VII.123, § 2 - Verboden reclamepraktijken
Commentaar
Artikel 123, § 2 WER is een kopie van artikel VII.65 WER inzake consumentenkrediet. Het enige verschil is de toevoeging van punt 9 in het tweede lid van de besproken bepaling. Dat punt is de omzetting van de tweede zin van artikel 10 van richtlijn 2014/17/EU: Met name wordt [door de lidstaten] verboden bewoordingen te gebruiken die bij de consument valse verwachtingen kunnen scheppen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van een krediet.
VII.123, § 2, eerste lid: specifiek gerichte reclame
Hetgeen de wetgever wil verbieden, is reclame die ertoe strekt een consument aan te trekken die al moeilijkheden ondervindt om zijn verbintenissen na te komen. Die voorwaarde wordt beoordeeld vanuit het standpunt van de consument en van zijn perceptie van de aan hem gerichte reclameboodschappen. Het is vereist en het volstaat dat het door de wet verboden element wordt aanzien als één van de elementen die de reclameboodschap wil aanvoeren. De boodschap moet in haar geheel worden onderzocht en er moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waarin ze verspreid wordt (doelpubliek, gebruikt medium, enz.). Die reclame is verboden en kan dus gesanctioneerd worden zelfs indien de kredietgever zou aantonen dat hij de wet voor het sluiten van overeenkomsten met consumenten die worden aangetrokken door de reclame heeft nageleefd of dat de kredietovereenkomsten zouden zijn gesloten in het belang van de consument.
Tot slot moet opgemerkt worden dat deze bepaling bepaalde reclameboodschappen verbiedt, maar niet noodzakelijk een bepaalde kredietpraktijk. Zoals hierna zal blijken is bijvoorbeeld reclame voor hergroepering steeds verboden, maar de kredietpraktijk van hergroepering is – mits respect voor de regels inzake de kredietwaardigheidsbeoordeling – wel niet verboden.
VII.123, § 2, lid 1, 1°: reclame die de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, aanzet tot het opnemen van krediet
In dit eerste geval wordt de reclame vermoed onrechtmatig te zijn, ongeacht de draagwijdte van de communicatie. Moet dus beschouwd worden als verboden, elke reclame voor een kredietovereenkomst die specifiek gericht is op de consument die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden. De adverteerder hanteert dus een suggestief woordgebruik in de reclame waardoor voornamelijk mensen in moeilijkheden lijken aangesproken te worden of verzendt reclame naar een bepaalde groep consumenten (R. STEENNOT en M. DE MUYNCK, ‘Reclame en precontractuele informatie onder de wet consumentenkrediet anno 2011’, http://www.law.ugent.be/fli/wps/pdf/ wp2011-02, pdf, 7).
De parlementaire voorbereiding verstrekt enkele voorbeelden: 'financiële moeilijkheden? Wij zijn daar ... zelfs werklozen, bestaansminimumtrekkers, zelfs indien geschil/betalingsachterstand, zelfs indien elders geweigerd, zelfs indien geregistreerd bij de Nationale Bank, leningen in het bijzonder voor geschil', enz (Parl. St., Kamer, 2002/2003, 1730/001, p. 14). In een vroegere versie van de tekst kwamen ook de volgende slogans voor om dit verbod te illustreren: "Geldvoorraad beschikbaar op elk ogenblik, zelfs indien geen onmiddellijk gebruik in zicht", "Beschik nu over een geldvoorraad voor uw toekomstige noden", "Steeds een geldvoorraad bij zich. Wat een gemak !" Ten gevolge van het verzet van de vertegenwoordigers van de Productie, de Distributie en de Middenstand in de Raad voor het Verbruik, komen deze slogans niet meer voor in de memorie van toelichting (Advies van 22 april 1998 van de Raad voor het Verbruik over het voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991, art. 6 § 1, lid 1). Niettemin vallen dergelijke slogans wel onder dit verbod wanneer ze gericht wordt op mensen in financiële moeilijkheden.
De administratie heeft de volgende slogans geweigerd die niet gepaard gingen met enige andere vermelding:
- "eigenaar in moeilijkheden, wij hebben een oplossing om u te helpen" ;
- "Même si refusé ailleurs" (Zelfs indien elders geweigerd);
- "fichage, contentieux, dette privée..." ;
- "même avec contentieux ou prêts en cours" (zelfs met rechtszaken of lopende leningen);
- "vous êtes fichés ou prêts en cours, acceptons des prêts malgré tout" (u bent geregistreerd of met lopende kredieten, laten we toch leningen aanvaarden");
- "regroupement, contentieux, saisies, ..." ;
- "prêt pour toute personne en difficulté même si pas propriétaire" ;
- "problème de remboursement"; "contentieux bienvenus" ;
- "même chômeur, contentieux, invalides".
VII.123, § 2, lid 1, 2°: De reclame benadrukt het gemak of de snelheid waarmee het krediet kan worden verkregen
Worden aldus bedoeld de aankondigingen die op overdreven wijze het gemak (« geen onderzoek ») of de snelheid benadrukken met dewelke men een hypothecair krediet kan bekomen.
In de praktijk duurt het sowieso langer om een hypothecair krediet met een onroerende bestemming te sluiten dan een consumentenkrediet. Deze verboden reclameboodschappen – die gekopieerd is uit het consumentenkredietrecht – zullen in de hypothecaire kredietpraktijk dus minder vaak voorkomen (S. DAVIDTS en B. CAULIER, "Section 1. De la publicité à l'offre de crédit" in C. Biquet-Mathieu en E. Beguin (eds.), Le crédit hypothécaire au consommateur. Etat de la question, Larcier, Brussel, 2017, 123). Niettemin zijn ze verboden. En zal dit verbod vooral ingeroepen kunnen worden bij reclame die het kredietwaardigheidsonderzoek minimaliseert, bijvoorbeeld bij reclameboodschappen als 'Bij ons geen administratieve rondslomp'; 'Weinig papierwerk bij ons'; etc.
Deze bepaling verbiedt echter niet om het gebruiksgemak van bepaalde tools of processen in reclame te beklemtonen. Een kredietgever of -bemiddelaar kan in zijn reclame dus wel benadrukken dat bijvoorbeeld zijn mobiele app of zijn digitaal gebruiksvriendelijk zijn (bijvoorbeeld: 'Werk thuis via uw app uw kredietaanvraag af'; 'Geen fysieke verplaatsing meer naar uw bankkantoor, finaliseer uw kredietaanvraag online'; etc.).
VII.123, § 2, lid 1, 3°: Reclame spoort aan tot hergroepering of centralisatie van lopende kredieten of reclame die tot uiting brengt dat lopende kredietovereenkomsten bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen
De administratie heeft de volgende slogans die niet waren vergezeld van enige andere aanduiding, verboden:
- "droom, wij doen de rest";
- "snelle krediet beslissing"; "beslissing binnen het uur";
- "het geld op uw rekening binnen 24 uur";
- "ok zelfs met lopende kredieten";
- "regroupement toujours ok" ("hergroepering altijd ok").
VII.123, § 2, lid 2, 1°: verwijzing naar een erkenning of een inschrijving
Een dergelijk verbod was reeds opgenomen in de wet van 5 mei 1965 inzake persoonlijke leningen op afbetaling. In de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet werd dat verbod uitgebreid naar alle reclame voor kredietovereenkomsten. De wetgever wilde immers vermijden dat de verwijzing naar een erkenning zou kunnen worden geïnterpreteerd als een overheidswaarborg voor de aangeboden kredietverrichtingen, en wilde de kredietgever niet toelaten naleving van de wet te laten inroepen als bewijs van integriteit (I. MOREAU-MARGREVE, "La loi du 5 mars 1965 et le régime des prêts personnels à tempérament", J.T., 1966, p. 760). Die vorm van reclame is bijgevolg als dusdanig verboden, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een werkelijk of potentieel misleidend karakter. De vermelding erkend kredietadviseur is in strijd met artikel 6 (Ministerieel sanctioneringsbesluit, Jaarboek Kredietrecht, 2006, 108).
VII.123, § 2, lid 2, 2°: de verwijzing naar maximale percentages
Deze verbodsbepaling is enkel relevant voor consumentenkredieten en hypothecaire kredietovereenkomsten met een roerende bestemming. Er is immers geen maximaal JKP vastgelegd voor hypothecaire kredietovereenkomsten met een onroerende bestemming.
De reclame mag een verwijzing naar het maximale jaarlijkse kostenpercentages bevatten of naar de wettelijkheid van de toegepaste percentages voor zover aan twee voorwaarden is voldaan:
- de reclame mag niet de indruk wekken dat die percentages de enige zijn die kunnen worden toegepast;
- de verwijzing naar een maximumpercentage moet leesbaar, zichtbaar en ondubbelzinnig of, in voorkomend geval, hoorbaar worden voorgesteld en moet het juiste bedrag van het wettelijk toegestane maximale JKP aanduiden.
VII.123, § 2, lid 2, 3°: zonder informatie die zou toelaten de financiële toestand van de consument na te gaan
Dergelijke reclame is strijdig met de artikelen die de kredietgever verplichten inlichtingen in te winnen over de kredietwaardigheid van de consument.
VII.123, § 2, lid 2, 4°: vermelding van de identiteit, het adres of de hoedanigheid van de adverteerder
Kredietgevers en -bemiddelaars hebben soms verschillende vestigingseenheden. Dit is niet verboden. Een of meerdere vestigingseenheden mogen ook in de reclame vermeld worden.
Men – al slaat dit voornamelijk op kredietbemiddelaars – mag ook een commerciële benaming hanteren in zijn reclame die afwijkt van de maatschappelijke naam van de vennootschap zoals deze gepubliceerd is in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad.
Echter, in beide gevallen moet de adverteerder er wel voor zorgen dat hij minstens één keer in zijn reclame de identiteit, het adres of de hoedanigheid vermeldt zoals die verschijnt in de lijsten van de FSMA. Zo niet, overtreedt men dat verbod.
VII.123, § 2, lid 2, 5°: aanduiding van de kredietsoort volgens de benaming van de wet
De wet benoemt uitdrukkelijk de volgende soorten krediet:
Voor het hypothecair krediet (zie ook artikel VII.144 WER)
- hypothecair krediet met een onroerende bestemming met aflossing van kapitaal;
- hypothecair krediet met een onroerende bestemming met eenmalige terugbetaling van het kapitaal bij het verstrijken van de kredietovereenkomst;
- hypothecair krediet met een onroerende bestemming met wedersamenstelling van kapitaal;
- hypothecair krediet met een roerende bestemming met aflossing van kapitaal;
- hypothecair krediet met een roerende bestemming met eenmalige terugbetaling van het kapitaal bij het verstrijken van de kredietovereenkomst;
- kredietopening met een roerende bestemming;
- kredietopening met een onroerende bestemming;
De bepaling verbiedt het gebruik van commerciële benamingen (zoals bijvoorbeeld "renovatielening", "groene lening", "bullet-krediet", "woonlening"…) niet. Zij eist echter dat minstens één keer in de reclame de benaming van de wet wordt vermeld in de overeenkomst opdat de consument zou kunnen bepalen welke bepalingen van de wet van toepassing zijn op het betrokken krediet.
VII.123, § 2, lid 2, 6°: vermelding van een voordeeltarief
Deze reclame is verboden zonder opgave van de bijzondere of beperkende voorwaarden waaraan de toekenning van deze tarieven is onderworpen. Die bepaling kwam sinds1991 op positieve wijze voor in artikel 5, § 1 WCK, voor de wijziging ervan door de wet van13 juni 2010, waarbij de richtlijn 2008/48 werd omgezet. Zij werd behouden in de vorm van een verbod op reclame zonder vermelding van een rentevoet of van een cijfer betreffende de kosten van het krediet. Hier worden de volgende voorwaarden beoogd: afsluiten van een verzekering, het verschaffen van een borg, noodzaakte beantwoorden aan decriteria inzake beroepsactiviteit, de verplichting reeds cliënt of spaarder te zijn, enz (Parl. St., Senaat, 1989-1990, nr. 916/1, p. 12).
Voorbeelden - adviezen van de administratie:
- Elke vermelding zoals "vanaf" moet gepaard gaan met de vermelding van de bijzondere of limitatieve voorwaarden om dit JKP te kunnen genieten (verplichting tot onderschrijving van een verzekering, al klant of niet, criteria van beroepsactiviteiten, voorwaarden van minimuminkomen, leeftijd, betalingsachterstand, uitgesloten categorieën, enz.). De voorwaarden moeten absoluut worden vermeld. Bovendien moet de werkelijkheid er 100 % mee overeenstemmen (indien de voorwaarden worden nageleefd, 100 % van de overeenkomsten moeten worden opgesteld overeenkomstig de reclame en indien er geen voorwaarde wordt geformuleerd, 100 % van de overeenkomsten moeten worden opgesteld overeenkomstig de reclame).
- De formules van het type "begin pas af te lossen binnen twee maanden" zijn wettelijk op voorwaarde dat het JKP correct is.
VII.123, § 2, lid 2, 7°: terbeschikkingstelling in baar geld of contant
Deze bepaling strekt er dus toe de reclame te verbieden die de consument zou doen geloven dat hij het geld onmiddellijk contant zal ontvangen, terwijl dit enkel in de door de Koning toegelaten gevallen mogelijk is (zie art. VII.147/3, § 1, lid 4 WER).
VII.123, § 2, lid 2, 8°: gratis krediet of gelijkaardige vermelding
De wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet verbood de vermelding gratis krediet of een gelijkaardige vermelding anders dan de verwijzing naar het JKP. Dit verbod werd overgenomen in het WER. Daaruit volgt dat de enige manier waarop het gratis karakter van een krediet kan worden uitgedrukt, erin bestaat een JKP van 0 % te vermelden. De vermelding krediet 0 % die men soms leest, beantwoordt niet aan die voorwaarde. Ze is dus op zich verboden, zelfs als de vermelding effectief overeenkomt met een JKP van 0 % (Voorz. Kh. Verviers, 5 juli 1996, Jaarboek Handelspraktijken 1996, p. 225). Die opmerkingen gelden ook voor reclame waarin een negatieve rentevoet zou worden aangekondigd. De vermelding van het JKP is vereist.
Dat voorschrift is het resultaat van een compromis gesloten tussen de voor- en tegenstanders van het gratis krediet. De tegenstanders benadrukten het oneerlijke en bedrieglijke karakter van deze promotionele techniek: een krediet is nooit gratis, aangezien het altijd kosten met zich meebrengt, kosten die in voorkomend geval worden doorgerekend in de prijs van de producten (Parl.St., Senaat, 1989-1990, 916/1, p. 12). De voorstanders van het gratis krediet legden de nadruk op het feit dat een krediet dat werkelijk gratis is, voordelig is voor de consument, zodat er geen legitieme reden is om zich ertegen te verzetten. De wetgever heeft de praktijk uiteindelijk niet verboden, maar heeft het verlokkende karakter ervan weggenomen doordat de vermelding gratis niet meer mag worden weergegeven.
VII.123, § 2, lid 2, 9°: reclame die valse verwachtingen kan scheppen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van een kredietovereenkomst
Deze bepaling, die voortvloeit uit de richtlijn 2014/17/EU, parafraseert het reclameverbod, als misleidende handelspraktijk, opgenomen in artikel VI.95.
VII.123, § 2, lid 2, 10°: reclame die de niet-naleving van of een inbreuk op de wet in de hand werkt
Deze bepaling neemt het door artikel VI.95 WER bekrachtigde principeverbod op oneerlijke handelspraktijken over in de lex specialis.
Voorbeelden - adviezen van de administratie: de administratie heeft volgende reclameboodschappen beschouwd als zijnde in overtreding met de wet:
- "Gratis advies": dat is een wettelijke verplichting voor kredietgevers en -bemiddelaars. Men mag dus in reclame niet de indruk wekken dat de consument dit als voordeel krijgt.
- "Geen verplichte verzekering": die vermelding wekt de indruk van een aangeboden voordeel, terwijl de verzekering krachtens de wet nooit verplicht is.