses waarop het verbod van toepassing is.

     

     

    1. Totaal verbod op het leuren op openbare plaatsen

    Er geldt een totaal verbod op het leuren in de openbare ruimte (VII.67, 4°). Elke benadering van de consument is verboden. Voor het begrip 'openbare plaatsen' wordt verwezen naar de wet van 25 januari 1993. Artikel 4, §1 vermeldt openbare en private markten, de openbare weg, het openbare domein, de plaatsen die aan de openbare weg grenzen en de commerciële parkings. Worden gelijkgesteld met de openbare weg: parkings die zich op de openbare weg bevinden, de winkelcentra, stationshallen, metrostations, luchthavenhallen en de plaatsen waarop kermissen plaatsvinden. Het Wetboek verbiedt tevens de aanwezigheid van tijdelijke verkooppunten die als doel hebben, klanten aan te trekken. Het verbod op persoonlijke benadering maakt het onmogelijk om aan consumenten te verkopen op openbare plaatsen en om reclame te maken, onder welke vorm ook, voor consumentenkredieten. Het is evenwel niet verboden om consumenten te benaderen in commerciële ruimten met privékarakter, zoals in een winkel, als uitbater of als externe kredietgever.

     

     

    2. Het verbod op leurhandel op de woonplaats of de werkplek van de consument behalve bij voorafgaand verzoek

     

    2.1. Verbod op leurhandel op de woon- of verblijfplaats van de consument

    Leuren aan de plaats van tewerkstelling van de consument of aan de plaats van tewerkstelling of verblijfplaats van andere consumenten is verboden. De notie van leurhandel beperkt zich hier tot het bezoek ter plaatse en betreft zowel het kredietaanbod als alle vormen van reclame zodra beide partijen gelijktijdig en fysiek aanwezig zijn (zie de commentaren bij de definitie). Het bezoek op de woonplaats dat door het wettelijke verbod wordt beoogd, is dus niet enkel dat waarbij de kredietaanvraag (of de kredietovereenkomst) zou worden ondertekend, maar alle andere bezoeken zonder voorafgaand en uitdrukkelijk verzoek vanwege de consument tijdens dewelke de belangrijkste elementen van een verdere kredietovereenkomst worden besproken. 

    Leurhandel moet bijgevolg breed worden geïnterpreteerd: het is niet beperkt tot het zich naar de woonplaats van de consument begeven, met het onmiddellijk sluiten van een kredietovereenkomst tot gevolg, maar houdt tevens in dat van huis tot huis wordt gaan om een dergelijke overeenkomst te sluiten. Het is daarenboven niet vereist dat de kredietgever een volledig kredietaanbod formuleert ten huize van de consument.Het volstaat dat ter gelegenheid van de verkoop aan huis een mogelijkheid tot het verstrekken van krediet werkelijk is besproken en dat bepaalde essentiële elementen van een eventuele overeenkomst werden vastgelegd (Bergen(Mons, 16 januari 1996, T.B.H.., 1997, 267 en noot M. TISON ; Vred. Berchem, 5 januari 1999, Jaarboek Kredietrecht, 1999, p. 50 ; T Vred.., 2000,. 109 ; R.W., 1999-2000,  1345). Het leuren slaat niet alleen op het bezoek op de woonplaats van de consument waarbij ook een kredietovereenkomst wordt gesloten, maar ook op bezoeken van een kredietbemiddelaar zonder schriftelijk en voorafgaand verzoek (Vred. Berchem, 5 januari 1999, Jaarboek Kredietrecht, 1999, p. 50 ; T Vred.., 2000,. 109 ; R.W., 1999-2000,  1345; Vred. Mol, 10 november 2009, Jaarb. Kr.. 2009, 116). De schending van het verbod kan worden afgeleid uit het feit dat uit de vermeldingen in de overeenkomst en de bijlagen blijkt dat de handelingen per post zijn verricht, terwijl de beroepsbeoefenaar geen voorafgaand verzoek van de consument kan aantonen ((Vred. Berchem, 5 januari 1999, Jaarboek Kredietrecht, 1999, p. 50).

    Het verbod  is van toepassing in de hypotheses die niet in eerste instantie het leuren met consumentenkredieten betreffen: zo maakt een verkoper die een consument een goed aanbiedt waarvan de prijs via maandelijkse aflossingen wordt betaald, zich schuldig aan verboden leurhandel (Hendlesrechtbank Doornik, 20 april 1995, Jaarb.Kr., 1996, 151) of een dienst (een methode voor tabaksontwenning: Vred.Lens, 21 februari 1995, Jaarb. Kr., 1996, 146). Une société qui vend des aspirateurs à crédit au domicile du consommateur, après l’avoir contacté par téléphone effectue un démarchage prohibé par la loi (Comm. Charleroi, 10 mai 1994, J.L.M.B., 1996, p. 24). Een vennootschap die stofzuigers op krediet verkoopt bij de consument thuis na hem telefonisch te hebben gecontacteerd, bedrijft een leurhandel die bij wet verboden is (Handelsrcht.Charleroi, 10 mei 1994, J.L.M.B., 1996, 24).

    Het opbellen van de consument om hem een bezoek voor te stellen, wordt beschouwd als een ongeoorloofde benadering. Onderhandelen en een overeenkomst sluiten op afstand daarentegen, zonder een bezoek op de woonplaats, is geen praktijk zoals bedoeld in artikel VII.67. In dat geval zijn de bepalingen betreffende het sluiten van een overeenkomst op afstand inzake financiële diensten van toepassing.



    2.2. Verbod op leurhandel op de woon- of verblijfplaats van andere consumenten

    Dit verbod viseert verkoopmethoden van het type tupperware waarbij een consument (die hiervoor vaak wordt betaald [desgevallend onrechtstreeks] door de beroepsbeoefenaar) bij hem thuis andere consumenten ontvangt om hen samen te brengen met een verkoper. Als met de verkoop ook een krediet is gemoeid, gaat het om leurhandel die onder het wettelijke verbod valt.


     

    2.3. Verkoopverbod op de werkplek van de consument

    Het leuren op de werkplek van de consument is verboden. Dit verbod geldt voor de kredietgevers ten overstaan van hun eigen werknemers. De administratie verwierp bijvoorbeeld het plan van een kredietgever om in samenwerking met bepaalde werkgevers een website op te starten waarop de werknemers op preferentiële wijze bankproducten zouden worden aangeboden.


     

    2.4. Behalve op uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek

    Een uitzondering is voorzien voor de drie hypotheses waarin de consument op uitdrukkelijke wijze en voorafgaandelijk de kredietgever of kredietbemiddelaar heeft verzocht hem een bezoek te brengen. Het verzoek moet blijken uit een van de kredietovereenkomst onderscheiden geschrift dat is opgesteld vóór het bezoek. In dit geschrift moet onder andere uitdrukkelijk het doel van het bezoek worden vermeld, met name, leurhandel met het oog op het sluiten van een kredietovereenkomst. Het volstaat dus niet te vermelden dat het bezoek op de woonplaats tot doel heeft een goed of dienst te verkopen. De mogelijkheid tot financiering moet uitdrukkelijk zijn voorzien (L. de BROUWER, "La promotion du crédit aux particuliers", in Le crédit aux entreprises, aux collectivités publiques et aux particuliers, Ed. Jeune Barreau, 2002, p. 281). Als de overeenkomst wordt ondertekend door verschillende consumenten, moet het bezoeksverzoek door al deze consumenten ondertekend zijn (Vred. Merelbeke, 20 januari 2015, Jaarb. Kredietrecht, 2015, 3).

    • Een verzoek om een bezoek ten huize van de consument dat niet is gedateerd, wordt niet beschouwd als een geschrift dat voorafging aan het bezoek zoals vereist in artikel 7 van de WCK ¨[VII.67, WER] (Antwerpen (7de kamer), 17 november 2014, R.W. 2016-2017, 912; Vred. Merelbeke, 20 januari 2015, Jaarboek kredietrecht 2015, 3).
    • Kh. Doornik, 20 april 1995, Jaarboek Kredietrecht, 1996, p. 151 over de aankoop van een minitel bevestigd door Bergen, 2 november 1998, Jaarboek Kredietrecht, 1998, p. 70 en noot R. GEURTS: het sturen van een antwoordcoupon zonder enig ander doel dan inlichtingen te bekomen met betrekking tot de te koop aangeboden goederen en de ondertekening van een identificatiedocument met gegevens die aan een handelsbemiddelaar worden doorgegeven, kan niet beschouwd als een uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek.
    • Vred. Tielt, 17 juni 1996, Jaarboek Kredietrecht, 1996, p. 141: Een bon waarop staat “Stuur zonder verplichtingen deze GRATIS BON naar Y” waarbij de naam, het adres en het telefoonnummer van de kredietgever worden vermeld, vormt geen uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek.
    • Vred. Maasmechelen, 8 september 2000, Jaarboek Kredietrecht, 2000, p. 41: de kredietaanvraag die op de woonplaats van de consument is ondertekend en dezelfde datum draagt als de kredietovereenkomst, toont aan dat de aanvraag voor het bezoek niet vóór het bezoek is ondertekend, maar tijdens het bezoek.
    • Rb. Brussel, 6 september 2002, Jaarboek Kredietrecht, 2002, p. 49: het attest dat is ondertekend door de consument op hetzelfde moment als de kredietovereenkomst, waaruit blijkt dat hij (telefonisch) het bezoek van de kredietbemiddelaar op de woonplaats heeft aangevraagd, beantwoordt niet aan de bepalingen van artikel 7 WCK: het is niet opgesteld vóór de overeenkomst.

     

     

    3. Het verbod van benadering van de consument om hem een bezoek voor te stellen

    Het Wetboek verbiedt een beroepsbeoefenaar om de consument te benaderen om een bezoek voor te stellen. Met benadering van de consument wordt elk contact bedoeld, ongeacht de vorm. Dat omvat uiteraard rechtstreeks persoonlijk contact, zoals bij een telefonische oproep of het toezenden van reclame waarin de consument wordt voorgesteld om telefonisch contact op te nemen om een bezoek af te spreken. Het verbod betreft het aanbieden van een bezoek: Het gaat hier om leuren, wat een ongevraagde actie impliceert van de kredietbemiddelaar en/of kredietgever gericht naar de consument toe, bv. door een bevragingsactie via een call-center, een bezoek ten huize, , enz., en dus niet om de vraag die uitgaat van de consument zelf en wordt gericht naar een kredietbemiddelaar en/ of de kredietgever om een nieuw krediet te bekomen. Het volstaat derhalve dat de kredietgever of de krediet- bemiddelaar een bevestiging stuurt, schriftelijk of via e-mail (duurzame drager) dat hij de eventueel telefonische aanvraag ontvangen heeft en hieraan verder gevolg zal geven. Spraaktechnologie (opname van het gesprek) is aanvaardbaar indien dit op Europees vlak kan gelijkgesteld worden met het begrip duurzame drager. Inzonderheid kunnen worden beschouwd als een vraag die uitgaat van de consument zelf: het plaatsen van bestellingen hetzij via telefoon, hetzij via e-mail of het bezoek door een consument aan een website en waarbij de consument opteert om te betalen middels het aangaan van een krediet. De regelgeving inzake kredietovereenkomsten gesloten op afstand (boek VI) loopt hier parallel mee. Als de kredietgever op afstand zijn bestaande of nieuw cliënteel bewerkt met onge- vraagde kredietaanbiedingen dan moet dit gelijkgesteld worden met leuren. Voor het overige kan de consument perfect autonoom zelf kredietaanvragen ook telefonisch op afstand indienen. (Memorie van Toelichting, Parl. St., Kamer, 2013-2014, 3429/01, p.25).

     

     

    4. Het verzenden van een kredietmiddel of een aanbod voor het sluiten van een kredietovereenkomst

    De bepaling verbiedt een kredietmiddel of aanbod tot het sluiten van een overeenkomst naar de woon- of verblijfplaats van de consument te sturen, behalve op uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek van de consument, waarvan de professional het bewijs moet leveren. Onder kredietmiddel wordt door de wetgever hoofdzakelijk een betaalmiddel verstaan waardoor men over een krediet kan beschikken, zoals een kredietkaart (Parl. St., Senaat, 1989-1990, 916-2, p. 31). Enn "aanbod tot het sluiten van een overeenkomst wordt gedefinieerd in artikel I.9, 40° als 

    De definitieve uitdrukking van de wil van de kredietgever die door de consument enkel nog moet worden aanvaard opdat de overeenkomst zou zijn gesloten.

    . Het sturen van ongeacht welk aanbod, zelfs een vormelijk onregelmatig aanbod in de zin van de WCK, is verboden. Deze bepaling verbiedt echter niet om een aanvraagformulier voor een consumentenkrediet, bijvoorbeeld op een bladzijde van de verkoopscatalogus, naar de woonplaats van een consument te sturen (Vred. Grâce-Hollogne, 26 september 2006, Jaarboek Kredietrecht 2006, 67 en noot F. BONNARENS, Jaarboek Kredietrecht 2006, 75). Enkel het definitieve aanbod vanwege de kredietgever en dat niet door de consument is aangevraagd, is verboden (Parl. St., Kamer, 1989-1990, 916-1, p. 15). Het verbod is niet van toepassing op het sluiten van de kredietovereenkomst op afstand zoals vermeld in artikel VII.67, 3 ° onder verwijzing naar hoofdstuk 2 van titel 3 van Boek VI.

     

    5. Ter gelegenheid van een uitstap

    L’article VII.67, 5°, erbiedt ook het presenteren van een aanbod tot het sluiten van een overeenkomst ter gelegenheid van een uitstap die wordt georganiseerd met als hoofddoel de consument aan te zetten goederen en diensten te verwerven. De verkoper mag echter wel een dergelijk aanbod voorstellen indien hij de consument duidelijk en voorafgaand heeft ingelicht over het feit dat de aankoop van die goederen het hoofddoel van de reis is. Het is aan de organisator van de uitstap om het bewijs te leveren van deze melding.

     

    6. Aanbod tot het sluiten van een overeenkomst en borgtocht

    Er werd geoordeeld dat het sluiten van een kredietovereenkomst op de woonplaats van een medekredietnemer die niet is betrokken bij het verkrijgen van het krediet en wiens handtekening door de kredietgever slechts was vereist als waarborg (mechanisme van solidariteit-zekerheid bedoeld in artikel 1216 van het Burgerlijk Wetboek), een schending vormt van het verbod op leurhandel. De rechter oordeelde dat het kredietaanbod onregelmatig was omdat het aanbod niet vooraf was gegaan van een uitdrukkelijke aanvraag van de derde-medekredietnemer. De persoonlijke zekerheid in de kredietovereenkomst wordt voorgesteld als een medekredietnemer en niet als een borg. Om die reden oordeelde de rechter dat het sluiten van de overeenkomst illegaal was op grond van artikel 9, lid 1 (WCK) en verklaarde hij de overeenkomst nietig ten voordele van de tweede medekredietnemer (Vred. Charleroi, 9 december1993, T.Vred., p. 38 noot C. BIQUET-MATHIEU).

    Op basis van deze beslissing rijst de vraag of het nodig is ook de toepasselijke bepalingen inzake leuren toe te passen op deze verbintenis tot persoonlijke zekerheid, niet als medekredietnemer maar als werkelijke persoonlijke zekerheid. Zoals de wet nu is geformuleerd, is er echter niets dat toelaat een dergelijke uitbreiding te maken. Men moet er dus in principe van uit gaan dat de verboden inzake klantprospectie en het sluiten van een overeenkomst op de woonplaats van de consument, niet van toepassing zijn op het sluiten van een overeenkomst voor een persoonlijke zekerheid. Wat dat betreft, herinneren we eraan dat, hoewel vaak de verplichting een persoonlijke zekerheid aan te duiden in de kredietovereenkomst wordt opgenomen, niets verbiedt dat deze verplichting tot persoonlijke zekerheid in een afzonderlijke overeenkomst wordt opgenomen. Dit is overigens een formaliteit die wordt opgelegd door de wet van 3 juni 2007 inzake de kostenloze borgtocht. In dat geval dient het bestaan van de borg in de kredietovereenkomst te worden vermeld. Een auteur raadt kredietgevers evenwel aan om een uitdrukkelijke aanvraag voor een persoonlijke zekerheid te laten voorafgaan aan de afsluiting van de overeenkomst (in die zin, C. BIQUET-MATHIEU, « Les sûretés personnelles », in Handboek consumentenkrediet, éd. E . Terryn, Die Keure, 2007, bl. 229-230, nr 30).

     

     

    7. Bewijs

    Artikel VII.67 is een artikel van openbare orde. De bewijslast van een bezoekaanvraag die uitdrukkelijk en voorafgaandelijk moet plaatsvinden, rust bij de beroepsbeoefenaar (Vred Zomergem, 21 juni 1996, Jaarb.Kredietrecht, 1996, p. 161). Vereist is minstens dat het document dat als bewijs van de voorafgaande aanvraag wordt voorgelegd, gedateerd is en ondertekend door de consument. Een ongedateerd document vormt geen bewijs van een voorafgaande aanvraag van de consument (Antwerpen (7de kamer), 17 november 2014, R.W. 2016-2017, 912).

    Het is daarentegen aan de consument om aan te tonen, of toch om de waarschijnlijkheid te benadrukken, dat hij daadwerkelijk een bezoek ontving te zijner huize. Een consument die, zonder enig bewijs, stelt dat hij niet alleen bezoek kreeg van de kredietgever of de kredietbemiddelaar maar ook van de verkoper van zonnepanelen die als aanbrenger optrad, specifiek hiertoe gevolmachtigd door de kredietbemiddelaar of de kredietgever, levert het bewijs hiervan niet. Volgens de vrederechter van Thuin (14 maart 2016, J.L.M.B. 2018, 66) (was er geen enkel objectief element in het dossier dat aantoonde dat de vertegenwoordiger, door de consument (voor de levering van zonnepanelen) te bezoeken, uitdrukkelijk en expliciet gevolmachtigd was om aan reclame te doen ten voordele van de kredietgever of de kredietbemiddelaar, of om een kredietaanbod te doen.

     

    8. Sancties

    Artikel VII.194 geeft de rechter de mogelijkheid om de nietigheid uit te spreken of de verplichtingen van de consument te beperken tot de contante prijs of het geleende bedrag door middel van het behoud van het voordeel van de betalingstermijnen (zie b.v.  Vred Gent (5de kanton), 1 juni 2017, Jaar. kreditb. 2017, p.23). In de mate waarin de nietigheid ertoe verplicht om het goed terug te bezorgen of het geleende bedrag terug te betalen, zal de nietigheid niet vaak in het belang zijn van de consument. De vermindering van de verplichtingen van de consument doet geen afbreuk aan zijn recht om grotere schade in te roepen op basis van de gemeenrechtelijke regels inzake aansprakelijkheid (STEENNOT R. et al., "Overzicht van rechtspraak consumenten bescherming (2005-2014)", T.P.R. 2015 - 3/4, n°391, p. 1724; Vred. Mol, 10 november 2009, Jaarboek KredietrechtCr. 2009, 116, note CREPLET O).

     

     

    9. Voorbeelden - advies v/d administratie

    Over het begrip "leurhandel"
    • Zich naar de woonplaats van een consument begeven om hem producten te verkopen uit de catalogus en hem een overeenkomst voor verkoop op afbetaling te doen ondertekenen, is leuren aan de woonplaats in de zin van artikel 7 WCK dat deze praktijk principieel verbiedt.
    • De volgende handelswijze geldt als verboden leuren: de huis-aan-huis bedeling van een reclameboodschap met antwoordkaart waarin, enerzijds, de voordelen van een kuur voor tabakontwenning worden beschreven en, anderzijds, de potentiële klant wordt aangezet tot het aanvragen van gedetailleerdeinformatie door zijn gegevens door te geven aan een bestemmeling met de naam “Europees antitabak centrum”. Enkel aanvragen waarbij een telefoonnummer wordt vermeld, worden in aanmerking genomen. Na ontvangst van de antwoordkaart, wordt telefonisch contact opgenomen met de klant om een afspraak te maken. De verkoper geeft bij de klant thuis een voorstelling om de voordelige effecten van de ontwenningskuur aan te prijzen en biedt hem deze te koop aan in contanten, of via een persoonlijke lening.
     Op voorafgaand verzoek van de consument
    • Een door de consument ondertekend document waarin hij een verkoper op afbetaling uitnodigt om zich naar zijn woonplaats te begeven teneinde bijkomende inlichtingen te verstrekken inzake een eventuele aankoop van goederen, vormt geen uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek tot bezoek op de woonplaats in de zin van voornoemd artikel 7, dat een uitzondering vormt op het verbod op leuren aan de woonplaats (MB van 14 september 2004, schrapping van de inschrijving).
    • Hetzelfde geldt voor een modelbrief waarmee de consument vraagt dat een afgevaardigde van de kredietmakelaar op bezoek komt, wanneer die modelbrief door de consument is ondertekend op de dag dat de kredietovereenkomst is ondertekend.
    • Geldt als verboden leurhandel: zich begeven naar de woonplaats van de consument die een bon heeft ingevuld waarop staat “ik ben geïnteresseerd in uw kredietaanbod en wens zonder verdere verplichtingen inlichtingen te verkrijgen”, en die op een huis-aan-huis bedeelde reclamefolder voor cursussen medisch secretariaat is gedrukt, waarbij wordt vermeld dat de school, in de hoedanigheid van kredietgever, de studies kan financieren in de vorm van een verkoop op afbetaling, mits gebruik te maken van de antwoordbon. Op geen enkel moment formuleren de kandidaten een uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek om een afgevaardigde te ontvangen met het oog op het sluiten van een verkoop op afbetaling. De kredietbemiddelaar beweerde dat de consument telefonisch had gevraagd om hem thuis een bezoek te brengen, maar leverde geen bewijs van uitdrukkelijke en voorafgaande telefoongesprekken vanwege de consument – terwijl hij ermee belast is dat bewijs te leveren krachtens artikel 9, lid 2 WCK. Bovendien had de kredietbemiddelaar een beroep gedaan op twee onafhankelijke afgevaardigden, hetzij onderagenten, die niet waren ingeschreven als kredietbemiddelaars, wat een schending is op artikel 77, § 1, 2°, van de wet van 12 juni 1991 (Ministerieel sanctioneringsbesluit van 10 februari 2004);
    • Het document dat niet van een datum is voorzien, maar wel door de consument is ondertekend, waarin wordt gesteld dat « Je suis personnellement intéressé par direct cash et souhaite en savoir plus sur ses avantages.  Merci de me répondre rapidement » is geen uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek vanwege de consument in de zin van artikel 9 WCK.
    • De vermelding “Uw aanvraag via telefoon van 16 oktober 2000” vormt geen afdoend bewijs in de zin van artikel 9 WCK (bewijs dat een kredietaanbod het onderwerp was van een uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek vanwege de consument) en is in strijd met artikel 4 WCK. (=VII.2, § 4, CDE).
    • Een catalogus voor postorderverkoop die een promotie bevat voor bepaalde producten die kunnen worden aangekocht middels drie maandelijkse stortingen zonder rente noch kosten, schendt artikel 9(=VII.67, 3°), indien de kredietgever de consument, nadat deze laatste een bestelling heeft geplaatst, een overeenkomst voor kredietopening ter ondertekening toestuurt.
    Verzending van onregelmatige aanbiedingen
    • De administratie oordeelt dat het verbod op leurhandel wordt geschonden zodra de partijen de oorspronkelijke overeenkomst wijzigen zonder de vormvoorschriften van artikel VII.134 na te leven (onregelmatige verzending van een kredietaanbod naar een consument).
    • De bepaling waarin wordt gesteld dat de consument op bepaalde data automatisch kan beschikken over tussentijdse bedragen en maxima is strijdig met artikel VII.67,3°. Dat komt eigenlijk neer op het wijzigen van de voorwaarden van het krediet, zonder nieuw aanbod, en impliceert een eigen initiatief vanwege de consument in de vorm van een voorafgaand verzoek.
    • De bepaling “deze overeenkomst annuleert en vervangt de vorige overeenkomst voor kredietopening die tussen beide partijen werd gesloten. De nieuwe debetrente is van toepassing vanaf de dag volgend op het volgende rekeninguittreksel.” is niet wettelijk aangezien ze de vernieuwing van een overeenkomst voor kredietopening met heropneming inhoudt. Een nieuw aanbod of een nieuwe overeenkomst moet echter worden voorafgegaan door een uitdrukkelijk en voorafgaand verzoek vanwege de consument en moet conform de wet zijn opgesteld.
    Bewijs
    • Is in strijd met artikel 4 van de wet [VII.2, § 2, WER]: een bepaling in de typeovereenkomst die de consument verplicht een algemene verklaring af te leggen waarin staat dat de voorafgaande onderhandelingen zijn verlopen en de kredietovereenkomst is gesloten overeenkomstig de wettelijke vereisten. Voorbeeld: De consumenten erkennen dat dit aanbod hen gratis werd overhandigd in twee exemplaren op hun uitdrukkelijk verzoek en niet werd voorafgegaan door enige vorm van werving, noch ten huize van of op de woonplaats van een andere consument noch op de werkplaats.  In het stelsel van bewijsvoering waarin het geschrift prevaleert, beperkt deze verklaring de bescherming die de wet de consument biedt en verzwaart van de andere kant zijn bewijslast.
    • De bepaling « de consumenten erkennen dat dit aanbod hen gratis werd overhandigd in twee exemplaren op hun uitdrukkelijk verzoek en niet werd voorafgegaan door enige vorm van afwerving, noch ten huize van of op de woonplaats van een andere consument noch op de werkplaats. »  is nietig, want is erop gericht de consument het recht te ontnemen de niet-naleving door de kredietgever van de bepalingen gekoppeld aan artikelen 7 tot 9 en 14 § 1 WCK in te roepen.

    10. Rechtsleer

    • BLOMMAERT et F. NICHIELS, "Art.7 Wet Consumentenkrediet", in Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, Malines, 2006.
    • de BROUWER, "La promotion du crédit aux particuliers", in Le crédit aux entreprises, aux collectivités publiques et aux particuliers, éd. Jeune Barreau, Bruxelles, 2002, pp. 278-281.
    • GEURTS, "Démarchage à domicile. Quand le crédit sert de support à l’arnaque des consommateurs", Jaarboek Kredietrecht, 1998, pp. 76-79.
    • BALATE, P. DEJEMEPPE et F. de PATOUL, Le droit du crédit à la consommation. Commentaire de la loi du 12 juni 1991 sur le crédit à la consommation, De Boeck, 1995, pp. 148-149.
    • DE VROEDE, "Reclame en promotionele methoden inzake kredietverlening", DAOR, 1992, liv. 23, pp. 25-32.
    • STRAETMANS, "De reclamebepalingen en promotionele activiteiten in de nieuwe wet op het consumentenkrediet", D.C.C.R., 1991-1992, pp. 870-889.