VII.127, § 2 en § 3 : Kredietaanbod
Artikel VII.127, § 2 en 3
Commentaar
Principe
Het begrip 'kredietaanbod' wordt omschreven in artikel I.9, 40° WER. Het kredietaanbod is "de definitieve uitdrukking van de wil van de kredietgever die door de consument enkel nog moet worden aanvaard opdat de overeenkomst zou zijn gesloten".
Het mechanisme van het kredietaanbod
Het mechanisme voor het sluiten van overeenkomsten van hypothecair krediet met onroerende bestemming en een hypothecair krediet met roerende bestemming waarvoor een hypothecaire zekerheid wordt gevestigd, is gefaseerder dan hetgeen bepaald is voor het consumentenkrediet. De overeenkomst van consumentenkrediet ontstaat pas nadat alle betrokken partijen de overeenkomst ondertekend hebben. De hypothecaire kredieten met roerende bestemming zonder hypothecaire zekerheid zijn onderworpen aan de regeling die bepaald is voor het consumentenkrediet. Hoewel het kredietaanbod bij hypothecaire kredieten met een roerende bestemming zonder hypothecaire inschrijving niet vereist is, blijft de verplichting om de SECCI te overhandigen (in plaats van de ESIS) van toepassing en kan de consument een herroepingsrecht uitoefenen gedurende een termijn van veertien dagen vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst (art. VII.138, § 1 WER).
Bij voornoemde hypothecaire kredietovereenkomsten moet de kredietgever de consument een kredietaanbod overmaken. Dit kredietaanbod – en de daarin vervatte voorwaarden - bindt de kredietgever gedurende een minimumduur van 14 dagen. Door de aanvaarding door de consument wordt de kredietovereenkomst dus gesloten. Er is geen nieuw document nodig.
Het kredietaanbod kan slechts voorgelegd worden indien alle kosten die door de kredietgever redelijkerwijze kunnen gekend zijn ook daadwerkelijk worden vermeld (zie ook het Verslag aan de Koning bij het KB van 14 september 2016 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII van het Wetboek van economisch recht en de vaststelling van referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten en de hiermee gelijkgestelde consumentenkredieten) en opgenomen in het jaarlijkse kostenpercentage. De memorie van toelichting stelt desbetreffend: "De bedoeling is dat er een soort zorgvuldigheidsplicht wordt gecreëerd in hoofde van de kredietgever om alle beschikbare informatie ook maximaal te verwerken, met inbegrip van bv. de kosten van nevendiensten of aangehechte contracten" (Parl. St., Kamer, Zitting 54, 1685/001, p. 26).
De overhandiging van een kredietaanbod moet dus ook worden voorafgegaan door een raadpleging van de CKP (art. VII.149 WER), aangezien de kredietgever door het kredietaanbod de wil uitdrukt om geboden te zijn door de toekomstige kredietovereenkomst. Het spreekt voor zich dat de precontractuele onderzoeks- en verificatieplichten dus vervuld zijn voorafgaand aan het overmaken van het kredietaanbod.
Inhoud van het kredietaanbod
Het kredietaanbod vermeldt "alle contractvoorwaarden met inbegrip van een aflossingsplan hetzij van het kapitaal en van de vervallen intrestbedragen, hetzij, bij wedersamenstelling van het kapitaal, de vermelding van het bedrag van de eenmalige terugbetaling van het kapitaal op de eindvervaldag van het krediet". De verplichte inhoud van het kredietaanbod stemt overeen de verplichte inhoud van de kredietovereenkomst waarvan men de opsomming terugvindt in artikel VII.134 WER.
Geldigheidsduur en aanvaarding van het aanbod
De wetsbepaling legt de verplichting op om de geldigheidsduur van het aanbod te vermelden. De tekst verduidelijkt het volgende: "Het kredietaanbod bindt de kredietgever voor minstens veertien dagen, en kan door de consument op elk ogenblik aanvaard worden". De aanvaarding door de consument moet plaatsvinden voor het verstrijken van de geldigheidsduur. De consument hoeft echter geen veertien dagen te wachten om het kredietaanbod te ondertekenen. De wetgever heeft immers geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid bepaald door artikel 14.6. van richtlijn 2014/17/EU: "De lidstaten stellen een termijn van ten minste zeven dagen vast waarin de consument de gelegenheid heeft om aanbiedingen onderling te vergelijken, de gevolgen ervan te beoordelen en een geïnformeerd besluit te nemen".
De kredietgever is daarentegen wel minstens voor deze termijn gebonden door de meegedeelde kredietvoorwaarden. De kredietgever kan ook een langere geldigheidsduur voorzien. Om de kredietovereenkomst tot stand te doen komen, moet deze aanvaarding geuit worden volgens de modaliteiten vereist door artikel VII.134, § 1 WER
De wet voorziet in een herroepingstermijn (art. VII.138 WER) maar enkel voor de hypothecaire kredieten met een roerende bestemming die niet gepaard gaan met de vestiging van een hypotheek. Voor alle andere overeenkomsten van hypothecair krediet bindt de aanvaarding van het kredietaanbod de consument. Indien hij vervolgens weigert om de kredietovereenkomst uit te voeren, kunnen de in het kredietaanbod bepaalde vergoedingen (binnen de door de wet toegelaten grenzen) gevorderd worden.
Sancties
Op de niet-naleving van die verplichtingen staan burgerrechtelijke sancties, en administratieve sancties. De consument mag bovendien – bij miskenning van deze bepaling- op ieder ogenblik en zonder enige vergoeding het krediet terugbetalen. Indien de consument van dit recht gebruik maakt en de debetrentevoet of de periodieke rentevoet niet kan worden bepaald doordat de kredietovereenkomst niet de nodige elementen bevat, worden de gelopen intresten berekend aan de wettelijke rentevoet (art. VII.214/10, § 1 WER).
Er staat geen strafsanctie (en dus ook geen administratieve geldboete) op.